Het S.-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

8193 19 januari 2016

Zoeken

Het S.-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/8193-arrest-hof-justitie-europese-unie-4cfb

Nummer
8193
Datum
19 januari 2016

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

15 paragrafen

Kamer, Integraal verslag - Commissie voor de Financiën en Begroting, 2015-2016, CRIV 54 COM 311 d.d. 19.01.2016, blz. 9

Het S.-arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie

Vincent Scourneau: In het kader van een prejudiciële vraag betreffende een geschil tussen S., een soort vzw, en de belastinginspectie vroeg het Litouwse administratieve hooggerechtshof of artikel 168 van richtlijn 2006/112/EG, de zogenaamde btw-richtlijn, de belastingplichtige het recht verleent op aftrek van de voorbelasting die hij heeft voldaan bij de aankoop van niet-vlottende activa die bedoeld zijn voor gratis gebruik door het publiek, maar die kunnen worden beschouwd als een middel om bezoekers aan te trekken naar een plaats waar de belastingplichtige voornemens is goederenleveringen en/of diensten te verrichten in het kader van zijn economische activiteiten.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft geoordeeld dat een belastingplichtige recht heeft op aftrek van de voorbelasting die hij heeft voldaan bij de vervaardiging of de verwerving van investeringsgoederen om een economische activiteit te verrichten op het gebied van plattelands- en recreatief toerisme, die rechtstreeks bedoeld zijn voor gratis gebruik door het publiek en als middel om belaste handelingen te verrichten, als er sprake is van een rechtstreeks en onmiddellijk verband tussen uitgaven in een eerder stadium en handelingen in een later stadium die recht geven op de aftrek van voorbelasting. Het staat aan het rechtscollege dat de vraag verwezen heeft om dat na te gaan.

Op grond van deze uitspraak zouden de culturele en toeristische operatoren, waaronder een aantal vzw's, de in het verleden doorgestorte btw kunnen terugvorderen.

Hoe interpreteert uw administratie dit arrest? Kan een vzw die al haar inkomsten uit subsidies haalt en gratis diensten verleent om het toerisme en de economie te promoten, zich op deze uitspraak beroepen? Deze interpretatie zou van toepassing zijn op veel toeristische vzw's.

Kunnen vzw's met activiteiten die onder het arrest vallen, een aanvraag tot terugbetaling indienen? Zo niet, waarom niet? Zo ja, volgens welke modaliteiten geschiedt de terugbetaling? Heeft de administratie bepaald welke procedure er eventueel moet worden gevolgd?

Minister Johan Van Overtveldt: Het Europees Hof toetst de rechtsbeginselen aan de feiten van het geding. S. verschaft accommodatie en verstrekt maaltijden, organiseert congressen en vrijetijdsbeurzen, en biedt met die activiteiten verband houdende adviesverlening aan.

Het geschil heeft betrekking op het bestaan van het recht op aftrek van de btw voor de aanleg van een recreatief pad, dat gedurende een bepaalde periode gratis wordt opengesteld voor het publiek. Het Hof oordeelt dat er rechtstreeks en onmiddellijk verband bestaat tussen de uitgaven van S. en de gehele door S. beoogde economische activiteit.

Het pad dient om bezoekers aan te trekken, teneinde hun dankzij de verkoop van producten belastbare handelingen te bieden en hun toegang te bieden tot attracties tegen betaling.

Wanneer men investeringsgoederen verwerft om ze gratis ter beschikking te stellen van het publiek en ze achteraf ook bestemt voor het verrichten van belastbare handelingen door de belastingplichtige ontstaat er een recht op aftrek. Het geval van de door u bedoelde vzw moet tegen de achtergrond van de feiten onderzocht worden. Een vzw die gratis handelingen verricht en uitsluitend aangewezen is op subsidies is niet btw-plichtig en heeft geen recht op aftrek.

Vincent Scourneau: Een vzw die facturen kan voorleggen voor eender welke uitgeoefende activiteit zou btw kunnen aftrekken voor de investeringen die ze verricht in het kader van haar algemeen activiteitenbeleid.

Minister Johan Van Overtveldt: Als dat beantwoordt aan de omstandigheden waarnaar ik in mijn antwoord heb verwezen. Het is dus iets genuanceerder dan dat.

Vincent Scourneau: Uw antwoord is veel minder ruim opgevat.

het incident is gesloten

Aangehaalde teksten

1