Kleine ondernemingen. Plafond voor BTW-vrijstelling · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

869 30 juni 2005

Zoeken

Kleine ondernemingen. Plafond voor BTW-vrijstelling

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/869-kleine-ondernemingen-plafond-btw-vrijstelling-4603

Nummer
869
Datum
30 juni 2005

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

18 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 088, blz. 15462-15464

Kleine ondernemingen - Plafond voor BTW-vrijstelling

VRAAG

Het is bekend dat mensen die een zelfstandige activiteit willen starten vaak als zelfstandige in bijberoep beginnen. In 2003 ging het om 151 571 personen en hun aantal stijgt elk jaar. Ook heel wat kunstenaars werken met zo'n statuut.

Volgens artikel 56 van het BTW-Wetboek hoeven de zelfstandigen in bijberoep die diensten voor particulieren verrichten geen BTW te betalen indien hun jaaromzet niet meer bedraagt dan 5 580 euro (225 000 frank).

Dat bedrag is opgenomen in een koninklijk besluit dat op 31 december 1992 werd gepubliceerd en het is dus al meer dan twaalf jaar oud. Het gaat om een vrij bescheiden bedrag, dat nooit werd herzien of geïndexeerd. In 2002 werd het, naar aanleiding van de omzetting in euro, enkel afgerond. Eens dat bedrag wordt overschreden, begint de administratieve rompslomp.

Van een regering die beloofde tegen 2007 200 000 extra banen te zullen scheppen, mogen we verwachten dat ze dit statuut de nodige aandacht geeft.

1. Lijkt het u niet abnormaal dat het plafond van het besluit van 1992 gedurende de afgelopen twaalf jaar nooit werd geïndexeerd?

2. Overweegt u dat plafond op te trekken zodat kandidaat-zelfstandigen wat meer ruimte krijgen?

3. Welke maatregelen zal u nemen om dat statuut aantrekkelijker te maken?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 20.07.2005)

De bedoelde regeling laat de kleine ondernemingen waarvan het omzetcijfer 5 580 euro niet overschrijdt, toe de belastingvrijstelling te genieten voor de handelingen die ze verrichten. Die ondernemingen kunnen evenwel de belasting geheven op de goederen en diensten die ze gebruiken voor het verrichten van hun vrijgestelde handelingen niet in aftrek brengen.

De in België toegepaste drempel van 5 580 euro steunt op artikel 24, punt 2, b), van de zesde richtlijn 77/388/EEG van de Raad van 17 mei 1977.

Voornoemde bepaling geeft aan de lidstaten waarop ze van toepassing is, geen enkele mogelijkheid om voornoemde drempel te verhogen.

Tijdens de communautaire besprekingen in 1992 betreffende de invoering van de overgangsregeling van de belasting en de invoering in België van de vrijstellingsregeling, werd aan België de kans gegeven om een verhoging van de drempel te vragen. Om budgettaire redenen werd dit laatste, het aanvragen van een andere drempel dan deze bepaald door voornoemd artikel 24, punt 2, b), niet nuttig geacht. Gelet op hetgeen voorafgaat is het thans dus niet toegestaan de drempel van 5 580 euro te verhogen.

Er wordt opgemerkt dat indien hogere drempels worden toegepast in de andere lidstaten, dit het voorwerp heeft uitgemaakt van onderhandelingen naar aanleiding van de toetreding van deze lidstaten.

Niettemin dient het geachte lid erop worden gewezen dat een voorstel van richtlijn van de Raad van 29 oktober 2004 (COM-2004-728), tot wijziging van richtlijn 77/388/EEG met het oog op de vereenvoudiging van de BTW-verplichtingen, een luik bevat met betrekking tot de kleine en grote ondernemingen, dat de lidstaten zal toelaten een vrijstellingsregeling toe te passen voor de belastingplichtigen waarvan het omzetcijfer een drempel, die kan worden vastgelegd op een bedrag van maximum 100 000 euro, niet overschrijdt.

Het is in deze context dat de problematiek van de vrijstelling in België kan worden herbekeken.

Aangehaalde teksten

2

Administratieve doctrine

1

« … zake op de Europese Ministerraad? 2. Welke concrete maatregelen zullen met het oog op de omzetting van de richtlijn op 1 juli 2006 worden genomen? ANTWOORD (vice-eerste minister en minister van Financiën, 09.03.2006) Ik verwijs naar mijn antwoord op uw vraag nr. 869 van 30 juni 2005 ( Vragen en Antwoorden , Kamer, 2004-2005, nr. 88, blz. 15462-15464). Onderhavige vraag sluit hierbij aan. De vrijstellingsdrempel voor de kleine ondernemingen die werd onderhandeld binnen de Europese instanties, maakt deel uit van een veel groter geheel … »

BTW-plicht van de KMO'sParlementaire vraag21.12.2005

Bekijk het document