BTW-heffing op bedieningsgeld · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

E2869 19 oktober 2001

Zoeken

BTW-heffing op bedieningsgeld

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/e2869-btw-heffing-bedieningsgeld-kuntz-bf47

Nummer
E2869
Datum
19 oktober 2001

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Europees Parlement

BTW-heffing op bedieningsgeld

VRAAG

Sinds 1 oktober is de BTW-heffing op bedieningsgeld voor het personeel in de horeca en in het kappersvak in Frankrijk verplicht.

Frankrijk was tot dan toe nochtans vrijgesteld van deze BTW-heffing,uit hoofde van beschikking 89/487/EEG van de Raad van 28 juli 1989 PB L 239 van 16.8.1989, blz. 21 waarbij de Franse Republiek wordt gemachtigd een van artikel 17, lid 6, tweede alinea,van de zesde richtlijn 77/388/EEG PB L 145 van 13.6.1977, blz. 1 betreffende de harmonisatie van de wetgevingen der lidstaten inzake omzetbelasting afwijkende maatregel toe te passen.

Aan deze vrijstelling werd een einde gemaakt door een arrest van het Hof van Justitie van afgelopen 29 maart.Waarom heeft de Raad niet gezorgd voor de verlenging van een regeling die alleen het Hof en de Commissie dwars zat? En vooral,waarom wordt de BTW-heffing op bedieningsgeld verplicht gesteld in de context van de invoering van de euro, die op zich reeds een inflatoir effect heeft,gezien de omrekeningskoers (6,55957 FF voor een euro) en de noodzakelijke maar delicate afronding bij de omrekening van prijzen? Kan de Raad uitleggen waarom hij zich niet heeft verzet tegen deze absurde timing en dus het risico wil lopen van een recessie, door de consumptie van particulieren, nochtans de motor van de economische groei, te ontmoedigen?

ANTWOORD

(18 maart 2002)

De aan Frankrijk bij Beschikking 89/487/EEG van de Raad van 28 juli 1989 toegestane afwijking, waarnaar het geachte parlementslid in zijn vraag verwijst,en die door het Hof van Justitie op 19 september 2000 (gevoegde zaken C-177/99 en C-181/99) nietig is verklaard, heeft geen betrekking op het bedieningsgeld maar op het recht op aftrek van de BTW.

In het arrest van 29 maart 2001 Zaak C-404/99 , waaraan het geachte parlementslid refereert, heeft het Hof vastgesteld dat de Franse Republiek,door onder bepaalde voorwaarden toe te staan dat het bedieningsgeld van de maatstaf van heffing voor de BTW wordt uitgesloten, de verplichtingen die op haar rusten krachtens de zesde BTW-richtlijn niet nagekomen is.

Tenslotte wordt eraan herinnerd dat de Raad, in het Verdragsysteem,op voorstel van de Commissie handelt.

Aangehaalde teksten

3