Samengevoegde mondelinge parlementaire vragen nr. P0588 van mevrouw Veerle Wouters en nr. P0589 van heer Roel Deseyn d.d. 11.06.2015
Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën en Begroting, 2014-2015, CRIV 54 PLEN 051 d.d. 11.06.2015, blz. 30
De gevolgen van het arrest van het Hof van Cassatie over onrechtmatig verkregen bewijsmateriaal
Veerle Wouters: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, op 22 mei jongstleden werd door het Hof van Cassatie een arrest geveld in het kader van onregelmatig verkregen bewijs in fiscale zaken. Die rechtspraak is niet verrassend en sluit naadloos aan bij de Antigoonrechtspraak van het Hof van Cassatie uit 2003. Het gaat in beide gevallen over het vergaren van bewijs. In de Antigooncase gaat het over het vergaren van bewijs in strafzaken, in het arrest van 22 mei gaat het over het vergaren van bewijs in fiscale zaken, meer bepaald in het kader van de btw.
Deze rechtspraak is volledig in overeenstemming met de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dat is een goede zaak, want de burgers nemen het niet meer dat een kleine procedurefout soms zulke drastische gevolgen kan hebben. Een vrijspraak in strafzaken of het niet kunnen gebruiken van bewijs in fiscale zaken: de sanctie is vaak disproportioneel. Laten wij duidelijk zijn: fiscale fraude mag toch niet ongestraft blijven omwille van een kleine procedurefout? Niemand pikt dat nog, de burger niet en de NVA niet.
Anderzijds is er natuurlijk ook de fiscus. Is dit nu een vrijgeleide voor de fiscus? Mag die nu alles zomaar doen? Als ik sommige fiscalisten hoor, zou, op folteren na, alles mogelijk zijn, maar dat denk ik niet. Zoals ik het interpreteer, zullen in dezen de fiscale administratie en de rechter aan belangenafweging moeten doen. Enerzijds is er natuurlijk het belang van de Staat, en dat zijn wij allemaal, met het innen van belastingen, aan de andere kant is er het belang van de belastingplichtige die een correcte toepassing wil van de fiscale regels. Als ik het goed heb begrepen, zou het bewijs ongeldig zijn als de overheid de regels van behoorlijk bestuur niet naleeft of wanneer de rechten van de belastingplichtige miskend zijn. De belastingplichtige zal toch recht moeten hebben op een eerlijk proces en zijn recht op privacy mag niet worden geschonden.
Mijnheer de minister, mijn concrete vragen zijn de volgende.
Deelt u die interpretatie?
De Antigooncase is omgezet in rechten en wetten. Zult u ook op dat vlak een wetgevend initiatief nemen?
Roel Deseyn: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, collega’s, de context is reeds geschetst. Het recht heeft natuurlijk het voordeel dat het recht kan praten wat krom is gegroeid.
Een van de zaken die door de belastingplichtige soms als heel krom worden ervaren, is het verrichten van een huiszoeking waarvoor niet voldoende motivering of grond is.
Anderzijds mag men natuurlijk niet vervallen in een overdreven formalisme. Het is ook belangrijk dat de fiscus slagkrachtig kan optreden, dat de mensen niet geschokt zijn en dat het volk en de volkspartij niet geschokt zijn in hun rechtvaardigheidsgevoel bij fiscale zaken.
Opmerkelijk bij de lectuur van dat arrest is dat wordt geschreven dat de fiscale wetgeving geen enkele bepaling bevat die het gebruik verbiedt van onrechtmatig verkregen bewijs voor het vaststellen of het verhogen van een belastingschuld.
Mijnheer de minister, is alle onrechtmatig bewijs dan toegelaten? Wat doen wij in voorkomend geval met de fundamentele rechten en vrijheden? Mevrouw Wouters heeft in dat verband onder andere al over de privacy gesproken.
In die zin zouden we kunnen stellen dat een wetswijziging zich opdringt. Het Hof van Cassatie geeft echter ook enkele concrete voorstellen, door naar voren te brengen dat een dergelijke bewijsvoering kan, indien de regels van behoorlijk bestuur worden toegepast of indien er voldoende evenwicht in de procesvoering is, zodat een eerlijk proces niet in het gedrang wordt gebracht.
Het is heel belangrijk dat de fiscus voldoende wapens moet hebben en ook dat er duidelijkheid moet zijn voor beide procespartijen, voor de fiscus en voor de belastingplichtige of onderneming.
Minister Johan Van Overtveldt: Mijnheer de voorzitter, mijnheer Deseyn, mevrouw Wouters, collega’s, de rechten van de Staat en het algemeen belang moeten steeds met veel zorg en behoedzaamheid worden afgewogen tegenover de rechten van het individu.
Daarom is het verstandig naar de concrete feiten en de concrete belangenafwegingen te kijken. Elke zaak waarin een rechtbank of een hof, zelfs het Hof van Cassatie, oordeelt, is immers anders.
