Afschaffing van de fiscale binnengrenzen. Budgettaire effecten. Fiscale minwaarde. Controle van intracommunautaire · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

E332 1 maart 1994

Zoeken

Afschaffing van de fiscale binnengrenzen. Budgettaire effecten. Fiscale minwaarde. Controle van intracommunautaireAfschaffing van de fiscale binnengrenzen. Budgettaire effecten. Fiscale minwaarde. Controle van intracommunautaire transacties

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/e332-afschaffing-fiscale-binnengrenzen-budgettaire-effecten-f6e8

Nummer
E332
Datum
1 maart 1994

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Europees Parlement

Afschaffing van de fiscale binnengrenzen - Budgettaire effecten - Fiscale minwaarde - Controle van intracommunautaire transacties

VRAAG

Na de afschaffing van de douanecontroles aan de binnengrenzen is, wegens de niet-inning van B.T.W., een geweldig verlies aan belastinginkomsten geconstateerd dat alleen al in Griekenland 200 miljard drachme per jaar bedraagt. De gevolgen hiervan doen zich ook nog elders gevoelen, omdat, wanneer goederen ongecontroleerd worden ingevoerd en daarvoor geen B.T.W. wordt betaald, afgezien van het verlies aan belastinginkomsten ook de concurrentiepositie van de binnenlands geproduceerde goederen wordt aangetast.

Welke maatregelen denkt de Commissie ter bestrijding van dit verschijnsel te nemen en hoe staat zij tegenover enerzijds de voorstellen van de verenigingen van handelaren in de Lid-Staten van de Unie om de douanecontroles weer in te voeren en anderzijds het voorstel van het Griekse Voorzitterschap om aan de grenzen een procedure in te voeren waarbij de invoer van goederen als zodanig wordt geconstateerd, hetgeen een doeltreffend toezicht op de inning van de B.T.W. mogelijk zou maken?

ANTWOORD

De grote meerderheid der Lid-Staten deelt mede dat geen bijzondere problemen zijn ondervonden met de werking van de B.T.W.-overgangsmaatregelingen. Er bestaat geen betrouwbaar bewijs voor de stelling dat een daling van de belastingopbrengsten in bepaalde Lid-Staten te wijten zou zijn aan de nieuwe B.T.W.-regelingen. Bij elke beoordeling van de gevolgen voor de B.T.W.-opbrengsten moet rekening worden gehouden met de te voorziene aanpassing van het oude stelsel aan het nieuwe, en de voorzienbare gevolgen van de wijziging op het moment waarop de belasting betaalbaar wordt, alsmede met de vertraging van de economische activiteit in de Gemeenschap als geheel. In het licht hiervan kan niet worden geconcludeerd dat de nieuwe B.T.W.-regelingen rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor eventuele onverwachte verminderingen van de belastingopbrengsten.

Bovendien hebben verschillende Lid-Staten voorzorgsmaatregelen getroffen om eventuele potentiële negatieve gevolgen van de wijzigingen van het B.T.W.-stelsel zo gering mogelijk te maken door bijzondere inspanningen te doen, bijvoorbeeld het inlichten van bedrijven in het intracommunautaire handelsverkeer, en de opleiding van hun belastinginspecteurs.

Voor de naleving van de belastingregels en het toezicht op de belastinginning in de Lid-Staten zijn in hoofdzaak de nationale autoriteiten verantwoordelijk. Het communautaire karakter van de transacties wijzigt niets aan het feit dat de plaats van belastingheffing is gelegen in de Lid-Staat waarin het belastbare feit zich voordoet. Ten gevolge hiervan zijn de middelen voor de controle van deze transacties fundamenteel dezelfde als bij binnenlandse transacties. Het toezicht op intracommunautaire transacties wordt echter aangevuld door de toenemende administratieve samenwerking tussen de nationale belastingadministraties. Niettemin berust de doeltreffendheid van het gecomputeriseerde stelsel van uitwisseling van informatie dat tussen de Lid-Staten is opgezet nog steeds op de goede benutting van de verstrekte informatie door de nationale autoriteiten.

Harerzijds heeft de Commissie toegezegd nauw samen te werken met de Griekse autoriteiten, teneinde eventuele problemen en maatregelen die door de Griekse autoriteiten kunnen worden genomen om het toezicht op de B.T.W.-inning in Griekenland te verbeteren, te identificeren. Er kan voor de Commissie geen sprake zijn van de wederinvoering van douanecontroles aan de binnengrenzen, in welke vorm dan ook.