Het verlaagde btw-tarief voor schoolgebouwen. De btw voor schoolgebouwen. Het btw-tarief · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

9144 2 maart 2016

Zoeken

Het verlaagde btw-tarief voor schoolgebouwen. De btw voor schoolgebouwen. Het btw-tariefHet verlaagde btw-tarief voor schoolgebouwen. De btw voor schoolgebouwen. Het btw-tarief van zes procent voor schoolgebouwen. Het btw-tarief op de scholenbouw

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/9144-verlaagde-btw-tarief-schoolgebouwen-zes-f2f1

Nummer
9144
Datum
2 maart 2016

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

32 paragrafen

Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën en Begroting, 2015-2016, CRIV 54 COM 355 d.d. 02.03.2016, blz. 18

Het verlaagde Btw-tarief voor schoolgebouwen

De Btw voor schoolgebouwen

Het Btw-tarief van zes procent voor schoolgebouwen

Het Btw-tarief op de scholenbouw

Vanessa Matz: Bij het koninklijk besluit van 14 december 2015 werd er voor schoolgebouwen een verlaagd btw-tarief van 6 procent ingesteld.

Geldt dat tarief voor gebouwen die maar ten dele worden gebruikt als school? Welk tarief is er van toepassing op gebouwen die aan jeugdbewegingen ter beschikking worden gesteld?

Benoît Dispa: Ik vraag met af of de bij dit koninklijk besluit ingestelde regeling juridisch wel steek houdt. De Inspectie van financiën en de Raad van State hebben benadrukt dat er conform de Europese btw-richtlijnen moet worden gehandeld. Verlaagde tarieven zijn enkel mogelijk voor goederenleveringen en diensten die tot bepaalde categorieën behoren, maar schoolgebouwen vallen daar niet expliciet onder.

Het Hof van Justitie interpreteert die categorieën trouwens zeer restrictief. Heeft u derhalve een positief advies van de Europese instanties gekregen over de invoering van dat verlaagd tarief voor schoolgebouwen?

Kristof Calvo: Mijnheer de voorzitter, de collega’s hebben al een en ander uitgelegd.

De federale regering besliste in oktober 2015 om de btw op scholenbouw met ingang van 1 januari 2016 te verlagen van 21 naar 6 %. Het Rekenhof heeft in haar rapporten een aantal kritische noten geformuleerd. Collega Dispa heeft ook al naar de Europese richtlijn verwezen.

Er rijzen dus wel een aantal vragen, vooral omdat de Gewesten nu al uitgaan van die verlaagde btw. Mijn collega’s hebben in dat verband al de bevoegde onderwijsminister in het Vlaams Parlement ondervraagd.

ls er een gemotiveerde aanmeldingsprocedure geweest voor het verlaagde btw-tarief bij de Europese Commissie? Indien ja, heeft de Europese Commissie al gereageerd en hoe luidt dat antwoord?

Kan de Europese Commissie ons land voor dit KB ook zonder aanmeldingsprocedure nog terugfluiten?

Wat als het antwoord op aanmelding negatief is of indien de Europese Commissie op een andere manier de maatregel terugfluit? Wordt het verlies aan btw-ontvangsten (21/6 %) dan alsnog gerecupereerd?

Zijn er ondertussen nieuwe inschattingen van de kost of opbrengst van deze maatregel voor de federale begroting, gelet op de kritiek van het Rekenhof? Er was immers een meeropbrengst geschat die het Rekenhof nogal ‘voluntaristisch’ vond, misschien was dat een aanleiding voor u om dit nog even te herbekijken. Zo ja, dan neem ik graag kennis van die update.

Minister Johan Van Overtveldt: De diensten van de Europese Commissie moeten niet geraadpleegd worden vóór de invoering van een verlaagd btwtarief voor schoolgebouwen. Er werd dus geen enkel advies ontvangen.

Zoals voor alle bepalingen van de Belgische btw-reglementering, bestaat altijd de mogelijkheid dat de diensten van de Europese Commissie een procedure van ingebrekestelling opstarten als zij van oordeel zouden zijn dat een bepaling niet volledig in overeenstemming zou zijn met de bepalingen van de Europese btw-reglementering. In het slechtste geval kan een dergelijke procedure uitmonden in een veroordeling door het Hof van Justitie van de Europese Unie als dat hof van oordeel is dat de zienswijze van de diensten van de Europese Commissie inderdaad juridisch gerechtvaardigd zou zijn.

