Vr. en Antw., Kamer, 2002, nr. 117 , blz. 14299
Inningen op brandstof
VRAAG
De automobilisten betalen dagelijks miljoenen euro aan de tankstations als accijns, bijzondere accijns, controleretributie, energiebijdragen en BTW op benzine en diesel.
Hoe functioneert het inningsysteem dat ervoor moet zorgen dat deze sommen terechtkomen in de staatskassen waarvoor zij zijn bestemd?
ANTWOORD
Het geachte lid vindt hierna het antwoord op de door hem gestelde vraag.
In het overgrote deel van de gevallen geschiedt de levering van minerale olie aan een pompstation vanuit een belastingentrepot.
De accijnswetgeving bepaalt dat de accijns wordt verschuldigd bij de uitslag tot verbruik van de minerale olie uit een belastingentrepot.
Alle uitslagen ten verbruik gedurende één week (van maandag tot en met zondag) moeten door de erkend entrepothouder worden betaald bij de ontvanger der accijnzen van zijn inrichting, uiterlijk de donderdag van de week volgend op de week van de uitslag tot verbruik.
De erkend entrepothouder kan evenwel, mits voldoende zekerheid te stellen bij de ontvanger der accijnzen, een uitstel van betaling bekomen. De betaling mag dan worden uitgesteld tot de donderdag van de derde week volgend op deze van de werkelijke uitslag.
De bijzondere accijns, de controleretributie en de bijdrage op de energie worden gelijktijdig met accijns verschuldigd en betaald.
De betaling van deze belastingen gebeurt op de postrekening van de ontvanger der accijnzen. Deze rekening behoort tot de Schatkist.
De BTW-wetgeving bepaalt dat de BTW is verschuldigd telkens wanneer een BTW-plichtige persoon in de uitoefening van zijn economische activiteit in België goederen verkoopt. De verkoop van brandstof door een pomphouder beantwoordt aan dit basiscriterium en maakt bijgevolg de BTW opeisbaar.
De verkoper moet deze BTW die hij van zijn klant ontvangt, als verschuldigde BTW opnemen in zijn BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin de verkoop plaatsvond. Een BTW-plichtige persoon moet elke maand een BTW-aangifte indienen bij de administratie, tenzij het iemand betreft met een beperkte jaaromzet, in welk geval hij mag opteren voor driemaandelijkse aangiften.
De BTW-plichtige persoon mag in zijn BTW-aangifte het totaalbedrag aan verschuldigde BTW op de door hem verrichte verkoper verrekenen met het totaalbedrag aan BTW die hij op zijn aankopen heeft betaald en waarvoor hij een recht op aftrek heeft. Het positief verschil tussen deze twee bedragen moet de BTW-plichtige aan de Schatkist betalen, uiterlijk de 20e van de maand volgend op de periode waarop de aangifte betrekking heeft.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.