Het arrest van het Hof van Cassatie waarvan vandaag sprake is, gaat over een ernstig geval van btw-ontduiking door het gebruik van valse stukken, meer bepaald valse facturen met een onterechte vrijstelling van btw. De betrokkenen werden trouwens reeds twee keer correctioneel veroordeeld.
In deze zaak heeft de BBI in het fiscaal onderzoek inlichtingen opgevraagd bij haar zusteradministratie in Portugal. De vraag rijst of die inlichtingen al dan niet rechtmatig werden verkregen, met name of de BBI al dan niet de bevoegde autoriteit was om deze vraag aan de Portugese btw-administratie te stellen.
Volgens een Europese richtlijn van 1977 is de minister van Financiën, of een door hem aangewezen vertegenwoordiger, in deze materies de bevoegde autoriteit. Volgens een ministerieel besluit van 1997 is het Central Liaison Office (CLO) de bevoegde autoriteit. In een btwinstructie van 1999 wordt daarentegen de centrale administratie van de BBI vermeld als zijnde de bevoegde autoriteit. In deze rechtsnormen heeft een ministerieel besluit meer waarde dan een btw-instructie en zou bijgevolg de bevoegde autoriteit het CLO moeten zijn.
Een punt is hier heel duidelijk. Er zit ruis op de wetgeving, er is een discrepantie in de wetgeving. Ik zal dan ook het nodige doen om in de komende periode de verschillende bepalingen in overeenstemming te brengen met elkaar.
Wat zegt nu het Hof van Cassatie? Zoals u al hebt aangehaald, mijnheer Deseyn, stelt het Hof van Cassatie dat de fiscale wetgeving geen algemene bepaling bevat die het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs verbiedt, maar ook dat het gebruik van een dergelijk bewijs een eerlijk proces en een behoorlijk bestuur niet in de weg mag staan, en dat ambtenaren de wet zeker niet opzettelijk mogen overtreden. De cassatierechter stelt ook dat er rekening moet worden gehouden met een aantal omstandigheden, zoals het feit dat de ernst van de btw-inbreuk de procedurefout overstijgt.
Het bewuste cassatiearrest, in zijn juiste context gelezen, is echter absoluut geen vrijgeleide voor de fiscus, integendeel. De afweging tussen het algemeen en individueel belang dient telkens op een gewetensvolle manier te gebeuren op basis van de feiten van voorliggend geval.
Trouwens, in een andere recente zaak inzake onrechtmatig verkregen bewijs oordeelde het Hof van Cassatie op het eerste gezicht diametraal tegengesteld aan het oordeel geveld in voorliggend geval.
Het Hof van Cassatie vernietigde in 2014 immers een arrest van het hof van beroep te Gent, waarbij de administratie middels een standaardvraag een kopie van de rekening-courant van de aandeelhouder had opgevraagd. Daarover oordeelde Cassatie dat de gevraagde inlichtingen onwettig waren verkregen. De omvang van dat cassatiearrest is mijns inziens trouwens omvangrijker dan het arrest waarover nu discussie ontstaan is.
Mijnheer de voorzitter, ik kom tot mijn besluit. Ten eerste, de wetten moeten op elkaar worden afgestemd. Dat is na de huidige discussie wel heel duidelijk. Ik herhaal dat ik daartoe de nodige initiatieven zal nemen.
Ten tweede, er zijn nog andere relevante arresten van Cassatie in die materie en die tonen aan dat zulke afwegingen steeds dossier per dossier, op basis van de feiten, dienen te worden gemaakt.
Mijnheer de minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik ben zeer verheugd dat u in dezen een wetgevend initiatief zult nemen. Een correcte belangenafweging tussen de overheid, enerzijds, en de belastingplichtige, anderzijds, is noodzakelijk in een moderne en sociale democratie. Toch zou fiscale fraude niet ongestraft mogen blijven vanwege kleine procedurefouten. Daartegenover staat dat de rechten van de belastingplichtige gerespecteerd moeten worden; ook dat is noodzakelijk.
Roel Deseyn: Mijnheer de minister, ik dank u voor uw omstandig antwoord. U zegt dat de ambtenaren er op een gewetensvolle manier mee moeten omgaan. Natuurlijk functioneert het geweten van de ene niet zoals dat van de andere. Daarom denk ik dat wij allemaal de roep om duidelijkheid onderschrijven.
In gewone strafzaken bestaat er een mechanisme, een soort carwash, waardoor aangetaste bewijzen weer mooi worden gemaakt, net zoals in het echte leven een mooie wagen de moeite loont om hem eens op te blinken. Wanneer bewijzen erg belangrijk zijn voor een faire procesvoering, om vanuit het rechtvaardigheidsgevoel tot goede processen te komen, dan moet zo’n carwash ook worden ingericht in het fiscaal recht.
Er bestaan tegenstrijdige arresten; u hebt ze vernoemd. Het is duidelijk dat een wetgevend initiatief nodig is en ik ben dan ook heel verheugd dat u de verantwoordelijkheid ter zake zult opnemen.
Het incident is gesloten.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.