Vr. en Antw., Kamer
Onroerend werk voor eigen rekening
VRAAG
Wanneer een huis wordt gebouwd met de actieve medewerking van de eigenaar, stelt het Bestuur van de BTW de waarde daarvan vast bij vergelijking. Als de vastgestelde waarde de voorgelegde rekeningen plus een bedrag dat de persoonlijke arbeid van de betrokkene vertegenwoordigt, overtreft, dan wordt de BTW-aanslag toegepast op het verschil tussen de schatting en de som van de rekeningen en de persoonlijke arbeid.
Het verschil wordt in dat geval volgens het gewone tarief belast maar het lijkt mij overdreven dat de eigenaar dan een boete oploopt die overeenstemt met de belasting op het verschil.
Een voorbeeld: voor een huis dat door uw diensten op 2 miljoen fr. wordt geschat, wordt aan de hand van rekeningen en met het evenredige aandeel van de persoonlijke arbeid een waarde van 1,5 miljoen fr. aangetoond. Een belastbaar verschil van 500.000 fr. wordt tegen 14% belast met 70.000 fr., waarvan een boete van 70.000 fr. wordt toegevoegd, die wordt verminderd als de kliënt binnen een bepaalde termijn betaalt.
Meent de heer Minister niet dat in dat geval alleen de belasting zou moeten worden toegepast, zonder dat een boete wordt opgelegd, aangezien hier geen sprake is van bedrog, zoals U wel zal willen toegeven? Mag ik de heer Minister vragen welke overwegingen hem of zijn Administratie ertoe hebben gebracht aan de boete te denken en aan de toepassing ervan alsof het om bedrog ging?
ANTWOORD
Wanneer ten aanzien van werk in onroerende staat dat betrekking heeft op een opgericht gebouw wordt bevonden dat de belasting over een ontoereikende maatstaf werd voldaan, verbeurt de bouwheer op grond van artikel 70, § 5, van het BTW-Wetboek een administratieve geldboete ten bedrage van de aanvullende belasting.
Overeenkomstig de algemene richtlijnen voor de vermindering van de geldboeten inzake BTW, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 26 juni 1973, wordt die geldboete naargelang van de grootte van het te belasten tekort nochtans aanzienlijk verminderd.
Die geldboete wordt ipso jure en op grond van het enkel feit van het bestaan van de overtreding opgelopen.
Zij is verschuldigd van zodra wordt vastgesteld dat het bedrag van de normale bouwwaarde bepaald overeenkomstig artikel 32, tweede lid, van het BTW-Wetboek het totaal bedrag van de door aannemers gefactureerde prestaties tot oprichting van het gebouw met minstens één achtste van dat laatste bedrag overtreft.
Bij toepassing van hetzelfde beginsel wordt, op grond van artikel 201 van het Wetboek van de Registratierechten voor in België gelegen onroerende goederen die bij overeenkomst worden overgedragen of aangewezen en ingevolge artikel 127 van het Wetboek van de Successierechten voor aan schatting onderworpen erfgoederen die zich binnen het Rijk bevinden, ook een administratieve geldboete opgelopen wanneer in de opgegeven prijs of aangegeven waarde een tekort wordt vastgesteld dat gelijk is aan of hoger dan één achtste van die prijs of waarde.
Hij die evenwel met bedrieglijk opzet de bepalingen van het BTW-Wetboek of de ter uitvoering ervan gegeven regelen overtreedt, wordt, onverminderd de toepassing van de administratieve geldboeten, gestraft met de strafrechtelijke sancties bepaald bij artikel 73 van het BTW-Wetboek.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.