Arrest van het Hof (Tweede kamer)
25 mei 1989
in zaak 15/88,
betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van de commissione tributaria di II grado te Bolzano, in het aldaar aanhangig geding tussen
SpA Maxi Di
Ufficio del Registro di Bolzano,
om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van artikel 11 van richtlijn 69/335 van de Raad van 17 juli 1969 betreffende de indirecte belastingen op het bijeenbrengen van kapitaal (PB 1969, L 249, biz. 25).
HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),
samengesteld als volgt: O'Higgins, kamerpresident, G. F. Mancini en F. A. Schockweiler, rechters,
(rechtsoverwegingen niet opgenomen)
uitspraak doende op de door de commissione tributaria di II grado te Bolzano bij beschikking van 4 december 1987 gestelde vraag,
verklaart voor recht:
Artikel 11 van richtlijn 69/335 moet aldus worden uitgelegd, dat een Lid-Staat de in artikel 3 van de richtlijn omschreven kapitaalvennootschappen ter zake van een obligatielening, als bedoeld ín artikel 11 van de richtlijn, niet mag onderwerpen aan een andere belasting dan de belastingen en rechten vermeld in artikel 12 van de richtlijn,
Voetnoten
- *1Procestaal: Italiaans.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.
Hof van Justitie van de Europese Unie · tekst opnieuw opgemaakt
Aangehaalde teksten
4Rechtspraak
1Europese Unie
1Conclusie van advocaat-generaal TesauroC-200/9030.01.1992