Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/089 d.d. 23.09.2016, blz. 309
De aard van de energieheffingen.
VRAAG
Recentelijk velde het Europees Hof een arrest nr. C 163/ 14 over al dan niet vrijstelling van gewestelijke heffingen voor de EU-instellingen, meer bepaald over een energiebijdrage van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest waarmee openbare dienstverplichtingen worden voorzien. De Europese Commissie is van mening dat deze bijdrage, net zoals de federale energiebijdrage een indirecte belasting is waarvan de Europese instellingen gerechtigd zijn op vrijstelling en bracht de zaak naar het Europees Hof.
De federale overheid heeft eerder al de vrijstelling verleend voor de federale heffingen op grond van de overweging dat deze kunnen worden beschouwd als een belasting op de verkoop die een deel vormt van de prijs.
Het Hof oordeelt dat de betreffende energiebijdrage een fiscale heffing is waarvan de Europese instellingen vrijgesteld dienen te worden, aangezien het rechtstreekse en evenredige verband tussen de bijdrage en de werkelijke kostprijs van openbare dienstverplichting ontbreekt.
1. Moeten alle heffingen op gas en elektriciteit, gelet op het bovenvermeld arrest, beschouwd worden als een fiscale ontvangst?
2. Hoeveel bedroegen deze heffingen in 2015 voor de federale overheid, het Vlaams Gewest, het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en het Waals Gewest?
ANTWOORD
van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 16.09.2016,
Wat de bevoegdheid van de FOD Financiën betreft luidt het antwoord op de gestelde vragen als volgt.
In zijn arrest C-163/14 van 14 januari 2014, heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie voor recht gezegd dat de bijdrage openbare dienstverplichtingen geheven door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geen prijs is van een levering of dienst maar het karakter vertoont van een indirecte belasting.
De prijs van elektriciteit of gas is samengesteld uit verschillende componenten.
In beginsel wordt de btw als indirecte belasting geheven over alles wat de leverancier als vergoeding ontvangt of moet ontvangen van de klant, tegen het normale btw-tarief dat thans 21 % bedraagt.
Bepaalde heffingen, zoals bijvoorbeeld de federale bijdrage elektriciteit of gas waarin de toeslag beschermde klanten sinds 1 april 2014 is geïntegreerd, dienen daarentegen niet in de maatstaf van heffing van die levering te worden opgenomen daar zij een voorschot vormen in de zin van artikel 28, 5°, van het btw-Wetboek. Die bedragen maken geen deel uit van de maatstaf van heffing omdat zij slechts worden voorgeschoten in naam en voor rekening van een medecontractant die dan door de reglementering die deze belastingen, rechten en heffingen invoert, als schuldenaar wordt aangeduid.
Aardgas en elektriciteit worden belast met accijnzen. Deze accijnzen bestaan uit een accijns, een bijzondere accijns en een bijdrage op de energie. De accijnzen op aardgas en elektriciteit worden integraal aangerekend op de component "bijdrage op de energie".
De bijdrage op de energie mag niet verward worden met de "federale energiebijdrage" die geheven wordt door de Commissie voor de Regulering van de Elektriciteit en het Gas (CREG).
De "bijdrage op de energie" bedroeg in 2015:
- voor elektriciteit (zakelijk en niet-zakelijk gebruik): 1,9140 euro per MWh;
- voor aardgas gebruikt als motorbrandstof: 0,00 euro per MWh;
- voor aardgas gebruikt als verwarmingsbrandstof (zakelijk en niet-zakelijk gebruik): 0,9916 euro per MWh.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.