Vr. en Antw., Kamer, 2007-2008, nr. 16, blz. 2784
Antistollingstherapie - Handheld INR toestellen - Verlaging BTW-tarief
VRAAG
Omwille van diverse redenen dienen 100 000 Belgen een orale antislottingstherapie te volgen. Deze behandeling beoogt de coagulatie van het bloed te remmen, in de volksmond ook wel gekend als het «bloed verdunnen ».
Om bloedingen of een nieuwe trombose uit te sluiten, moeten deze patiënten in antistollingstherapie regelmatig hun bloed laten nemen bij de huisarts. Nadien analyseert een klinisch laboratorium het bloedstaal op de stolling, uitgedrukt in INR (ratio om protombinetijd uit te drukken). Er bestaan evenwel apparaten waarmee de patiënt zelf zijn INR kan meten. Het gebruik van de draagbare INR toestellen is sterk te vergelijken met dat van de glocosemeters van diabetespatiënten.
De markt voor INR toestellen is echter aanzienlijk kleiner dan de markt van draagbare meetapparaten voor diabetici. Zo zijn er van de 310 000 diabetici ongeveer 60 000 geconventioneerde patiënten die zelf een apparaat gebruiken, bij patiënten in antistollingstherapie ligt dit potentieel meer dan 60 % lager. Voor de diabetici werd echter een BTW-verlaging op hun apparaten ingevoerd. Voor de patiënten in antistollingstherapie is dit nog niet het geval. Thans is er voor deze toestellen geen tegemoetkoming van het Riziv.
Om de handheld INR toestellen en bijhorende teststrips toegankelijker te maken voor de patiënt zou, een verlaging van de BTW van 21 % naar 6 % een welkome maatregel zijn. Deze maatregel kan maximum 1,5 miljoen euro kosten aan de overheid, om dan nadien jaarlijks af te nemen. Immers een toestel moet maar eenmaal door de patiënt aangeschaft worden om nadien lange tijd gebruikt te worden. Bovendien, spelen er terugverdieneffecten. Een BTW-verlaging leidt immers tot hogere verkoop van toestellen en een aansluitende, verzekerde verkoop van teststrips.
1. Bent u, het met mij eens dat de patiënt baat heeft bij het doorvoeren van zulke maatregel ?
2. Overweegt u de nodige maatregelen te nemen om te komen tot een verlaging van het BTW-tarief op handheld INR toestellen en hun toebehoren?
ANTWOORD
(vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen, 30.04.2008)
Overeenkomstig bijlage III, categorie 4 van de richtlijn 2006/112/EG kunnen de lidstaten een verlaagd BTW-tarief toepassen voor «medische uitrusting, hulpmiddelen en andere apparaten die gewoonlijk bestemd zijn voor verlichting of behandeling van handicaps, voor uitsluitend persoonlijk gebruik door gehandicapten, met inbegrip van herstelling daarvan ».
In de rubrieken XVII en XXIII van de tabel A van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 zijn de goederen opgenomen die ingevolge voornoemde bijlage III, categorie 4 thans in België onderworpen zijn aan het verlaagde BTW-tarief van 6%.
Toestellen om de INR-waarden te meten zijn niet uitdrukkelijk opgenomen in voornoemde tabel A en zijn derhalve onderworpen aan het normale BTW-tarief van 21%.
Mijn administratie heeft een eerste lijst samengesteld met betrekking tot een aantal medische hulpmiddelen en farmaceutische producten waarvoor eventueel het verlaagd tarief van 6% kan worden toegepast, Deze lijst werd overgemaakt aan mijn collega van Volksgezondheid om na te gaan welke de budgettaire weerslag kan zijn van een BTW-verlaging voor deze toestellen en andere medische hulpmiddelen.
Aangezien draagbare INR-toestellen nog maar vrij recent op de markt werden gebracht, zijn deze evenwel nog niet in deze lijst opgenomen. Mits de nodige expertadviezen en overleg met de betrokken instanties, zouden de INR-toestellen eveneens in overweging kunnen genomen worden.