Bij een dergelijke veroordeling is een lidstaat gehouden om een bijkomend btw-bedrag aan de instellingen van de EU door te storten als onderdeel van de zogenaamde eigen middelen van de Europese Unie. Dat bedrag beloopt grosso modo 0,3 % van de btwminderontvangsten.

Daarnaast zal de nationale btw-reglementering in de toekomst moeten worden aangepast. De btw-minderontvangsten uit het verleden worden dienovereenkomstig niet bij de betrokken belastingsplichtigen gerecupereerd. Die belastingsplichtigen hebben voor het verleden immers de op hen toepasselijke nationale btwreglementering correct toegepast.

De budgettaire impact van de maatregel van de federale regering werd niet herberekend in functie van de opmerkingen van het Rekenhof.

Opdat het btw-tarief van 6 procent erop van toepassing zou kunnen zijn moet het gebouw primair bestemd zijn voor het verstrekken van onderwijs dat op grond van artikel 44 van het Btw-Wetboek vrijgesteld is. De gebouwen die exclusief ter beschikking van jeugdbewegingen worden gesteld vallen daar dus niet onder.

Werken in onroerende staat die aan dergelijke gebouwen worden uitgevoerd vallen dus onder het normaal tarief van 21 %.

Activiteiten die verband houden met de netheid van de gebouwen, zoals het regelmatige onderhoud of het reinigen van ramen, vallen niet onder het verlaagde btw-tarief van 6 procent, in tegenstelling tot schoonmaakactiviteiten na bouwwerkzaamheden. Ook activiteiten met betrekking tot grasperken en omheiningen vallen onder dat tarief. Het verlaagde tarief geldt ook voor werken aan een conciërgewoning op het terrein van de school.

De instellingen waarop die maatregel van toepassing is, kunnen meer informatie vinden in de administratieve beslissing 129/073 van 26 januari 2016.

Vanessa Matz: De administratieve beslissing zal nuttig zijn voor de instellingen om te bepalen of ze voldoen aan de voorwaarden voor de toepassing van een verlaagd btw-tarief.

Benoît Dispa: Er blijft toch enige vorm van onzekerheid bestaan omdat u geen contact heeft gehad met de diensten van de Europese Commissie.

Kristof Calvo: Mijnheer de minister, ik dank u voor uw toelichting en de informatie rond scholen die meervoudig ingezet en gebruikt worden. Ik denk dat dit relevant is, het aantal scholen dat op die manier wordt ingezet neemt alleen maar toe.

Ik begrijp u goed dat u geen aanmelding hebt gedaan en voorlopig ook niet bent geraadpleegd door de Europese Commissie. Dat betekent wel dat er een zekere onzekerheid rond die maatregel blijft hangen. Ik vraag mij dan ook af of het niet beter is om actief te consulteren dan wel eventuele kritiek af te wachten.

Ik denk dat het een goede maatregel is. Op dat vlak hebben wij in alle landsdelen aardig wat stappen te zetten, er moeten heel wat scholen gebouwd worden. Alleen denk ik dat de kritiek van het Rekenhof over de budgettaire inschatting wel pertinent lijkt. Ik betreur het dat u daaromtrent nog geen nieuwe cijfers ter beschikking hebt.

Dat kan een van de factoren zijn die de begrotingscontrole nog een stuk moeilijker maakt – ik kijk dan naar de voorzitter. Het is een bekommernis die breed leeft in onze commissie, denk ik.

Het incident is gesloten.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 441 voorkomen

Administratieve doctrine

13

« … (het secretariaat, enz.), de hoofdzakelijk of uitsluitend school gerelateerde conciërgerie (9), de lokalen die gebruikt worden door de centra voor leerlingenbegeleiding (CLB) en de zogenaamde ‘mini-ondernemingen’ of ‘leerbedrijven’ (10). ---------- [(9) Mond. Vr. nr. 9144 MATZ van 02.03.2016, Integraal Verslag, COM, 355, 18. ] [(10) Circulaire 2018/C/6 van 18.01.2018, punt 17.] ---------- In principe wordt de toepassing van dit verlaagde btw‑tarief beoordeeld per gebouw. Het komt echter vaak voor dat een gebouw wordt geplaatst onder het stelsel van mede-eigendom (dit betekent … »

DBFM-overeenkomst, Artikelen 2 en 10 W.BtwVoorafgaande beslissing13.10.2025

Bekijk de 13 documenten