Kamer, vragen en antwoorden, 2012-2013, QRVA 53/108 d.d. 12.04.2013, blz. 154
Problematiek van de btw-heffing en de diverse formules
van pooling bij de OVM's.
VRAAG
De hoofdopdracht van de openbare vastgoedmaatschappijen (OVM) in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is het ter beschikking stellen van sociale woningen, die verhuurd worden aan personen met een bescheiden inkomen en waarvan de berekeningswijze van de huurprijs door de regering vastgesteld wordt.
Bij de bepaling van de huurprijs geldt onder meer het belangrijke principe dat de basishuurprijs over het algemeen wordt verminderd aan de hand van de verrekeningscoëfficiënt die gekoppeld is aan het - bescheiden - inkomen van de huurder. Ook andere regels die de OVM's moeten naleven, zorgen ervoor dat de huurprijs lager ligt dan de normale huurwaarde.
Als noodzakelijk gevolg van die hoofdopdracht moeten de OVM's "onroerende goederen aankopen, verbouwen, saneren, renoveren of onderhouden om ze te verhuren aan personen die beantwoorden aan de toegangsvoorwaarden tot de sociale huisvesting" (artikel 57 van de Brusselse Huisvestingscode), een taak die tot hun "openbare dienstverlening" hoort.
1. Kunt u bevestigen dat de OVM's, gelet op hun opdrachten, in het toepassingsgebied vallen van artikel 44, §2, 2° van het Btw-Wetboek, dat luidt:
"Van de belasting zijn eveneens vrijgesteld: [...] de diensten en leveringen van goederen die nauw samenhangen met maatschappelijk werk, met de sociale zekerheid en met de bescherming van kinderen en jongeren, en die worden verricht door publiekrechtelijke lichamen of door andere organisaties die door de bevoegde overheid als instellingen van sociale aard worden erkend.
Worden met name bedoeld :
- de instellingen die de bejaardenzorg tot doel hebben;
- de kinderbewaarplaatsen, de zuigelingentehuizen en de instellingen die in hoofdzaak het toezicht over jongelui en de zorg voor hun onderhoud, opvoeding en vrijetijdsbesteding tot doel hebben;
- de instellingen voor gezinshulp; - de centra voor levens- en gezinsvragen; - de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen;
- de psycho-medisch-sociale centra en de centra voor leerlingenbegeleiding;
- de instellingen die de gehandicaptenzorg tot doel hebben;
- de instellingen die de begeleiding, de omkadering of de opvang van personen die zich in materiële of morele moeilijkheden bevinden tot doel hebben;
- de instellingen bedoeld in het koninklijk besluit van 17 december 2003 betreffende de subsidiëring van instellingen die voorzien in een gespecialiseerde begeleiding voor burgers die betrokken zijn in een gerechtelijke procedure;
- de externe diensten erkend bij het koninklijk besluit van 27 maart 1998 betreffende de externe diensten voor preventie en bescherming op het werk."
2. Om efficiënter te werken en de huurders van een sociale woning dus beter te helpen (door schaalvoordelen, de uitwisseling van knowhow in een sector waar specifieke technische bekwaamheden vereist zijn, enz.) zouden de OVM's in principe een deel van hun personeel kunnen poolen.
Kunt u bevestigen dat, wanneer een OVM een werknemer detacheert naar een andere OVM, de in artikel 44, §2, 2° van het Btw-Wetboek bedoelde vrijstelling van toepassing is op de betaling die de detacherende OVM vraagt aan de andere OVM, aangezien dat ook een dienst is die nauw samenhangt met maatschappelijk werk en wordt verricht door een organisatie die door de bevoegde overheid als een instelling van sociale aard wordt erkend?
3. Kunnen OVM's die een deel van hun personeel willen poolen, een zelfstandige groepering oprichten zoals bedoeld bij artikel 44, §2, 1°bis van het Btw-Wetboek en aldus een btw-vrijstelling genieten?
4. Is er een andere werkwijze mogelijk om te vermijden dat er btw moet betaald worden op de financiële tegenprestatie voor een dienst of levering in het kader van die openbare dienstverlening die nauw samenhangt met maatschappelijk werk?
5. OVM's vormen soms federaties, die in artikel 2, 23° van de Brusselse Huisvestingscode worden omschreven als "de verenigingen van openbare vastgoedmaatschappijen die de regering als zodanig erkend heeft".
Zouden die federaties, met het oog op de pooling van hun middelen (die de openbare dienstverlening welke nauw samenhangt met maatschappelijk werk, ten goede komt), personen in dienst kunnen nemen met de uitsluitende bedoeling hen afhankelijk van de behoeften te detacheren bij een van de lidmaatschappijen, zonder dat er btw verschuldigd is op de prijs van die dienst, waarvoor enkel de reële kosten worden aangerekend, zonder enige winstmarge?
6. In voorkomend geval zou er eventueel een toelage kunnen worden toegekend aan een of meer OVM's of aan de federaties van OVM's voor de financiering van gepoold personeel.
Kunt u bevestigen dat dergelijke toelagen niet bij de maatstaf van heffing van de btw zouden worden gerekend in de in vraag 2 en vraag 5 beschreven gevallen, en dat die vrijstelling zou gelden voor alle personeelskosten die verband houden met het verrichten van die diensten?
ANTWOORD
( van de Minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)
Antwoord 1. en 2. De openbare vastgoedmaatschappijen (hierna "OVM's") worden niet als dusdanig beoogd door de vrijstelling van artikel 44, § 2, 2°, van het Btw-Wetboek en evenmin door enige andere bepaling van bedoeld Wetboek. Daarentegen zijn de door hen verrichte verhuringen van onroerende goederen uit hun aard in principe vrijgesteld van de belasting op grond van artikel 44, § 3, 2°, van het Btw-Wetboek.
3. Bovendien dient, wat de vrijstelling van artikel 44, § 2, 1°bis, van het Btw-Wetboek betreft, voor de toepassingsvoorwaarden, verwezen te worden naar het koninklijk besluit nr. 43 van 5 juli 1991 met betrekking tot de vrijstelling op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde ten aanzien van de door zelfstandige groeperingen van personen aan hun leden verleende diensten, alsook naar de aanschrijving nr. 3 van 9 mei 1996.
4. en 5. Hoe dan ook overstijgt een volledig onderzoek, op het vlak van de btw, van de verschillende werkzaamheden die door de OVM's worden verricht, het kader dit antwoord. Ik nodig het geachte lid uit om mij eventueel het geheel van feitelijke en rechtselementen met betrekking tot deze problematiek mede te delen, met dien verstande dat het de betrokken vennootschappen evenwel vrij staat om rechtstreeks de administratie te contacteren.
6. Opdat een subsidie tot de maatstaf van heffing van een belastbare handeling zou behoren en derhalve onderworpen zou zijn aan de btw, is tenslotte vereist dat deze "rechtstreeks verband houdt met de prijs". Dit begrip wordt verduidelijkt in punt 115/2 van de Btw-Handleiding.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.