ARREST VAN HET HOF (Achtste kamer)
5 oktober 2023 ( *1 )
„Prejudiciële verwijzing – Fiscale bepalingen – Gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (btw) – Richtlijn 2006/112/EG – Artikel 98, lid 2 – Mogelijkheid voor de lidstaten om een verlaagd tarief toe te passen op bepaalde goederenleveringen en diensten – Bijlage III, punten 1 en 12 bis – Soortgelijke levensmiddelen die met hetzelfde hoofdingrediënt worden bereid – Op basis van melk bereide warme dranken – Toepassing van verschillende verlaagde btw-tarieven – Goederen met dezelfde objectieve kenmerken en eigenschappen – Goederen, al dan niet in combinatie met de bereiding en de terbeschikkingstelling ervan door de leverancier”
In zaak C‑146/22,
betreffende een verzoek om een prejudiciële beslissing krachtens artikel 267 VWEU, ingediend door de Wojewódzki Sąd Administracyjny we Wrocławiu (bestuursrechter in eerste aanleg Wrocław, Polen) bij beslissing van 28 januari 2022, ingekomen bij het Hof op 1 maart 2022, in de procedure
YD
tegen
Dyrektor Krajowej Informacji Skarbowej,
in tegenwoordigheid van:
Rzecznik Małych i Średnich Przedsiębiorców,
wijst
HET HOF (Achtste kamer),
samengesteld als volgt: M. Safjan, kamerpresident, N. Jääskinen (rapporteur) en M. Gavalec, rechters,
advocaat-generaal: J. Richard de la Tour,
griffier: A. Calot Escobar,
gezien de stukken,
gelet op de opmerkingen van:
– YD, vertegenwoordigd door S. Czajka, J. Orłowski, I. Rymanowska en A. Tałasiewicz, doradcy podatkowi,
– de Dyrektor Krajowej Informacji Skarbowej, vertegenwoordigd door K. Nowicka en B. Rogowska-Rajda,
– de Rzecznik Małych i Średnich Przedsiębiorców, vertegenwoordigd door P. Chrupek, radca prawny,
– de Poolse regering, vertegenwoordigd door B. Majczyna als gemachtigde,
– de Europese Commissie, vertegenwoordigd door J. Jokubauskaitė en A. Stobiecka-Kuik als gemachtigden,
gelet op de beslissing, de advocaat-generaal gehoord, om de zaak zonder conclusie te berechten,
het navolgende
Dictum
Het Hof (Achtste kamer) verklaart voor recht:
Artikel 98 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, zoals gewijzigd bij richtlijn (EU) 2018/1713 van de Raad van 6 november 2018, gelezen in samenhang met bijlage III, punten 1 en 12 bis, bij deze richtlijn, en artikel 6 van uitvoeringsverordening (EU) nr. 282/2011 van de Raad van 15 maart 2011 houdende vaststelling van maatregelen ter uitvoering van richtlijn 2006/112 en het beginsel van fiscale neutraliteit,
moet aldus worden uitgelegd dat
het niet in de weg staat aan een nationale regeling die bepaalt dat levensmiddelen die hetzelfde hoofdingrediënt bevatten en voorzien in dezelfde behoefte van een gemiddelde consument, zijn onderworpen aan twee verschillende verlaagde tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde (btw), naargelang zij in de detailhandel in een winkel worden verkocht dan wel op verzoek van een klant worden bereid en warm worden opgediend voor onmiddellijke consumptie, voor zover deze levensmiddelen ondanks het gemeenschappelijke hoofdingrediënt geen overeenkomstige eigenschappen vertonen of de verschillen tussen die levensmiddelen, ook wat de bijkomende diensten betreft die met het verstrekken ervan gepaard gaan, de beslissing van de gemiddelde consument om het ene of het andere levensmiddel te kopen, aanmerkelijk beïnvloeden.