Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 102, blz. 10.458-10.459
Verhuur van spoorwegwagons - Plaats van de dienst.
VRAAG
1. Is een binnen de Europese Unie maar buiten België gevestigd bedrijf in België BTW verschuldigd op de verhuur van een partij spoorrijtuigen aan een of meer in België gevestigde huurders ?
2. Dient een onderscheid te worden gemaakt tussen spoorrijtuigen voor passagiersvervoer en rijtuigen voor goederenvervoer ?
3. Zo ja, waarom wordt dat onderscheid gemaakt ?
4. Heeft de administratie daaromtrent nog specifieke beslissingen genomen sinds 1 januari 1993 ?
ANTWOORD
1, 2 en 3. De spoorwegwagons, zowel die bestemd voor personenvervoer als die bestemd voor goederenvervoer, worden als vervoermiddelen beoogd in artikel 21, § 3, 6°, van het BTW-wetboek aangemerkt.
De terbeschikkingstelling ervan ingevolge een contract onder bezwarende titel, maakt een in het BTW-wetboek bedoelde dienstverrichting uit die, in de veronderstelling dat ze wordt verleend aan een of meer in België gevestigde ontvangers, overeenkomstig artikel 21, § 2, van voornoemd wetboek wordt geacht plaats te vinden daar waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht of, bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.
4. De Administratie van de BTW, registratie en domeinen heeft voorheen al inzake de verhuur van spoorwegwagons beslissingen genomen waarbij toepassing werd gemaakt van de gebruikelijke regels inzake plaatsbepaling van bedoelde verrichtingen overeenkomstig de artikelen 21, § 2, en 21, § 3, 6°, van voornoemd wetboek.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.