Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Gebouw. Woning. Bouwmateriaal. Bouwsector. Maatstaf · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

98 2 maart 1976

Zoeken

Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Gebouw. Woning. Bouwmateriaal. Bouwsector. MaatstafWerk in onroerende staat. Onroerend goed. Gebouw. Woning. Bouwmateriaal. Bouwsector. Maatstaf van heffing. Normale waarde. Minimummaatstaf van heffing. Bouwmateriaal. Deskundige schatting. Bouwwaarde. Bewijs. Bouwdossier

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/98-werk-in-onroerende-staat-onroerend-3665

Nummer
98
Datum
2 maart 1976

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

9 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer G.Z. 1975-1976 blz. 1586

Werk in onroerende staat - Onroerend goed - Gebouw - Woning - Bouwmateriaal - Bouwsector - Maatstaf van heffing - Normale waarde - Minimummaatstaf van heffing - Bouwmateriaal - Deskundige schatting - Bouwwaarde - Bewijs - Bouwdossier

VRAAG

Uit een vorig antwoord is gebleken dat de administratie richtlijnen geeft aan haar ambtenaren om de normale bouwwaarde vast te stellen. Deze stoelen op prijzen en waarden die in de bouwsektor, in de streek van de ligging van het opgerichte gebouw, toepasselijk zijn.

ANTWOORD

Mag ik dan ook de achtbare Minister verzoeken me voor elk arrondissement van het land mee te delen welke de afwijkende coëfficiënt is die toegepast wordt, uitgaande ervan dat deze in Brussel-hoofdstad gelijk is aan honderd ?

Antwoord: Voor de beginselen en grondslagen waarop de administratieve richtlijnen steunen voor het bepalen van de normale waarde van werk in onroerende staat dat betrekking heeft op een pas opgericht gebouw, verwijs ik het geacht Lid naar mijn antwoord op de vraag nr. 132 van 25 maart 1975 van de heer Férir (zie bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 26, van 29 april 1975, Kamer, zitting 1974-1975, blz. 1.909) en naar mijn antwoord op de vraag nr. 98 van 12 mei 1975 van senator R. Vandekerckhove (zie bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 35, van 3 juni 1975, Senaat, gewone zitting 1974-1975, blz. 1.363).

Wat de inhoud evenwel betreft van die administratieve richtlijnen is het zoals reeds werd geantwoord op de vraag nr. 166 van 21 mei 1975 van de heer Burgeon (1) (zie bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 32, van 10 juni 1975, Kamer, zitting 1974-1975, blz. 2.302) niet gebruikelijk dat de fiskale administraties hun controlerichtlijnen bekend maken.

(1) Z. Revue nr. 22, blz. 332, art. 32, BTW-Wetboek.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 321 voorkomen