Openbare instellingen. Belastingplicht. Vrijgestelde belastingplichtigen. Onderwijs- en opleidingsactiviteiten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

E780 19 april 1993

Zoeken

Openbare instellingen. Belastingplicht. Vrijgestelde belastingplichtigen. Onderwijs- en opleidingsactiviteiten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/e780-openbare-instellingen-belastingplicht-vrijgestelde-belastingplichtigen-3b8b

Nummer
E780
Datum
19 april 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Vr. en Antw., Europees Parlement

BTW-Rev., nr. 108, 403, nr. 10

Openbare instellingen - Belastingplicht - Vrijgestelde belastingplichtigen - Onderwijs- en opleidingsactiviteiten

VRAAG

Is het de Commissie bekend dat het tegenwoordig in het Verenigd Koninkrijk een veel voortkomende praktijk is, dat aankoopconsortia van plaatselijke overheden goederen die niet voor zakelijk gebruik, maar bijvoorbeeld voor het onderwijs bestemd zijn, aan andere plaatselijke overheden en scholen verkopen, zonder BTW in rekening te brengen?

Is de Commissie het ermee eens dat particuliere ondernemers op dezelfde markt daardoor tegen oneerlijke aanbiedingen moeten optornen?

Is de Commissie niet van mening dat dit mededingingsvervalsing is in de zin van artikel 4, lid 5, van de zesde BTW-richtlijn van de Raad?

Is de Commissie zich ervan bewust dat in een recent besluit van het Europese Hof van Justitie («Commune di Carpeneto») de wettigheid van BTW-vrijstelling in twijfel is getrokken?

Is de Commissie zich er ook bewust dat volgens een door HM Customs and Excise ingewonnen juridisch advies, het besluit in de zaak «Commune di Carpeneto» betekent dat de consortia in feite niet als publiekrechtelijke lichamen in de zin van artikel 4, lid 5, van de zesde BTW-richtlijn optreden en daarom BTW-plichtig zijn?

1. Wat doet de Commissie om de definitie van publiekrechtelijk lichaam in de richtlijn strikter te maken?

2. Wat is de Commissie voornemens te doen om bij de levering van onderwijsartikelen eerlijke mededinging en een werkelijke concurrerende markt te verzekeren?

3. Is de Commissie voornemens het Parlement in te lichten over de volledige consequenties van de zaak «Commune di Carpeneto»?

ANTWOORD

Het geachte Parlementslid concludeert op grond van artikel 4, lid 5, van de zesde BTW-Richtlijn (alsmede van het arrest van het Hof van Justitie van 15 mei 1990 - Carpeneto) dat wanneer de Staat, de regio's of andere publiekrechtelijke lichamen hun taken als overheidsautoriteit vervullen op een gebied waarop zich mededingingsdistorsies van een zekere betekenis kunnen voordoen, deze overheidsautoriteiten als belastingplichtigen moeten worden beschouwd.

De Commissie deelt de mening van het geachte Parlementslid betreffende deze interpretatie.

Hoe dan ook is het mogelijk, zelfs voor zover publiekrechtelijke lichamen onder het toepassingsgebied van de BTW zouden vallen, dat deze als vrijgestelde belastingplichtigen kunnen worden beschouwd zodra zij een der in de zin van artikel 13 van deze richtlijn vrijgestelde activiteiten verrichten.

In deze bepaalt artikel 13, A, 1, onder i), met name dat onderwijs- en opleidingsactiviteiten die door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de Lid-Staat als lichamen met soortgelijke doeleinden zijn erkend, worden uitgevoerd, zijn vrijgesteld.

Artikel 13, A, 2, onder b), voegt hier echter aan toe dat deze verrichtingen moeten worden belast indien zij niet onontbeerlijk zijn voor het verrichten van de vrijgestelde handelingen en in hoofdzaak bestemd zijn om extra opbrengsten op te leveren op een gebied waarop een rechtstreekse concurrentie met particuliere ondernemingen bestaat.

De Commissie herinnert eraan dat het onderzoek in de praktijk van het al dan niet aanwezig zijn van de voorwaarden van artikel 13, A, 2, onder b), in eerste instantie ressorteert onder de bevoegdheid van de nationale administratie bij de uitoefening van haar taak, namelijk toe te zien op een juiste toepassing van de vrijstellingen en fraude te voorkomen, zoals gepreciseerd in de eerste zin van lid 1 van dit artikel 13 van de zesde BTW-Richtlijn.

(P.B., nr. C 288/35 van 25 oktober 1993)

Aangehaalde teksten

2