Verhuur van spoorwegwagons. Plaats van de dienst · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

935 25 februari 1994

Zoeken

Verhuur van spoorwegwagons. Plaats van de dienstVerhuur van spoorwegwagons. Plaats van de dienst.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/935-verhuur-spoorwegwagons-plaats-dienst-clippele-300c

Nummer
935
Datum
25 februari 1994

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 102, blz. 10.458-10.459

Verhuur van spoorwegwagons - Plaats van de dienst.

VRAAG

1. Is een binnen de Europese Unie maar buiten België gevestigd bedrijf in België BTW verschuldigd op de verhuur van een partij spoorrijtuigen aan een of meer in België gevestigde huurders ?

2. Dient een onderscheid te worden gemaakt tussen spoorrijtuigen voor passagiersvervoer en rijtuigen voor goederenvervoer ?

3. Zo ja, waarom wordt dat onderscheid gemaakt ?

4. Heeft de administratie daaromtrent nog specifieke beslissingen genomen sinds 1 januari 1993 ?

ANTWOORD

1, 2 en 3. De spoorwegwagons, zowel die bestemd voor personenvervoer als die bestemd voor goederenvervoer, worden als vervoermiddelen beoogd in artikel 21, § 3, 6°, van het BTW-wetboek aangemerkt.

De terbeschikkingstelling ervan ingevolge een contract onder bezwarende titel, maakt een in het BTW-wetboek bedoelde dienstverrichting uit die, in de veronderstelling dat ze wordt verleend aan een of meer in België gevestigde ontvangers, overeenkomstig artikel 21, § 2, van voornoemd wetboek wordt geacht plaats te vinden daar waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.

4. De Administratie van de BTW, registratie en domeinen heeft voorheen al inzake de verhuur van spoorwegwagons beslissingen genomen waarbij toepassing werd gemaakt van de gebruikelijke regels inzake plaatsbepaling van bedoelde verrichtingen overeenkomstig de artikelen 21, § 2, en 21, § 3, 6°, van voornoemd wetboek.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 211 voorkomen