Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Gebouw. Woning. Bouwmateriaal. Bouwsector. Administratieve geldboete. · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

166 21 mei 1975

Zoeken

Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Gebouw. Woning. Bouwmateriaal. Bouwsector. Administratieve geldboete.Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Gebouw. Woning. Bouwmateriaal. Bouwsector. Administratieve geldboete. Ontoereikende maatstaf. Maatstaf van heffing. Normale waarde. Minimummaatstaf van heffing. Bouwmateriaal. Deskundige schatting. Eigen werk. Bouwdossier

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/166-werk-in-onroerende-staat-onroerend-578f

Nummer
166
Datum
21 mei 1975

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

30 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer G.Z. 1974-1975 blz. 2302

Werk in onroerende staat - Onroerend goed - Gebouw - Woning - Bouwmateriaal - Bouwsector - Administratieve geldboete - Ontoereikende maatstaf - Maatstaf van heffing - Normale waarde - Minimummaatstaf van heffing - Bouwmateriaal - Deskundige schatting - Eigen werk - Bouwdossier

VRAAG

De Administratie van de BTW bepaalt de waarde van nieuwe gebouwen en van verbouwde woningen volgens normen die particulieren niet bekend zijn. Op die waarde wordt dan 14 % BTW berekend.

Wanneer een particulier over die waarde uitleg vraagt, antwoordt het hoofd van de Controledienst meestal dat de waarde zo juist mogelijk is berekend in het voordeel van de belastingplichtige en dat de belasting aanleiding tot interesten en boeten zal geven als zij niet binnen de gestelde termijn is betaald.

Het hoofd van de Controledienst verschuilt zich achter een boek met de normen en toelichtingen, die particulieren niet mogen kennen, terwijl voor de inning van de belasting bij andere belastingplichtigen die een beroep als zelfstandige uitoefenen, boeken, omzendbrieven en forfaitaire belastingschalen worden uitgegeven.

De Administratie zendt de eigenaar allerlei documenten en nadat deze bij de Controledienst zijn ingediend, zendt deze een verzoek tot betaling met het bedrag van de BTW en de totale waarde van de woning.

Het zou zakelijker zijn als daaraan een berekeningsblad was toegevoegd. De eigenaar zou dan de waarde van zijn gebouw kunnen bepalen volgens de normen van de Administratie, en hij zou daarmee ook over de nodige toelichtingen beschikken.

Mijn vragen zijn de volgende:

1. Kan de eigenaar over de waarde van zijn woning uitleg of verduidelijking bekomen zonder opneming door een deskundige ?

2. Kan de eigenaar vernemen hoe de waarde van zijn woning wordt berekend ?

3. Kan de eigenaar uitstel van betaling en kwijtschelding van de boeten en interesten bekomen, wanneer hij zich ertoe verbindt zijn betalingen op de overeengekomen data te verrichten ?

4. De Administratie houdt de richtlijnen voor de berekening van de waarde van de bouw geheim, maar bij de opneming door een deskundige zijn die normen bekend. Is dat geen ongelijke behandeling ?

5. Is de hoofdcontroleur niet gemachtigd de grondslag mee te delen volgens welke de waarde van het gebouw is berekend ?

6. Zou het niet logischer zijn tot een akkoord tussen de partijen te komen in plaats van tot een deskundige schatting over te gaan ?

7. Lijkt het U niet gewenst dat de hoofdcontroleurs de bezwaarschriften van particulieren die gebouwd hebben, in ontvangst zouden nemen en deze zorgvuldig zouden onderzoeken ?

ANTWOORD

1 en 2. De Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen heeft interne richtlijnen gegeven aan zijn hoofdcontroleurs ten einde hen behulpzaam te zijn bij het bepalen van de normale waarde van werk in onroerende staat dat betrekking heeft op op te richten gebouwen.

Die richtlijnen werden gegeven met inachtneming van wat is bepaald in artikel 32, 2de lid, van het BTW-Wetboek, inzonderheid wat de diensten tot oprichting van een woning betreft met inaanmerkingneming van de prijzen toepasselijk in de bouwsector, de geplaatste of verwerkte bouwmaterialen en de aard van de constructie.

