Horeca-sector. Griekenland. Gemeentelijke belasting. Verenigbaarheid met het communautair belastingrecht · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

E688 7 april 1993

Zoeken

Horeca-sector. Griekenland. Gemeentelijke belasting. Verenigbaarheid met het communautair belastingrecht

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/e688-horeca-sector-griekenland-gemeentelijke-belasting-dbd4

Nummer
E688
Datum
7 april 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vr. en Antw., Europees Parlement

BTW-Rev., nr. 108, 402, nr. 9

Horeca-sector - Griekenland - Gemeentelijke belasting - Verenigbaarheid met het communautair belastingrecht

VRAAG

In Griekenland worden de produkten die door de ondernemingen in de recreatieve en dienstverleningssector worden verkocht (banketbakkerijen, cafés, restaurants, enz.) door de overheid met 5% extra belast, welke belasting de gemeenten ten goede komt. Hierbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen produkten die worden gereserveerd en die verpakt als handelswaar worden verkocht en niet ter plaatse worden geconsumeerd.

Dezelfde verpakte produkten worden ook door levensmiddelenbedrijven en supermarkten verkocht, maar dan zonder de belasting van 5%. Deze heffing op verpakte en niet-gereserveerde produkten betekent aldus een extra fiscale last voor de recreatieve bedrijfstak ten opzicht van de levensmiddelenbedrijven en supermarkten en is in strijd met de beginselen van de vrije mededinging.

Welke maatregelen kan de Commissie nemen om aan de geschetste ongelijke behandeling een einde te maken?

ANTWOORD

Zoals de Commissie reeds heeft opgemerkt in haar antwoord op schriftelijke vraag nr. 20/93 van de heer Kostopoulos , vormt het heffen van een gemeentelijke belasting op produkten die door ondernemingen in de recreatieve en dienstverleningssector verkocht worden (banketbakkerijen, cafés, restaurants, enz.), zodanig dat onderscheid wordt gemaakt naar de plaats waar de produkten verkocht worden, geen inbreuk op het communautaire belastingrecht.

In het bijzonder kan een dergelijke belasting niet gelijk worden gesteld aan een belasting over de omzet, welke door artikel 33 van de Zesde BTW-richtlijn verboden zou zijn. De belasting voldoet immers niet aan de criteria die door het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen zijn vastgesteld voor het aanmerken ervan als een omzetbelasting. Op dit moment is de Commissie niet voornemens voorstellen te doen om een gelijke verdeling van de fiscale lasten over alle handelaren te bewerkstelligen.

(P.B., nr. C 320/19 van 26 november 1993)

Aangehaalde teksten

1