Inkomstenbelastingen. Roerende voorheffing. VZW · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

896 1 februari 1994

Zoeken

Inkomstenbelastingen. Roerende voorheffing. VZWBTW. Inkomstenbelastingen. Roerende voorheffing. VZW

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/896-inkomstenbelastingen-roerende-voorheffing-vzw-knoops-8db2

Nummer
896
Datum
1 februari 1994

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Bull. nr. 741, pag. 2038

Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 98, blz. 9837-9839

BTW - Inkomstenbelastingen - Roerende voorheffing - VZW

VRAAG

Een vzw die voorstellingen organiseert, huurt orkestmaterieel bij Franse verhuurfirma's en decorstukken en toebehoren eveneens bij in Frankrijk gevestigde gespecialiseerde firma's. Zij betaalt bijgevolg de roerende voorheffing van 25 % die is verschuldigd op de opbrengsten van de verhuring van alle roerende goederen. De twee betrokken firma's rekenen sinds 1 januari 1983 18 % BTW aan, die de vzw niet kan recupereren omdat ze niet BTW-plichtig is. Dat kost haar 43 % aan rechten.

Is die situatie normaal, of kan de vzw het voordeel genieten van een maatregel dankzij welke zij die hoge totale belastingen niet hoeft te betalen ?

ANTWOORD

Wat de inkomstenbelastingen betreft.

Uit artikel 8 van het Belgisch-Frans dubbelbelastingverdrag van 10 maart 1964 volgt dat de opbrengsten en royalty's voor het gebruik van lichamelijke roerende goederen die zijn betaald door een in België gevestigde schuldenaar aan een inwoner van Frankrijk slechts belastbaar zijn in Frankrijk voor zover de genieter in België geen vaste inrichting of vaste installatie bezit die op een of andere wijze betrokken is in de verrichtingen uit hoofde waarvan de opbrengsten en royalty's zijn verschuldigd.

Bijgevolg kunnen de door het geacht lid bedoelde inkomsten in voorkomend geval worden betaald met vrijstelling van roerende voorheffing. Ten dien einde dient de uiteindelijke genieter van de inkomsten ten gepaste tijde aan de schuldenaar van de inkomsten een behoorlijk ingevuld formulier 276R te overhandigen. Dat formulier met een afzonderlijke verklarende nota wordt kosteloos uitgereikt door het Centraal Taxatiekantoor Brussel "Buitenland", Sint-Lazaruslaan 10 te 1210 Brussel.

Wat de BTW betreft.

Krachtens artikel 9, § 2, e), van de 6de richtlijn van 17 mei 1977 (77/388/CEE) en artikel 21, § 3, 7°, h, van het BTW-wetboek, wordt als plaats van de dienst aangemerkt, de plaats waar de ontvanger van dienst de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd waarvoor de dienst is verricht of, bij gebreke, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats, wanneer de dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de gemeenschap is gevestigd, of aan een belastingplichtige die in de gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor de doeleinden van zijn economische activiteit, en voor zover de dienst, zoals in de gestelde vraag, de verhuur van lichamelijk roerende goederen, met uitzondering van ieder vervoermiddel, tot voorwerp heeft.

Daar de betrokken vereniging zonder winstoogmerk blijkbaar geregeld spektakels organiseert is, derhalve, rekening houdend met hetgeen voorafgaat, de BTW in België verschuldigd.

Wanneer die dienst evenwel wordt verricht in samenhang met de organisatie in België van culturele, artistieke, sportieve, wetenschappelijke, onderwijs- en vermakelijkheidsactiviteiten of soortgelijke activiteiten bedoeld in artikel 21, § 3, 4°, a), van voornoemd wetboek, dan geldt het criterium voorzien in die bepaling, namelijk de plaats waar de dienst materieel wordt verricht, voor de vaststelling van de plaats van voornoemde verhuur. In dat geval is eveneens de BTW in België verschuldigd.

Hoe dan ook, het feit dat de BTW het verbruik in het algemeen treft, ongeacht de hoedanigheid van de verbruiker, is een kenmerk eigen aan die belasting. Op dat vlak is in geen enkele vrijstelling voorzien en de toekenning van een vrijstelling in functie van de hoedanigheid van de eindverbruiker zou trouwens volledig in strijd zijn met voornoemde zesde richtlijn.

Het is derhalve niet mogelijk de goederen en diensten die aan een hiervoor bedoelde vereniging, in haar hoedanigheid van eindverbruiker worden verstrekt, te onttrekken aan de toepassing van de BTW.