Seizoenbedrijven. BTW-teruggaaf · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

86 4 maart 1982

Zoeken

Seizoenbedrijven. BTW-teruggaaf

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/86-seizoenbedrijven-btw-teruggaaf-desseyn-seizoenbedrijf-5b50

Nummer
86
Datum
4 maart 1982

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer

Seizoenbedrijven - BTW-teruggaaf

VRAAG

De teruggaaf van BTW ingesteld bij artikel 77 van het BTW-Wetboek, wordt onder meer verleend en geregeld overeenkomstig artikelen 8, 1, en 12 van het koninklijk besluit nr. 4 tot uitvoering van de BTW-wetgeving.

In art. 8(1), § 2 wordt bepaald dat de teruggaaf van het bedrag, verschuldigd door de Staat, na het indienen van de laatste aangifte van een kalenderkwartaal wordt gedaan op de wijze aangeduid in artikel 12, § 1, dat wil zeggen door overschrijving op een financiële rekening van de belastingplichtige, indien dit bedrag 25.000 fr. bereikt voor de driemaandelijkse aangiften en 60.000 fr. voor de maandaangiften. Deze regeling is zeer nadelig voor sommige seizoenbedrijven aan de kust en ook elders, die hoofdzakelijk of uitsluitend hun zakencijfer maken vanaf april en die de voorraad van hun lente- en zomerartikelen aanleggen tijdens de eerste drie maanden van het jaar.

Een handelszaak heeft bijvoorbeeld op 31 maart 1982 een gecumuleerd tegoed aan BTW van 500.000 fr., wegens aankopen tijdens het 1e kwartaal. Dit tegoed wordt na indiening van de aangifte van maart 1982, in te dienen voor 20 april 1982, meestal pas in juni terugbetaald en zeker wanneer de belastingplichtige op de lijst 678 voorkomt, die door het C.I.V./BTW (Centrum voor Informatieverwerking) tot eventuele controle aan de hoofdcontroleurs BTW wordt toegestuurd.

Dezelfde belastingplichtige is intussen voor de maand april 1982 als BTW, 300.000 fr. verschuldigd, die hij moet betalen voor 20 mei 1982, niettegenstaande hij een tegoed heeft van 500.000 fr. In veel gevallen moet hij hiervoor een duur kaskrediet aanvragen bij een bankinstelling.

Wil de achtbare Minister mij antwoorden op de volgende vragen:

Op welke wijze kan vermeden worden dat de geciteerde belastingplichtigen voor 20 mei 1982 belangrijke bedragen moeten storten, zelfs wanneer hun tegoeden op dat ogenblik hun schulden overtreffen?

Indien een oplossing in de huidige stand van de wetgeving en van de administratieve regelen niet mogelijk is, kan dan overwogen worden dat de belastingplichtigen de toelating bekomen om het driemaandelijks tegoed van respectievelijk 25.000 fr. en 60.000 fr. en meer, te brengen naar het volgende aangiftetijdperk (en dit in het bijzonder wat het eerste kwartaal betreft)?

Dit zou kunnen verwerkt worden in het programma van het C.I.V./BTW, voor de belastingplichtigen die hierom verzoeken.

Gelet op het komende seizoen zou een gunstig gevolg de betrokken seizoengebonden handelszaken zeer aangenaam zijn.

ANTWOORD

Het is juist dat in de huidige stand van de BTW-wetgeving het belastingtegoed dat op het einde van het kalenderkwartaal vatbaar is voor teruggaaf, effectief dient te worden terugbetaald en niet mag worden overgebracht naar de aangifte van het volgende kwartaal of naar de aangifte van de eerste maand van dat kwartaal.

Ik ben mij evenwel bewust van de problemen die hierdoor, vooral voor seizoenbedrijven, ontstaan en heb dan ook de bevoegde Administratie verzocht een oplossing te zoeken die het mogelijk maakt om, althans gedeeltelijk, de opgeworpen bezwaren te verhelpen.

Aangehaalde teksten

4
KB nr. 4 art. 11 voorkomen
KB nr. 4 art. 121 voorkomen
KB nr. 4 art. 81 voorkomen
WBTW art. 771 voorkomen

Administratieve doctrine

1

« … uitvoer. 2. Ik ben mij bewust van het probleem dat de belastingtegoeden zwaar drukken op de financiële toestand van de ondernemingen die hun activiteit uitoefenen in de sector van de uitvoer. Zoals ik trouwens reeds heb medegedeeld in het antwoord op de vraag nr. 86 van de heer Desseyn van 4 maart 1982 Z. Revue nr. 53, blz. 329, nr. 11. (z. bulletin van Vragen en Antwoorden, Kamer, 1981-1982, nr. 12, blz. 760), onderzoekt de bevoegde administratie momenteel de maatregelen die genomen kunnen worden om, in de mate van het mogelijke, alle bezwaren die … »

Belastingtegoeden. Ongunstige weerslag in de sector van de onrechtstreekse uitvoerParlementaire vraag27.08.1982

Bekijk het document