Vr. en Antw., Senaat G.Z. 1990-1991 blz. 719
Kunstpatrimonium - Tweedehands goed - Kunstvoorwerp - Antiquiteit - Verzamelobject - Kunstmarkt - Tarief - Veiling - Openbare verkoop - Museum - Verkoopcommissionair - Verkoopzaal - Maatstaf van heffing - Bijzondere regeling - Veilinghuis
VRAAG
Een deel van de indrukwekkende verzameling die door de familie Goldschmidt aan de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten werd nagelaten, wordt eerstdaags openbaar verkocht.
In dit verband wens ik de geachte minister enkele vragen te stellen :
1. Hoe komt het dat deze openbare verkoping doorgaat in het gebouw van het Museum voor Moderne Kunst te Brussel ? Waarom doet deze nationale instelling concurrentie aan de erkende Belgische verkoopzalen ?
2. Waarom wordt een buitenlands veilinghuis belast met de verkoop ? Is het verantwoord dat op deze wijze het gedeelte dat onder de vorm van BTW aan de Belgische Staat zou toekomen, wordt afgestoten ?
3. Vindt u het verantwoord dat niet enkel het Belgisch patrimonium wordt verarmd, maar dat bovendien de winst die uit de verkoop ervan voortkomt, langs filialen van buitenlandse huizen, het buitenland ten goede komt ?
ANTWOORD
1. Aangezien de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België ressorteren onder Binnenlandse Zaken, verwijs ik het geachte Lid, wat dat punt van zijn vraag betreft, naar mijn collega, Minister van Binnenlandse Zaken, van de Modernisering van de Openbare Diensten en van de Nationale Wetenschappelijke en Culturele Instellingen.
2. Volgens ingewonnen inlichtingen werd de verkoop van de kunstcollectie afkomstig van de familie Goldschmidt gerealiseerd door een in België als BTW-belastingplichtige geregistreerde dochteronderneming van een in het buitenland gevestigd veilinghuis zodat normaal de in België toepasselijke BTW verschuldigd was al naargelang van de hoedanigheid waarin genoemde vennootschap is opgetreden. Voor de toepasselijke BTW-regeling verwijs ik naar mijn antwoord op de vraag van het geachte Lid nr. 162 van 6 april 1990 (1) (zie bulletin van Vragen en Antwoorden, Senaat, van 15 mei 1990, blz. 1469 tot 1471) .
3. Hoewel ik de bezorgdheid van het geachte Lid volkomen deel, is het ook zo dat nationale belastingwetten bezwaarlijk kunnen voorkomen dat enerzijds kunstwerken in het buitenland terechtkomen en anderzijds buitenlandse veilinghuizen in België optreden, vermits de aanwezigheid van laatstgenoemden hier te lande inzonderheid afhankelijk is van de eigenaars van kunstwerken die allicht worden beïnvloed door de faam van die verkoopondernemingen.
Voor het overige verwijs ik het geachte Lid naar het antwoord op de vraag nr. 671 van de heer Volksvertegenwoordiger Simons van 10 december 1990 (2).
NOTEN
(1) Z. Revue nr. 90, blz. 279.
(2) Z. deze Revue, blz.151.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.