Plaats van de dienstverrichting. Interpretatie · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

806 1 december 1993

Zoeken

Plaats van de dienstverrichting. InterpretatieBTW. Plaats van de dienstverrichting. Interpretatie

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/806-plaats-dienstverrichting-interpretatie-gehlen-dienst-bd54

Nummer
806
Datum
1 december 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

14 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 91, blz. 8907-8908

BTW - Plaats van de dienstverrichting - Interpretatie

VRAAG

Vele dierenartsen in de grensstreek hebben een cliënteel in Duitsland uitgebouwd. Zij gaan dan ook regelmatig de grens over om zieke dieren te behandelen.

Krachtens artikel 21, § 3, 2°, van het BTW-wetboek wordt als plaats van de dienst aangemerkt de plaats waar het goed zich bevindt, wanneer het gaat om materieel werk of een expertise, die betrekking hebben op een ander goed dan een uit zijn aard onroerend goed.

Aangezien in het hier besproken geval dieren in Duitsland worden behandeld, is Duitsland de plaats van de dienst en is de BTW bijgevolg in Duitsland verschuldigd.

Alleen aanvaardt het Duitse "Finanzamt" die redenering niet en past het de algemene regel toe volgens welke de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit heeft gevestigd, als plaats van een dienst geldt, of bij gebrek aan een dergelijke zetel, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats. Volgens de Duitse BTW-regeling is de BTW dus in België verschuldigd.

Wat moet voormelde dierenartsen doen om zowel in België als in Duitsland in overeenstemming te zijn met de wet ?

ANTWOORD

Zoals het geacht lid opmerkt, vinden bij toepassing van artikel 21, § 3, 2°, van het Belgische BTW-wetboek, de prestaties van een dierenarts plaats daar waar het goed, in casu het dier, in verband waarmee die diensten worden verricht, zich bevindt.

Dat standpunt is in overeenstemming met dat van de diensten van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, die de mening zijn toegedaan dat dergelijke prestaties moeten worden beschouwd als werken met betrekking tot lichamelijke roerende zaken in de zin van artikel 9, § 2, c), van de zesde richtlijn. Betreffende prestaties zijn derhalve aan de belasting onderworpen op de plaats waar ze materieel worden verricht.

België heeft bijgevolg niet de bedoeling het ter zake ingenomen standpunt te wijzigen.

Evenwel, indien, rekening houdende met de verschillende interpretaties die blijven bestaan tussen de lidstaten, een andersluidende gemeenschappelijke oplossing bij de besprekingen binnen het BTW-comité zou worden aangenomen, zou België zich daarbij slechts kunnen aansluiten.

Hoe dan ook, tot zolang een dergelijke oplossing eventueel wordt aangenomen, hetgeen weinig waarschijnlijk is, kan de administratie geen kritiek leveren op het niet belasten in België van betreffende diensten.

Aangehaalde teksten

2