Nalatigheidsinteresten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

86 30 januari 1981

Zoeken

Nalatigheidsinteresten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/86-nalatigheidsinteresten-waterschoot-nalatigheidsinterest-ac95

Nummer
86
Datum
30 januari 1981

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Senaat

Nalatigheidsinteresten

VRAAG

Ik heb de eer de geachte Minister volgend probleem voor te leggen:

Bij een BTW-kontrole wordt vastgesteld dat de overdracht van een bepaalde bedrijfsafdeling niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 11 van het BTW-Wetboek.

Benevens de verschuldigde BTW worden ook een boete en nalatigheidsinteresten gevorderd.

Gezien de bijzondere omstandigheden, wordt de boete door de heer direkteur volledig kwijtgescholden. Interesten worden niet kwijtgescholden omdat dit niet voorzien is in de wet.

Is de geachte Minister niet van mening dat in casu de toepassing van nalatigheidsinteresten eveneens onbillijk is vermits de Staat geenszins benadeeld werd? De verschuldigde BTW is immers in hoofde van de medekontraktant onmiddellijk aftrekbaar en de kontrakterende partijen hebben alleen een verkeerde interpretatie gemaakt van de wet (en dit volledig te goeder trouw).

Meent de geachte Minister dan ook niet dat in het BTW-Wetboek een beschikking zou moeten ingelast worden analoog aan de bepaling opgenomen in artikel 307 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en die uiteraard ook van toepassing zou zijn op de hangende geschillen?

ANTWOORD

De BTW is een eenmalige verbruiksbelasting die door middel van gefractioneerde betalingen in elke fase van het productie- en distributieproces wordt voldaan. Daarom is er vereist dat iedere belastingplichtige in de fase waarin hij optreedt al de in het BTW-Wetboek bedoelde verplichtingen nauwgezet nakomt.

Ten einde de goede werking van het mechanisme in iedere van de bedoelde fasen te waarborgen, voorziet het BTW-Wetboek, met name in geval van niet-betaling of niet-tijdige betaling van de verschuldigde BTW, in geldboeten en nalatigheidsinteresten.

Wat meer bepaald de interesten betreft, deze zijn van rechtswege verschuldigd, zonder dat de opeisbaarheid ervan is verbonden met de aard van de handelingen die tot de onregelmatigheid aanleiding hebben gegeven, noch met de eventuele aftrek van de belasting waarop zij betrekking hebben; geen enkele bepaling van het BTW-Wetboek houdt de mogelijkheid in ze te verminderen of kwijt te schelden.

De invoeging in het BTW-Wetboek van een bepaling op grond waarvan de Minister van Financiën deze mogelijkheid zou hebben, zou, wegens het tenietdoen van het automatisme waardoor de verschuldigdheid van interest thans wordt gekenmerkt, nadelig zijn voor de efficiënte werking van het BTW-systeem.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 111 voorkomen