BTW-plicht van de KMO's · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

1047 21 december 2005

Zoeken

BTW-plicht van de KMO's

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/1047-btw-plicht-kmo-gerkens-b9d5

Nummer
1047
Datum
21 december 2005

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

17 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 112, blz. 21118-21119

BTW-plicht van de KMO's

VRAAG

De zesde BTW-richtlijn houdt op dit ogenblik een vrij stringente regeling in, waarbij de lidstaten kleine ondernemingen van de belasting mogen vrijstellen. Naar aanleiding van de opeenvolgende uitbreidingen van de Unie werden tal van afwijkingen toegestaan, zodat de lidstaten op dit ogenblik zeker niet op gelijke voet worden behandeld. Bovendien kregen de lidstaten waar op het ogenblik van de goedkeuring van de zesde richtlijn een hogere vrijstellingsdrempel van toepassing was dan de door de richtlijn ingevoerde drempel, de toelating die hogere drempel te behouden en zelfs op te trekken, om de waarde in reële termen te behouden.

De Commissie meent dat de lidstaten over een grotere vrijheid zouden moeten beschikken bij het vaststellen van de drempel waaronder de BTW-plichtigen van de BTW kunnen worden vrijgesteld. Daarom wordt een maximumbedrag van 100 000 euro voorgesteld, zodat de lidstaten zelf zouden kunnen beslissen welke regeling het best bij de structuur van hun nationale economie aansluit.

In de wetgevende tekst zou voorts moeten worden verduidelijkt dat de lidstaten, zo zij dit wensen, verschillende drempels kunnen toepassen, meer bepaald om een onderscheid te maken tussen BTW-plichtige leveranciers van goederen enerzijds en dienstverleners anderzijds. Dat onderscheid zou worden gemaakt op een niet-discriminerende grondslag en aan de hand van objectieve criteria.

De drempel van 100 000 euro zou van toepassing worden op de datum van inwerkingtreding van de richtlijn tot wijziging van richtlijn 77/388/EEG met het oog op de vereenvoudiging van de BTW-verplichtingen. Die drempel zou later kunnen worden opgetrokken, maar enkel om de waarde in reële termen in de lidstaten te behouden.

1. Welk standpunt verdedigt ons land ter zake op de Europese Ministerraad?

2. Welke concrete maatregelen zullen met het oog op de omzetting van de richtlijn op 1 juli 2006 worden genomen?

ANTWOORD

(vice-eerste minister en minister van Financiën, 09.03.2006)

Ik verwijs naar mijn antwoord op uw vraag nr. 869 van 30 juni 2005 ( Vragen en Antwoorden , Kamer, 2004-2005, nr. 88, blz. 15462-15464). Onderhavige vraag sluit hierbij aan.

De vrijstellingsdrempel voor de kleine ondernemingen die werd onderhandeld binnen de Europese instanties, maakt deel uit van een veel groter geheel van maatregelen tot vereenvoudiging van de BTW-verplichtingen die onder meer bestaan uit het invoeren van een regeling van het enig loket, een nieuwe procedure van teruggaaf van de belasting voor operatoren die niet zijn gevestigd in de lidstaat waar de belasting is verschuldigd, een harmonisatie van de beperking van het recht op aftrek, ...

De wijze waarop over deze maatregelen wordt beslist en waarbij elk onderdeel min of meer afzonderlijk wordt onderzocht, is niet duidelijk bepaald; moet ieder luik apart worden aangenomen of dient het akkoord betrekking te hebben op het geheel van de besproken maatregelen?

Het is blijkbaar moeilijk om het onderzoek inzake de drempels van de vrijstelling en het systeem van het enig loket van elkaar los te koppelen. Wat de problematiek van de drempels betreft, zijn bepaalde lidstaten van oordeel dat de maximumdrempel van 100 000 euro te hoog is, andere lidstaten vragen dat een onderscheid wordt gemaakt tussen leveringen van goederen en dienstverrichtingen en nog andere wensen een splitsing in twee maximumdrempels (50 000 of 100 000 euro) in functie van de thans in elke lidstaat geldende vrijstellingen.

De complexiteit van de materies, de samenhang tussen bepaalde luiken en zelfs de mogelijkheid van het globaal aannemen van de voorstellen, gekoppeld aan de wijze van beslissing in fiscale zaken die unanimiteit vereist, zetten mij er toe aan te geloven dat geen consensus zal kunnen worden bereikt vóór 1 juli 2006.

België van zijn kant is ten aanzien van het door u aangehaald onderdeel niet tegen een zekere soepelheid ten gunste van de lidstaten, hoewel de uiteindelijke houding uiteraard zal afhangen van het globaal compromis dat zal kunnen worden bereikt.

De aanpassing van de vrijstellingen binnen de overeengekomen bewegingsruimte, zal op het ogenblik van de daadwerkelijke omzetting van de richtlijn naar Belgisch recht dienen te worden onderzocht in functie van de structuur van onze nationale economie.