Vervangwagen. 50 %-beperking · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

901 21 mei 1997

Zoeken

Vervangwagen. 50 %-beperkingVervangwagen. 50 %-beperking.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/901-vervangwagen-beperking-fournaux-aftrekbeperking-a1a3

Nummer
901
Datum
21 mei 1997

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, nr. 93, 1996-1997, blz. 12725-12427

Vervangwagen. - 50 %-beperking.

VRAAG

Mijn vraag gaat over de BTW-controles bij zelfstandige garagehouders, en meer bepaald bij carrossiers. De bepalingen die worden toegepast betreffende de aftrekbaarheid tot 100 % van de beroepskosten voor het gebruik van de voertuigen die de carrossier zijn klanten ter beschikking stelt, variëren nogal eens volgens het gewest, en volgens de controle.

Zo beschik ik over gegevens op grond waarvan ik kan stellen dat het gedeelte van de beroepskosten voor auto's dat in mindering mag worden gebracht, tussen 100 % en 75 % schommelt, afhankelijk van de controleur of de controle. Voor sommige zelfstandige garagehouders die meer dan één vervangwagen ter beschikking stellen, kan dat grote gevolgen hebben.

De controleurs gaan uit van het principe waarop de fiscale bepalingen stoelen en volgens welk de vervangwagens in kwestie geen bestelwagens zijn, maar gewone personenauto's die niet specifiek als bedrijfswagen kunnen worden aangemerkt.

1. Zouden de standpunten van alle controleurs bij alle controles niet moeten worden geharmoniseerd ?

2. Is er niet wat voor te zeggen om de beroepskosten die voortvloeien uit de dienstverlening die garagehouders en carrossiers heden ten dage haast verplicht zijn hun klanten aan te bieden, tot 100 % aftrekbaar te maken, zeker op het stuk van de afschrijving, maar ook inzake het terugvorderen van de BTW op de aankoop en op alle kosten voor het beheer van dat wagenpark (brandstof, onderhoud, enz.) ?

ANTWOORD

Inzake BTW mag op grond van artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek de aftrek in geen geval hoger zijn dan 50 % van de betaalde belasting ten aanzien van de levering, invoer en intracommunautaire verwerving van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer kunnen dienen en ten aanzien van de leveringen en diensten met betrekking tot die voertuigen.

Deze beperking van het recht op aftrek is evenwel niet van toepassing op:

a) de voertuigen bestemd om te worden verkocht of te worden verhuurd door een belastingplichtige wiens specifieke economische activiteit bestaat in de verkoop of de verhuur van automobielen;

b) de voertuigen bestemd om uitsluitend te worden gebruikt voor bezoldigd personenvervoer;

c) nieuwe voertuigen in de zin van artikel 8bis, § 2, 2°, andere dan deze bedoeld onder a en b, hiervoor, die het voorwerp uitmaken van een op grond van artikel 39bis vrijgestelde levering. In dit geval wordt de aftrek slechts uitgeoefend binnen de grenzen of ten belope van het bedrag van de belasting dat op deze levering opeisbaar zou zijn indien ze niet vrijgesteld zou zijn op grond van genoemd artikel 39bis.

Wanneer, in het geval beoogd door het geacht lid, een garagehouder of koetswerkhersteller één of meerdere vervangingsvoertuigen ter beschikking stelt van zijn klanten gedurende de tijd die hij besteedt aan de herstelling van die voertuigen, is die terbeschikkingstelling geen specifieke economische activiteit inzake de verhuur van automobielen zoals bedoeld onder bovengenoemd punt a), dat strikt moet worden toegepast zodat het recht op aftrek met betrekking tot deze voertuigen in principe niet hoger mag zijn dan 50 %.

Aangezien het geacht lid overigens concrete gevallen beoogt, nodig ik hem uit om mij deze voor te leggen, zodat de bevoegde diensten van mijn departement terzake een grondig onderzoek kunnen instellen.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 451 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … ter beschikking stelt van verbonden ondernemingen. Belastingplichtigen die in het verleden de aftrekbeperking hebben toegepast overeenkomstig het toen geldende standpunt van de administratie (zie o.a. de beslissing van 12 februari 1999, nr. E.T.94.588, vraag nr. 901 van de heer Fournaux dd. 21.05.1997 , Vr. en Antw., Kamer, nr. 93, 1996-1997, blz. 12725-12427 en vraag nr. 1218 van mevrouw Nyssens dd. 19.03.2001, Vr. en Antw., Senaat, 2000-2001, nr. 2-40, blz. 2021-2022), kunnen vooralsnog hun bijkomend recht op aftrek uitoefenen binnen de daartoe gestelde … »

Recht op Aftrek, Vervoermiddelen, Verhuur van autovoertuigenAdministratieve beslissing07.11.2007

Bekijk het document