Vr. en Antw., Senaat, 1980-1981, nr. 45, blz. 1755-1756
Fiscaal regime - Vergoeding uitbetaald aan afgevaardigde bestuurder.
VRAAG
In de schoot van een naamloze vennootschap ontstaan meningsverschillen in de raad van bestuur.
Tenslotte beslist de algemene vergadering de afgevaardigde bestuurder van zijn mandaat te ontheffen. Aangezien deze bestuurder niet tevens door een dienstkontrakt met de vennootschap verbonden was, kan de vennootschap aan zijn mandaat een einde maken zonder enige vergoeding. Ten einde evenwel te beletten dat de bestuurder na het verlaten van de vennootschap gelijkaardige activiteiten zou gaan ontwikkelen wordt een akkoord afgesloten waarbij de vennootschap zich verbindt aan de bestuurder gedurende een periode van bijvoorbeeld vijf jaar een zekere som uit te betalen als schadevergoeding voor zijn activiteitsverzaken in de bewuste sector.
De vraag is nu welk het fiskaal regime is van deze betaalde vergoeding. Zij kan niet als een vergoeding aan een bestuurder worden beschouwd, aangezien de persoon in kwestie geen enkel mandaat meer vervult. Het is evenmin een pensioen omdat er tussen de vennootschap en de bestuurder geen enkele reden tot dankbaarheid bestaat. Het is een schadevergoeding die bij wijze van minnelijke schikking tussen beide partijen wordt bepaald wegens het verzaken van de gewezen bestuurder aan een gedeelte van zijn recht op arbeid.
Voor zover wij hebben kunnen nagaan zijn dergelijke vergoedingen niet voorzien in de diverse bepalingen van het WIB. Tevens vragen wij ons af of in dergelijke omstandigheden over deze vergoedingen BTW verschuldigd is.
Mag de geachte Minister vragen zijn mening te willen mededelen ?
ANTWOORD
In het door het geachte Lid bedoelde geval is de contractuele vergoeding die de vennootschap toekent aan de afgevaardigde-bestuurder aan wiens mandaat een einde wordt gemaakt, een onder de artikelen 20, 5°, en 32bis, 1e lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen te rangschikken bedrijfsinkomen.
De bezoldiging vertegenwoordigd door die vergoeding is een pensioen voor bewezen diensten en is als zodanig belastbaar (zie arrest van het Hof van cassatie dd. 7 maart 1939 inzake De Winter).
Deze vergoeding is evenwel niet onderworpen aan de belasting over de toegevoegde waarde, aangezien zij niet kan worden aangemerkt als de prijs van een in het BTW-Wetboek bedoelde handeling.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.