Aankoop van automobielen door invaliden · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

88 19 mei 1972

Zoeken

Aankoop van automobielen door invaliden

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/88-aankoop-automobielen-invaliden-claeys-2700

Nummer
88
Datum
19 mei 1972

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Aankoop van automobielen door invaliden

VRAAG

De gehandicapten die lijden aan volledige blindheid of die het gebruik van de bovenste ledematen volledig missen of die een bestendige invaliditeit van tenminste 50 pct. uitsluitend te wijten aan letsels aan de onderste ledematen, kunnen voor de auto bestemd voor het vervoer van hun eigen persoon vrijstelling bekomen van de weeldetaks bij aankoop ervan en van de jaarlijkse verkeersbelasting.

Naar wij menen te weten is het strikt wettelijk zo dat de wagen, vrij van taksen, enkel mag gebruikt worden bij het vervoer van de gehandicapte.

Wij menen dat de wagen moet kunnen gebruikt worden in het voordeel van de gehandicapte zelfs zonder dat die zich in de wagen bevindt. Dat de auto gekocht is in het belang van de minder-valide maakt volgens ons de kern van de zaak uit.

Meent U dat het koninklijk besluit van 13 maart 1964 te eng is gesteld en dat een verruiming zich opdringt?

ANTWOORD

Het koninklijk besluit van 13 maart 1964, waarnaar het geachte lid verwijst, bepaalde onder meer dat de vrijstelling inzake weeldetaks ten aanzien van de voertuigen als persoonlijk vervoermiddel aangekocht door sommige invaliden beperkt werd tot een enkel voertuig per invalide en het breidde deze vrijstelling uit tot een nieuwe categorie van personen.

Door de invoering van de BTW is dit besluit vervallen, doch een gelijkaardige maatregel werd genomen in artikel 77, § 2, van het BTW-wetboek en in het koninklijk besluit nr. 20, van 20 juli 1970, tot vaststelling van de tarieven van de BTW en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven.

Zoals alle wettelijke en reglementaire bepalingen waarbij uitzonderingen worden ingevoerd, moeten, bovengenoemde wet en koninklijk besluit strikt worden toegepast. Zonder aanwezigheid van de invalide in het gekochte voertuig mag dit derhalve niet worden gebruikt door familieleden of door derden.

Het voertuig mag echter uitzonderlijk worden gebruikt voor verplaatsingen waarbij de invalide niet aanwezig is, maar dan voor doeleinden die betrekking hebben op de bijzondere toestand van deze laatste, zoals onder meer met zijn gezondheidstoestand.

Dit geldt eveneens op het stuk van de verkeersbelasting.

Elke uitbreiding in de zin als door het geachte lid wordt gewenst van fiscale gunstmaatregelen toegestaan aan invaliden kan slechts maar misbruiken meebrengen die moeten worden voorkomen.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 771 voorkomen