Garages. Nummerplaatregister · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

936 11 juni 1997

Zoeken

Garages. NummerplaatregisterGarages. Nummerplaatregister.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/936-garages-nummerplaatregister-duquesne-garage-d7df

Nummer
936
Datum
11 juni 1997

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

21 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, nr. 96, 1996-1997, blz. 13031-13033

BTW-Revue nr. 131, blz. 1149

Garages. - Nummerplaatregister.

VRAAG

Naar verluidt controleren ambtenaren van het ministerie van Financiën (BTW of douane) in garages een "nummerplaatregister" waarin het plaatnummer van de voertuigen die zich op het ogenblik van de controle in de garage bevinden evenals het chassisnummer van de tweedehandse auto's waaraan in de garage gewerkt wordt, worden opgetekend.

Voor elk niet-ingeschreven voertuig wordt een boete opgelegd.

1. Welke reglementering is hier precies van toepassing, en wat is eigenlijk het nut van dit systeem?

2. Hoeveel tijd heeft de garagehouder om de plaatnummers van de auto's die bij hem binnengebracht worden, in het register in te schrijven?

ANTWOORD

De verplichting waar het geacht lid naar verwijst maakt, in uitvoering van artikel 54 van het BTW-wetboek, het voorwerp uit van artikel 28 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde. Zij beoogt de individualisering van de voertuigen en de controle van de bestemming die een belastingplichtige garagist toekent aan alle voertuigen in zijn bezit.

Met toepassing van voormelde bepalingen moet iedere garagist en meer algemeen iedere belastingplichtige die aan motorvoertuigen werken verricht, met uitzondering van het wassen, een register houden waarin hij, voor ieder voertuig waaraan hij voormelde werken verricht, inschrijft:

1° vóór de aanvang van het werk: de datum en de nummerplaat van het voertuig (wanneer het voertuig geen nummerplaat heeft, wordt dit nummer vervangen door het merk, het type en het chassisnummer);

2° na de voltooiing van het werk: een verwijzing naar de factuur die aan de klant wordt uitgereikt (of naar het als zodanig geldend stuk) of, indien geen factuur werd uitgereikt, de reden daarvan.

Het betrokken voertuig moet vóór de aanvang van het werk worden ingeschreven in dit "register voor werken aan motorvoertuigen".

Daarnaast moet elke belastingplichtige die gewoonlijk vervoermiddelen levert, een register houden waarin hij, voor ieder voertuig dat hij bestemt voor de verkoop of waarvoor hij belast is met de verkoop, ander dan een nieuw vervoermiddel als bedoeld in artikel 8bis, § 2, 2°, van het BTW-wetboek en dan een vervoermiddel onderworpen aan de in artikel 58, § 4, van dat wetboek bedoelde regeling, inschrijft:

1° op het tijdstip van het binnenkomen van het voertuig in zijn onderneming: de datum, het chassisnummer, het merk, het model en, indien het voertuig erover beschikt, de nummerplaat, alsmede, naargelang van het geval, een verwijzing naar de aankoopfactuur of naar het als zodanig geldend stuk, of nog, de naam en het adres van zijn last- of opdrachtgever;

2° het tijdstip van de levering van het voertuig: de datum van de levering alsook een verwijzing naar de uitgereikte factuur of naar het als zodanig geldend stuk.

Het betrokken voertuig moet van zodra het de inrichting van de belastingplichtige binnenkomt, worden ingeschreven in dit "register van de voor verkoop bestemde tweedehandse vervoermiddelen".

De belastingplichtige die zowel het register voor werken aan motorvoertuigen moet houden als het register van de voor verkoop bestemde tweedehandse vervoermiddelen dient slechts een enkel register te houden voor zover dit alle door deze twee bepalingen opgelegde vermeldingen bevat.

Tijdens de uren waarop de inrichting toegankelijk is voor de klanten moet het in gebruik zijnde register zich in de beroepslokalen bevinden. De belastingplichtige moet dit register zonder verplaatsing ter inzage voorleggen op ieder verzoek, niet alleen van de ambtenaren en beambten van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, maar ook van de ambtenaren en beambten van de Administratie der douane en accijnzen en van de Administratie der directe belastingen.

Iedere inbreuk op voormelde bepalingen wordt overeenkomstig artikel 70, § 4, van het BTW-wetboek bestraft met een boete van 1.000 tot 100.000 frank. Het bedrag van deze boete is vastgesteld in de bijlage van het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde (zie rubriek XI, 7, wat betreft het onregelmatig of niet correct houden van voormelde registers en rubriek XVI wat betreft het niet voorleggen van deze registers).

Aangehaalde teksten

5
KB nr. 1 art. 281 voorkomen
WBTW art. 541 voorkomen
WBTW art. 581 voorkomen
WBTW art. 701 voorkomen
WBTW art. 8bis1 voorkomen