Vr. en Antw., Kamer, 2005-2006, nr. 097, blz. 17453-17454
Werk in onroerende staat - Verbouwing - Oppervlaktecriterium - Tarief
VRAAG
Een verlaagd BTW-tarief van 6% is van toepassing op werk in onroerende staat dat aan bepaalde voorwaarden voldoet. Er dienen een aantal voorwaarden te worden vervuld, onder meer de handelingen moeten de omvorming, renovatie, rehabilitatie, verbetering, herstelling of het onderhoud, met uitsluiting van de reiniging, geheel of ten dele van een woning tot voorwerp hebben.
Dit tarief is ook van toepassing op verbouwingen of uitbreidingen aan een woning. Hier wordt de bijkomende voorwaarde door de administratie gesteld dat de oppervlakte van het oude gedeelte van de woning na de werken groter blijft dan de helft van de totale oppervlakte van de woning. Als de uitbreidingswerken groter zijn zal de administratie dit beschouwen als nieuwbouw en moet 21% BTW afgedragen worden. Dit is echter een bijkomende voorwaarde die niet uit de wetgeving af te leiden is.
1. Wat kan in concreto beschouwd worden als een verbouwing of omvorming (uitbreiding)?
2. Een verbouwing met uitbreiding (groter dan de reeds bestaande oppervlakte), blijft men dit toch beschouwen als een omvorming?
3. Hoe bereken je in concreto de oppervlakte van het oude gedeelte ten opzichte van de uitbreiding wanneer ook een deel van het gebouw wordt afgebroken teneinde uit te breiden?
ANTWOORD
(vice-eerste minister en minister van Financiën, 18.10.2005)
De vragen van het geachte lid hebben betrekking op de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6% op grond van rubriek XXXI van tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 inzake BTW-tarieven of op grond van de tijdelijke regeling ingesteld bij artikel 1 bis van genoemd koninklijk besluit nr. 20.
De uitbreiding van een bestaande woning kan slechts worden aangemerkt als een omvorming of andere handeling in de zin van § 1, 1° van voornoemde rubriek XXXI en voornoemd artikel 1 bis voor zover na de uitvoering van de werken, de oppervlakte van het oude gedeelte betekenisvol is ten aanzien van het nieuwe gedeelte. Er kan worden van uitgegaan dat dit het geval is wanneer de totale oppervlakte van het oude gedeelte dat overblijft na de uitvoering van de werken groter is dan de helft van de totale oppervlakte van de woning na de uitvoering van de werken ( cf. vraag 1). De oppervlakte van het afgebroken gedeelte wordt hier dus weggelaten bij de berekening van de oppervlakte van het oude gedeelte dat overblijft na de werken ( cf. vraag 3).
Uit hetgeen voorafgaat blijkt dat de uitbreiding van een bestaande woning niet kan worden aangemerkt als een omvorming of andere handeling in de zin van § 1, 1° van voornoemde rubriek XXXI en voornoemd artikel 1 bis in de situatie beoogd in de tweede vraag van het geachte lid.
Voor meer details in verband met de door het geachte lid aangehaalde problematiek verwijs ik ten slotte naar mijn omstandig antwoord op de vraag nr. 1117 van de heer Yves Leterme van 9 oktober 2002 ( Vragen en Antwoorden , Kamer, 2002-2003, nr. 153, blz. 19612-19614).