Goederenvervoer. Verplicht document opgelegd door de Italiaanse autoriteiten. Verplichting beperkt · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

E1674 28 juni 1993

Zoeken

Goederenvervoer. Verplicht document opgelegd door de Italiaanse autoriteiten. Verplichting beperktGoederenvervoer. Verplicht document opgelegd door de Italiaanse autoriteiten. Verplichting beperkt tot het nationaal grondgebied. Overeenstemming met het communautaire recht

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/e1674-goederenvervoer-verplicht-document-opgelegd-italiaanse-76dc

Nummer
E1674
Datum
28 juni 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

19 paragrafen

Vr. en Antw., Europees Parlement

BTW-Rev., nr. 108, 413, nr. 16

Goederenvervoer - Verplicht document opgelegd door de Italiaanse autoriteiten - Verplichting beperkt tot het nationaal grondgebied - Overeenstemming met het communautaire recht

VRAAG

1. Vormt de «Bolla di accompagnamento dei beni viaggianti» (BDA) de facto een obstakel voor het vrije verkeer van goederen? Welke maatregelen is de Commissie van plan te nemen?

2. Houdt de BDA een benadeling in van de Italiaanse vervoerders die uitsluitend in het binnenland opereren en onderworpen zijn aan een strenge controle? Welke maatregelen is de Commissie van plan te nemen?

3. Is er geen tegenspraak tussen handhaving van de BDA-vereiste in Italië en de doelstelling van de Gemeenschap alle obstakels voor de interne markt uit de weg te ruimen? Welke maatregelen is de Commissie van plan te nemen?

4. Kan de Commissie mijn algemene indruk bevestigen dat zij de in de Lid-Staten bestaande belemmeringen en commerciële benadeling van postorderverkoop in de nieuwe interne markt stilzwijgend tolereert?

5. Kan de Commissie verklaren hoe bovengenoemde algemene indruk als gevolg van diverse bureaucratische maatregelen van haar ambtenaren is kunnen ontstaan?

6. Is de Commissie nu voornemens een algemeen plan uit te werken om deze vorm van handeldrijven (postorderverkooop, enzovoorts) volledig te liberaliseren en, zo ja, in welke spanne tijds? Zo neen, waarom niet, en welke stappen moeten eventueel aan dit algemeen plan voorafgaan?

ANTWOORD

1. De «Bolla di accompagnamento» werd bij Decreet nr. 627 van de president van de Republiek van 6 oktober 1978 vastgesteld en had zowel tot doel de inning van de BTW te verzekeren als de doorzichtigheid van het handelsverkeer te waarborgen.

Die verplichting was van toepassing op alle goederen die binnen het nationaal grondgebied worden vervoerd, ongeacht of het gaat om nationale producten of om producten van oorsprong uit andere Lid-Staten. De verzender verkreeg het begeleidend borderel voor de in Italië ingevoerde goederen aan de grenspost (overeenkomstig art. 2 van bovengenoemd decreet). Bij die gelegenheid betaalde de verzender aan de douane-autoriteiten de BTW over de ingevoerde producten, verschafte hij zich het begeleidend borderel voor het vervoer van de goederen en vervoerde hij deze naar hun eindbestemming. Die toestand veranderde als gevolg van de opheffing van de controles van goederen aan de Italiaanse grenzen sinds 1 januari 1993, zoals bepaald in de Italiaanse wet nr. 489 van 19 december 1992, en de inwerkingtreding van Richtlijn 91/680/EEG van de Raad van 16 december 1991 tot aanvulling van het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en tot wijziging, met het oog op de afschaffing van de fiscale grenzen, van Richtlijn 77/388/EEG.

De Commissie was van mening dat de modaliteiten voor de verkrijging van het document, in zoverre de vervoerder verplicht bleef om ofwel aan de grens te stoppen om zich de «Bolla» te verschaffen, ofwel een vertegenwoordiger in Italië moest hebben bij wie hij dit document kon verkrijgen, een maatregel zouden kunnen vormen waardoor het vrije verkeer van goederen wordt belemmerd. Bijgevolg heeft de Commissie contact opgenomen met de Italiaanse autoriteiten, die erop hebben gewezen dat het Italiaanse Ministerie van Financiën op 5 januari 1993 een nota heeft verspreid binnen alle bevoegde administraties. Daarin wordt verduidelijkt dat de verplichting om over de «Bolla» te beschikken slechts geldt voor het binnenlandse verkeer, met een plaats op het italiaanse grondgebied als plaats van herkomst en als plaats van bestemming, en voor de goederen afkomstig uit derde landen.

2 en 3. Het feit krachtens de thans geldende regeling de «Bolla» alleen verplicht is voor de vervoerders afkomstig van en met bestemming een plaats die zich op het Italiaanse grondgebied bevindt, vormt geen belemmering van het intracommunautaire handelsverkeer, terwijl de omgekeerde discriminatie, dat wil zeggen die welke de Lid-Staat toepast ten opzichte van zijn eigen onderdanen, niet valt onder de toepassing van artikel 30 van het EEG-Verdrag.

4 en 5. Een andere analyse van de Commissie wordt verklaard door het feit dat de verplichting van de «Bolla» terzelfdertijd is onderzocht in het licht van artikel 30 van het EEG-Verdrag en op grond van de nieuwe regeling betreffende de BTW die is ingevoerd bij bovengenoemde Richtlijn 91/680/EEG van de Raad.

Krachtens de in die richtlijn vastgestelde overgangsregeling hebben de Lid-Staten tot en met 31 december 1996 de mogelijkheid om andere verplichtingen vast te stellen die zij noodzakelijk achten om de juiste inning van de BTW te verzekeren en om fraude te vermijden, onder voorbehoud van de gelijke behandeling van binnenlandse operaties en operaties die tussen de Lid-Staten worden uitgevoerd door belastingplichtigen, en op voorwaarde dat die verplichtingen bij het handelsverkeer tussen de Lid-Staten niet leiden tot formaliteiten die verband houden met het overschrijden van een grens (art. 28nonies van Richtlijn 77/388/EEG). Indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, zou de vereiste van de «Bolla» voor de goederen uit andere Lid-Staten in overeenstemming zijn met de Zesde Richtlijn. In het geval van Italië zou het probleem bovendien moeten zijn opgelost door de circulaire van de Italiaanse Minister van Financiën van 5 januari 1993, waarbij de verplichting inzake de «Bolla» volledig werd afgeschaft voor het vervoer dat uit een andere Lid-Staat afkomstig is. Wat betreft de postorderverkoop tussen de Lid-Staten, deze omvat een vervoer van goederen afkomstig uit een land van de Gemeenschap naar Italië en bijgevolg valt deze ingevolge de hogervermelde Italiaanse circulaire niet onder de verplichting inzake de «Bolla».

6. De Commissie heeft aan de Raad een voorstel gezonden voor een richtlijn die tot doel heeft de rechtsregels betreffende de verkoop op afstand te harmoniseren.

(P.B., nr. C 327/32 van 3 december 1993)

Aangehaalde teksten

2
EEG-Verdrag art. 302 voorkomens