Vr. en Antw., Kamer, 1997-1998, nr. 104, blz. 14139-14141
BTW-Revue nr. 133, blz. 30
Verhuur machines door buitenlandse venn.
VRAAG
1. Moet een buiten België maar binnen de EU gevestigd bedrijf dat een machine naar België vervoert om ze te verhuren aan een bedrijf dat BTW-plichtig is in België, de Belgische BTW betalen op die verhuur?
2.
a) Moet een buiten België maar binnen de EU gevestigd bedrijf dat in België een machine aankoopt om ze te verhuren aan een bedrijf dat BTW-plichtig is in België, de Belgische BTW betalen op die verhuur?
b) Hoe kan het bedrijf de Belgische BTW op de aankoop van de machine bij een Belgische leverancier terugkrijgen ?
3.
a) Moet een buiten België maar binnen de EU gevestigd bedrijf dat in België een machine aankoopt om ze te verhuren aan een bedrijf dat BTW-plichtig is in België, de Belgische BTW betalen op die dienstverlening als die buitenlandse vennootschap een vaste inrichting heeft in België (zelfde juridische entiteit) maar die vaste inrichting in de betrokken transactie niet optreedt omdat ze niet dezelfde beroepswerkzaamheid uitoefent als het buitenlandse moederbedrijf?
b) Hoe kan de buitenlandse vennootschap in dat laatste geval (het buitenlandse bedrijf heeft een vaste inrichting in België) de Belgische BTW op de aankoop van de machine in België teruggestort krijgen?
ANTWOORD
1. De verhuur van een lichamelijk roerend goed, in casu een machine, wordt aangemerkt als een dienst bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 4°, van het BTW-wetboek die, aangezien het niet gaat om een vervoermiddel, overeenkomstig artikel 21, § 3, 7°, h), van genoemd wetboek, geacht wordt plaats te vinden op de plaats waar de ontvanger van de dienst de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de dienst is verricht wanneer de dienst wordt verleend voor de economische doeleinden van een belastingplichtige die in de Gemeenschap in casu België doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd.
Rekening houdend met hetgeen voorafgaat vindt de beoogde handeling in België plaats zodat in de regel de buiten België gevestigde dienstverrichter er toe gehouden is de verhuur in België aan de BTW te onderwerpen maar in afwijking van het principe van de verschuldigheid van de belasting, zal de BTW verschuldigd zijn door de ontvanger van de dienst aangezien de dienstverrichter een buiten België gevestigde belastingplichtige is (BTW-wetboek, artikel 51, §§ 1 en 2, 1°, a)).
2.
a) De BTW in België is eveneens verschuldigd door de ontvanger van de dienst, in casu de in België voor de BTW geïdentificeerde onderneming en dit krachtens dezelfde als hiervoor vermelde bepalingen van het BTW-wetboek wanneer de in het buitenland gevestigde onderneming in dit geval de voor de verhuur bestemde machines in België koopt.
b) Vermits de dienstverrichter niet in België maar wel in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschap is gevestigd en hij op grond van artikel 1, eerste streepje, van het koninklijk besluit nr. 31 van 29 december 1992 met betrekking tot de toepassingsmodaliteiten van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van handelingen verricht door niet in België gevestigde belastingplichtigen, er niet toe gehouden is in België een aansprakelijke vertegenwoordiger te laten erkennen, kan de teruggaaf van BTW geheven van de aankoop van de machine worden verkregen op grond van de achtste richtlijn van de Raad van 6 december 1979.
De voorwaarden voor deze teruggaaf worden bepaald en toegelicht in de aanschrijving nr. 6 van 10 maart 1981, gepubliceerd in de BTW-Revue, nr. 49, blz. 426.
3.
a) Het feit dat de buiten België gevestigde onderneming die de machine verhuurt hier te lande over een vaste inrichting beschikt, heeft geen invloed op de regels inzake de bepaling van de plaats van de dienst zoals uiteengezet onder punt 1, welke van toepassing zijn op de beoogde handeling wanneer de drie volgende voorwaarden tesamen vervuld zijn:
•de opdracht moet gericht zijn aan de inrichting in het buitenland en blijken uit een schriftelijke bestelbon;
•de prijs (de periodieke vergoeding) moet worden gefactureerd door de inrichting in het buitenland;
•de prijs (de periodieke vergoeding) moet betaald worden aan de inrichting in het buitenland.
Wat betreft de schuldenaar van de belasting, dient volgend onderscheid te worden gemaakt:
•in de mate waarin, bovendien, de hiervoor bedoelde dienst wordt verstrekt door de buitenlandse zetel van de onderneming zonder enige materiële tussenkomst, in de uitvoering ervan of in de uitvoering van eraan ondergeschikte handelingen, van de vaste inrichting in België, beschouwt de Administratie de onderneming voor de toepassing van artikel 51, § 2, 1°, a), van het BTW-wetboek als een buiten België gevestigde belastingplichtige. De belasting is derhalve opeisbaar in hoofde van de klant, ontvanger van de dienst;
•indien, daarentegen, de vaste inrichting in België van de buitenlandse onderneming materieel tussenkomt in de uitvoering van de dienst of in de uitvoering van eraan ondergeschikte handelingen, is de dienstverrichter, overeenkomstig de algemene regel van artikel 51, § 1, 1°, van het BTW-wetboek, de schuldenaar van de belasting. De handeling moet worden opgenomen in de in België gehouden boekhouding en in de periodieke aangifte van de inrichting met betrekking tot de periode in de loop waarvan de belasting opeisbaar wordt voor die handeling.
b) De recuperatie van de Belgische BTW betaald naar aanleiding van de aankoop, in België, van de machine gebeurt steeds via de periodieke aangifte van de bovenbedoelde vaste inrichting.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.