Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 104, blz. 10.774-10.775
BTW - Aanschrijving nr. 25 van 24 december 1993 - Schriftelijk onderwijs.
VRAAG
Particuliere handelsmaatschappijen bieden met behulp van grote reclamecampagnes de meest uiteenlopende schriftelijke opleidingscursussen aan, na afloop waarvan een diploma wordt uitgereikt waarop men zich moeilijk kan laten voorstaan omdat het betrokken getuigschrift niet officieel wordt erkend. Naar verluidt zou op die dienstverlening geen BTW worden geheven, wat verwonderlijk is, gelet op de aangerekende prijzen en het duidelijk winstgevend karakter van die handel in opleidingen.
1. Is het juist dat op de verkoop van schriftelijke opleidingscursussen door handelsmaatschappijen geen BTW wordt geheven ?
2. Zo ja, om welke redenen ?
3. Dient in het BTW-stelsel geen onderscheid te worden gemaakt tussen de gesubsidieerde erkende opleidingen (waarop geen BTW wordt geheven) en die die niet aan die voorwaarden voldoen en waarop derhalve BTW moet worden geheven ?
ANTWOORD
Voor 1 januari 1994 gold de vrijstelling beoogd in artikel 44, § 2, 4°, van het BTW-wetboek ten aanzien van het verstrekken van school- of universitair onderwijs, beroepsopleiding en -herscholing, ongeacht de aard van de instelling die die diensten verstrekte.
De Europese Commissie heeft de Belgische Staat evenwel aangemaand haar reglementering te wijzigen om reden dat de administratie de vrijstelling van de BTW inzake onderwijs te ruim interpreteerde.
De Administratie van de BTW, registratie en domeinen heeft bijgevolg de draagwijdte van die vrijstelling aangepast en beperkt in een nieuwe aanschrijving nr. 25, van 24 december 1993, die in principe van toepassing is vanaf 1 januari 1994.
Volgens de nieuwe reglementering is de wijze waarop het onderwijs wordt verstrekt op zich geen voorwaarde voor de vrijstelling : schriftelijk onderwijs kan dus vrijgesteld zijn voor zover de voorwaarden met betrekking tot de aard van het onderwijs en de hoedanigheid van de dienstverrichter zijn vervuld.
Algemeen geldt de vrijstelling wanneer het school- of universitair onderwijs, de beroepsopleiding en -herscholing wordt verstrekt door privaatrechtelijke instellingen die geen winstoogmerk hebben en de ontvangsten uit de vrijgestelde activiteit uitsluitend worden gebruikt tot dekking van de kosten van die activiteit. Het onderwijs moet bovendien worden gegeven gedurende een periode die overeenstemt met een school- of academisch jaar, met inachtneming van een pedagogisch programma en de organisatie van examens met het oog op het afleveren van een geschrift (diploma, attest, getuigschrift, brevet).
Hieruit volgt dat, in tegenstelling tot wat het geacht lid stelt, de handelsondernemingen of de ondernemingen met commerciële doeleinden en zelfs de ondernemingen zonder winstoogmerk maar waarvan uit de boekhouding evenwel een winstoogmerk zou blijken, van de vrijstelling worden uitgesloten.
Indien het geacht lid evenwel een concreet geval beoogt, verzoek ik hem mij de gegevens eigen aan de zaak mee te delen, zodat ter zake een onderzoek kan worden ingesteld door de bevoegde diensten van de administratie.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.