Het is niet gebruikelijk dat de fiskale administraties hun controlerichtlijnen bekend maken, want zulke publikatie zou uiteindelijk de fiskale fraude bevorderen.

3. Wanneer de bouwheer van een pas opgerichte woning het eens is over het bedrag van de door de Administratie vastgestelde onvoldoende heffing kan hij, voor het vereffenen valt de verschuldigde sommen, een regeling van betaling bekomen mits het indienen van een gemotiveerd verzoekschrift bij de bevoegde BTW-ontvanger.

Over de te betalen BTW zijn geen interesten verschuldigd zelfs niet wanneer een betalingsregeling wordt toegestaan, maar een administratieve geldboete wordt opgelopen op grond van artikel 70, § 5, van het BTW-Wetboek. Voor de vaststelling van die boete worden de Algemene Richtlijnen voor de vermindering van de geldboeten inzake BTW, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 26 juni 1973, toegepast; die richtlijn vermindert aanzienlijk die boeten naargelang van de grootte van de ontoereikende maatstaf.

4 en 5. Het instellen van de vordering tot schatting is geen gerechtelijke procedure bestemd om de rechtbank voor te lichten omtrent de wijze waarop de Administratie de normale waarde van de te schatten diensten heeft vastgesteld.

In geval van deskundige schatting vermeldt de Administratie enkel de door haar geschatte normale waarde van elke te schatten dienst.

De deskundige of, in voorkomend geval, de drie gezamenlijk optredende deskundigen aan wie de schatting is opgedragen gaan, op het tijdstip bepaald in artikel 16 van het koninklijk besluit nr. 15, van 3 juni 1970, en met inachtneming van wat is bepaald in artikel 32, 2de lid, van het BTW-Wetboek, de normale waarde na van de in de vordering tot schatting vermelde diensten.

De door de deskundige (n) vastgestelde normale waarde geldt zowel ten opzichte van de Administratie als ten opzichte van de bouwheer als de minimum-maatstaf van heffing van de BTW.

6 en 7. Ik kan het geacht Lid verzekeren dat de Administratie aan haar ambtenaren richtlijnen heeft gegeven om, vooraleer de vordering tot schatting in te stellen, tijdens een onderhoud met de eigenaar, de opmerkingen en bezwaren van deze laatste nauwgezet te onderzoeken en aldus te pogen een akkoord te bereiken. Met dat doel is het van groot belang dat de eigenaar de bevoegde hoofdcontroleur in kennis stelt van de net de aannemer(s) gesloten contracten, de nodige informatie verstrekt betreffende de gebruikte of verwerkte bouwmaterialen en tevens het bewijs levert van de door hem of met de kosteloze hulp van derden uitgevoerde werken.

De hoofdcontroleurs moeten alle ingediende verzoekschriften onderzoeken en, indien geen akkoord met de eigenaar kan worden bereikt, passende voorstellen voorleggen aan hun gewestelijke directeur.

In geval uiteindelijk geen akkoord wordt bereikt, laat artikel 18 van het evengenoemde koninklijk besluit nr. 15, de eigenaar uitdrukkelijk toe tegen de Administratie een deskundige schatting te vorderen.

Z. BTW-Revue nr. 26, blz. 230, nr. 3, art. 32, BTW-Wetboek.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 321 voorkomen
WBTW art. 701 voorkomen

Administratieve doctrine

2

« … zijn, de geplaatste of verwerkte materialen en de aard van de constructie. Het is niet gebruikelijk dat de fiscale administraties hun controlerichtlijnen bekend maken, want zulke publikatie zou uiteindelijk de fiscale fraude bevorderen (zie antwoord op de vraag nr. 166 van 21 mei 1975 (2) van de heer Volksvertegenwoordiger Burgeon, bulletin van Vragen en Antwoorden, nr. 32 van 10 juni 1975, Kamer, zitting 1974-1975. (1) Z. Revue nr. 24, blz. 92, nr. 6, art. 64, § 4 BTW-Wetboek. (2) Z. Revue nr. 22, blz. 332, nr. 3, art. 32, BTW-Wetboek »

Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Gebouw. Bouwmateriaal. Bouwsector. Maatstaf van heffing.Parlementaire vraag17.09.1982

Bekijk de 2 documenten