Inningskantoren aan de Belgisch-Luxemburgse grens · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

93 22 maart 1973

Zoeken

Inningskantoren aan de Belgisch-Luxemburgse grens

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/93-inningskantoren-belgisch-luxemburgse-grens-remacle-b06f

Nummer
93
Datum
22 maart 1973

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Inningskantoren aan de Belgisch-Luxemburgse grens

VRAAG

Luidens de overeenkomst van 31 mei 1972 zullen de accijnzen in de drie Beneluxlanden binnen afzienbare tijd worden geharmoniseerd. Bovendien zullen de laatste formaliteiten op het stuk van BTW-controle inzake goederenverkeer onder de drie landen, worden afgeschaft.

Die beslissingen zijn in de pers besproken; zij verontrusten uiteraard de douanebeambten die aan de intra Beneluxgrenzen, en inzonderheid aan de Belgisch-Luxemburgse grens werkzaam zijn.

Het huidige economische en financiële bestel vergt een scherp toezicht op de goederenexport. Benevens de uitvoerformaliteiten behelst dat toezicht een strenge toepassing van de economische (vergunningen), sanitaire en andere maatregelen, zoals het nagaan van aard, waarde en hoeveelheid van de uitgevoerde goederen.

Wanneer de harmonisering van de accijnzen en de opheffing van de BTW-controle een feit zullen zijn, zal de bevoegdheid van het Belgische douanekantoor aan de Belgisch-Luxemburgse grens beperkt worden tot de formaliteiten voor de Belgische uitvoer, alsmede tot de BTW-controle op invoer uit de overige E.E.G.-landen en uit derde landen.

Weliswaar zal die beperkte bevoegdheid verre van onbeduidend zijn. Zij zou echter aan waarde kunnen winnen, als sommige kantoren konden werken als bestemmingsbureau inzake doorvoer binnen de gemeenschap.

Ik zal dat begrip verduidelijken: Italiaanse goederen zijn voor een Belgische invoerder bestemd. Een T2-vergunning dekt het vervoer binnen de Gemeenschap tot aan de grens van de B.L.E.U., waar de inklaringsformaliteiten plaatsvinden. Het Belgische kantoor aan de Belgisch-Luxemburgse grens is daar echter niet toe bevoegd.

Artikel 8, 1°, van het ministerieel besluit van 29 januari 1971, betreffende de invoer en de uitvoer over de Belgisch-Nederlandse grens, bepaalt dat "de kantoren (aan die grens) bevoegd zijn voor de inklaring bij het binnenkomen en het uitgaan van de goederen die worden ingevoerd via Nederland uit derde landen ten opzichte van Benelux of die worden uitgevoerd via Nederland naar derde landen ten opzichte van Benelux".

Kan de Minister die bepalingen niet toepasselijk maken op sommige kantoren aan de Belgisch-Luxemburgse grens, of tenminste op dat te Rosenberg, dat dan als bestemmingskantoor zou worden aangewezen? Zo zouden de inklaringsverrichtingen aan de hand van de T2-vergunningen daar kunnen plaatsvinden.

ANTWOORD

In het kader van Benelux wordt de opheffing van alle BTW-formaliteiten aan de binnengrenzen van Benelux thans bestudeerd. De studie omvat inzonderheid de voorwaarden die moeten worden vervuld om tot de bedoelde opheffing te kunnen overgaan evenals de uitvoeringsbepalingen van nieuwe stelsels die de huidige formaliteiten moeten vervangen.

Dat uitgebreid werk zal zeker nog verscheidene maanden in beslag nemen. Wanneer alle elementen zullen zijn verzameld en alle gevolgen kunnen worden overzien, zal ter zake een beslissing kunnen worden genomen.

Pas op dat ogenblik zal, rekening houdend met de bereikte voortgang in de uitvoering van de Benelux-Overeenkomst tot unificatie van accijnzen, een besluit kunnen worden getroffen nopens de opheffing of het behoud van de inningsposten aan de Belgisch-Luxemburgse grens alsmede betreffende hun eventuele bevoegdheden.