Vastgoedsector. Levering met plaatsing. Dienstprestatie. Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Levering · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

90 11 maart 1982

Zoeken

Vastgoedsector. Levering met plaatsing. Dienstprestatie. Werk in onroerende staat. Onroerend goed. LeveringVastgoedsector. Levering met plaatsing. Dienstprestatie. Werk in onroerende staat. Onroerend goed. Levering en plaatsing van een ingerichte keuken. Eindverbruiker. Factuur. Verplichtingen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/90-vastgoedsector-levering-plaatsing-dienstprestatie-werk-7eba

Nummer
90
Datum
11 maart 1982

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, G.Z. 1981-1982 blz. 926

Vastgoedsector - Levering met plaatsing - Dienstprestatie - Werk in onroerende staat - Onroerend goed - Levering en plaatsing van een ingerichte keuken - Eindverbruiker - Factuur - Verplichtingen

VRAAG

Het is de achtbare Minister bekend dat in verband met de verlaging van de BTW van 17 tot 6 % in de vastgoedsector, praktische moeilijkheden rijzen bij de interpretatie van sommige in het betrokken besluit bedoelde werken.

ANTWOORD

Bij gebrek aan nauwkeurige richtlijnen steunen de BTW-diensten momenteel, om uit te maken of een werk een "onroerend" werk is, op het rondschrijven nr. 3 nr. E.T. 675 van 1 februari 1979(1) dat verwijst naar artikel l7bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1, van 23 juli1969. Naar luid van dat artikel l7bis, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 wordt elk onroerend werk in de zin van artikel 19, § 2, van het Wetboek bedoeld.

Eveneens beoogd zijn, voor zover het geen onroerende werken zijn, een aantal werken met levering en bevestiging aan een gebouw, en met name:

e) van opbergkasten, gootstenen, kasten1 meubels met ingebouwde gootsteen, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken is uitgerust, van opbergkasten die definitief zijn ingebouwd in speciaal daarvoor uitgespaarde ruimten van het gebouw.

Voorts lezen we in het hoofdstuk

E. Kasten, gootstenen, dampkappen.

39. Wordt eveneens bedoeld, voor zover het geen werk in onroerende staat is, iedere handeling waarbij worden geleverd en aan een gebouw aangehecht opbergkasten, gootstenen, keukenkasten met ingebouwde gootsteen, onderkastjes, zuigkappen, ventilators en luchtverversers waarmee een keuken is uitgerust, opbergkasten die definitief zijn ingebouwd in speciaal daartoe bestemde ruimten (zie art. l7bis, § 2, 1°, e, van het koninklijk besluit nr. 1).

40. De evengenoemde opsomming van goederen is beperkend. Zijn dus niet bedoeld, de handelingen waarbij een koelkast, een diepvriezer, een komfoor of een fornuis met gas of elektriciteit, een afwasmachine, een oven, een breekmachine, een wasmachine of een linnendroogkast, enz., worden geleverd en geplaatst.

41. Wanneer evenwel de levering en plaatsing van een ingerichte keuken toestellen omvat bedoeld in nr. 40 hebben de betrokkenen de keuze ofwel wordt op het geheel van de handeling de regeling bepaald in artikel l7bis van het koninklijk besluit nr. 1 toegepast, ofwel wordt die regeling slechts toegepast op de goederen bedoeld in nr. 39.

Kan de achtbare Minister mij uitsluitsel geven over het volgende

Wanneer de verrichting de levering en de plaatsing van een ingerichte keuken omvat naast de inboedel die als onroerend werk wordt beschouwd, worden dan de toestellen waarmee de keuken is uitgerust en die in daartoe speciaal voorziene meubelen zijn ingebouwd, eveneens door het koninklijk besluit bedoeld en komen zij dan eveneens in aanmerking voor de huidige verlaging van de BTW tot het tarief van 6 % ?

Antwoord: Aangezien de toegeving opgenomen in nr. 41 van de aanschrijving nr. 3, van 1 februari 1979, uitsluitend geldt ten aanzien van de maatregelen tot regeling van de voldoening van de BTW mag zij niet worden ingeroepen met betrekking tot de bepalingen die het voorwerp uitmaken van het koninklijk besluit nr. 1, van 15 februari 1982 (2), tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven (Belgisch Staatsblad van 20 februari 1982).

In geval van levering en facturering aan een eindverbruiker van een ingerichte keuken gedurende de periode van 1 maart 1982 tot 31 december 1983, blijft de levering met plaatsing van toestellen zoals de koelkast, de diepvriezer, het komfoor of het fornuis met gas of elektriciteit, de oven, de vaatwasmachine, de breekmachine, de wasmachine of de linnendroogkast, enz., zelfs indien ze zijn ingelijfd in speciaal daartoe ontworpen meubels, bijgevolg aan de BTW onderworpen tegen het tarief van 17 %.

(1) Z. Revue nr. 40, blz. 354. (2) Z. Revue nr. 52, blz. 15.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 191 voorkomen