Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 100, blz. 10.108-10.109
Aftrek - Autovoertuigen - Kosten van oprichting en onderhoud van een garage.
VRAAG
Met betrekking tot motorvoertuigen voor personenvervoer en de goederen en de diensten met betrekking tot die voertuigen, is de BTW ingevolge artikel 45, § 2, van het BTW-wetboek slechts voor 50 % aftrekbaar. Artikel 45, § 2, specificeert niet welke goederen en diensten worden bedoeld. Het is logisch dat onder meer het onderhoud en herstellen van het voertuig onder die beperking vallen daar dat effectief leveringen en diensten zijn die rechtstreeks op het voertuig betrekking hebben. De BTW-aanschrijvingen vermelden tevens dat het "gebruik van parking en garages" onder de 50 %-beperking valt. De vraag rijst hierbij of de BTW met betrekking tot de kosten van de eigen garage waarin de auto wordt gestald ook onderhevig is aan die beperking.
Een arrest van 19 april 1985 van het hof van beroep te Gent (FJF, nr. 86/165) antwoordt positief op die vraag en verwijst naar de vermelde BTW- aanschrijvingen. Wij menen evenwel dat de kosten van een eigen garage niet onderworpen kunnen zijn aan die beperking om verschillende redenen :
a) De tekst zelf van artikel 45, § 2, zegt dat de leveringen van goederen en diensten met betrekking tot die voertuigen aan de beperking zijn onderworpen. De leveringen en diensten met betrekking tot een eigen garage zijn geen kosten die rechtstreeks verband houden met kosten aan het voertuig. Hoogstens kunnen die leveringen en diensten onrechtstreeks als kosten die verband houden met de levering van een voertuig worden beschouwd. Het van toepassing maken van artikel 45, § 2, op die leveringen en diensten van onrechtstreekse kosten zou leiden tot een extensieve interpretatie van de fiscale wet. Dat is in strijd met het beginsel dat de fiscale wet restrictief dient te worden geïnterpreteerd (Cass., 20 maart 1956, JDF, 148).
b) De terminologie "het gebruik van parking en garages" in de richtlijnen van de BTW-administratie. Ingevolge het Burgerlijk wetboek (artikel 625 en volgende) is een recht van gebruik een recht om gebruik te maken van een zaak waarvan een ander de eigendom heeft. Het stallen van een wagen in de eigen garage, waarover het eigendomsrecht wordt uitgeoefend en derhalve niet het recht van gebruik, kan niet worden beschouwd als "het gebruik van een garage". Dat zou immers leiden tot een onjuiste juridische interpretatie.
Is artikel 45, § 2, van het BTW-wetboek bijgevolg inderdaad niet van toepassing op de voor de eigen garage gemaakte kosten ?
ANTWOORD
In weerwil van het arrest van 19 april 1985 van het hof van beroep te Gent, dat blijkbaar berust op een misverstand, is de beperking van het recht op aftrek ingesteld bij artikel 45, § 2, van het BTW-wetboek niet van toepassing ten aanzien van de BTW geheven van de kosten van oprichting en onderhoud van een garage.