Betalend parkeren op de openbare weg · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

937 25 februari 1994

Zoeken

Betalend parkeren op de openbare weg

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/937-betalend-parkeren-openbare-weg-ramoudt-4007

Nummer
937
Datum
25 februari 1994

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Bull. nr. 741, pag. 2045

Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 106, blz. 11049-11050

Betalend parkeren op de openbare weg

VRAAG

Te Oostende werd onlangs een contract gesloten met een privé-firma voor het beheer van de openbare weg als parking. Het daartoe opgestelde verkeersplan voorziet in verschillende betaalzones. De betaalautomaten leveren een parkeerticket waarop datum, uur, bedrag en zone worden vermeld. Het vermeldt evenwel niet dat de eventuele BTW in het bedrag is inbegrepen.

1. Dient men BTW te betalen op de parkeergelden ?

2. Aanvaarden de controleurs van belastingen desgevallend de parkeertickets als een exploitatiekost voor de bedrijven ?

3. Indien niet, waarom ?

ANTWOORD

Inzake BTW.

1. De privé-firma aan wie de stad Oostende het beheer van het betalend parkeren op de openbare weg heeft toevertrouwd, heeft aan de Centrale administratie van de BTW, registratie en domeinen de tussen voornoemde partijen gesloten overeenkomst bezorgd teneinde de toepasselijke BTW-regeling te bepalen.

Ingevolge die overeenkomst treedt de privé-firma, omwille van de gemeentereglementen die van toepassing blijven ten aanzien van betalend parkeren op de openbare weg, op als lasthebber van de stad Oostende, en verricht in die hoedanigheid ten bate van laatstgenoemde een dienst als bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1° en 3°, van het BTW-wetboek die belastbaar is tegen het normale tarief, dat thans 20,5 % bedraagt.

Anderzijds is het betalend parkeren op de openbare weg zelf niet met BTW belastbaar in hoofde van de stad Oostende vermits laatstgenoemde ten aanzien van het ter beschikking stellen van parkeergelegenheid op de openbare weg niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige heeft. Het ter beschikking stellen van dergelijke parkeerplaatsen is immers niet bedoeld in artikel 1, 2°, eerste streepje van het koninklijk besluit nr. 26 van 2 december 1970 met betrekking tot het onderwerpen van de openbare instellingen aan de belasting over de toegevoegde waarde.

Inzake inkomstenbelastingen.

2 en 3. Parkeerkosten zijn in principe aftrekbare beroepskosten in de mate dat zij verband houden met beroepsverplaatsingen.

Die kosten moeten bij toepassing van het artikel 66 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 bovendien, naar het geval, worden onderworpen aan de inzake autokosten bestaande beperking van 75 % of worden geacht in de volgens de zogenaamde "6 Belgische frank-regel" berekende autokosten inzake woon-werk-verkeer te zijn begrepen.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 181 voorkomen