Restaurantkosten. Aftrekbeperking van 50%. BTW-tarief · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

802 1 december 2003

Zoeken

Restaurantkosten. Aftrekbeperking van 50%. BTW-tarief

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/802-restaurantkosten-aftrekbeperking-btw-tarief-mondelinge-eaff

Nummer
802
Datum
1 december 2003

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

47 paragrafen

Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 079, blz. 8-14

Restaurantkosten - Aftrekbeperking van 50% - BTW-tarief

VRAAG

(802 van de heer Bultinck)

De Europese ministers van Financiën hebben op de Ecofin-raad geen akkoord kunnen bereiken over de verlaging van de BTW voor de horeca. Wat is er misgelopen? De verlaging van de BTW voor de horeca staat in het regeerakkoord. Welke maatregelen plant de regering om de tegenvaller te compenseren? Wat met de andere beloftes over de verkoop van sterke drank en over de fiscale aftrekbaarheid van restaurantkosten?

VRAAG

(845 van mevrouw Roppe)

Mensen uit de horeca zijn zwaar ontgoocheld dat de beloofde BTW-verlaging er niet komt. Het gaat om een grote sector die de laatste jaren zwaar onder druk staat. In onze buurlanden, vooral in Nederland, kan de horeca wel op gunstige fiscale maatregelen rekenen, wat erg nadelig is in de grensgebieden. Wat zijn de oorzaken van de beslissing van de Ecofin-raad? Wat plant de minister om toch nog zijn slag thuis te halen? Klopt het dat fiscale gunsttarieven in Nederland wel kunnen? Zo ja, hoe verklaart de minister dat?

VRAAG

(813 van mevrouw Pieters)

De verlaging van de BTW in de horeca begint op een calvarietocht te lijken. Eerst was er minister Gabriëls die de verlaging met veel bombarie afkondigde en zich toen realiseerde dat het een Europese materie is. Dan was het minister Daems met zijn horecaplan. Dan hield de regering een grote staten-generaal waarin iedereen uit de sector zijn zegje mocht doen.

De topprioriteit bleek de BTW-verlaging te zijn. De regering werkte een vrijwel onwerkbare regeling uit voor piekmomenten en liet het er voor de rest bij. In Leuven stelde Steve Stevaert zijn kookboek voor en beloofde de BTW-verlaging expliciet. De aftrekbaarheid van restaurantbezoek zou bovendien voor elke Belg gelden. Het bleef bij woorden.

Het huidige regeerakkoord wilde via de Ecofin-raad alsnog de BTW-verlaging doorvoeren, wat klaarblijkelijk mislukt is. Een aantal landen is tegen en Ecofin kan alleen unaniem beslissen. Ondertussen blijft de regering doen alsof het allemaal in orde komt.

Kan de minister de beslissing van Ecofin toelichten? Welke landen liggen dwars? Welke concrete initiatieven neemt de minister om de oude belofte aan de horeca alsnog in te lossen?

VRAAG

(805 van de heer Van der Maelen)

Mijn fractie staat achter de inspanningen van minister Reynders om de BTW-verlaging er op Europees niveau door te krijgen. De wet van 1983 op de verkoop van sterke drank moet volgens ons worden gewijzigd. De aftrekmogelijkheden moeten nader worden bestudeerd en vooral de nadelen voor België moeten worden weggewerkt. De G-test van de CD&V wordt momenteel gewoon uitgevoerd.

De wet voorziet in één uitzondering op de regel dat restaurantkosten maar voor de helft aftrekbaar zijn, namelijk voor de restaurantkosten van vertegenwoordigers van de voedingssector. Daarnaast zijn er door pseudo-wetgeving extra uitzonderingen ontstaan: uitgaven voor zakenreizen in het buitenland, kosten die buitenlanders in België maken en restaurantkosten bij seminaries en colloquia zijn voor 100 percent aftrekbaar.

Hoeveel kosten de uitzonderingen? Wat is de logica achter die uitzonderingen?

Die uitzonderingen op de vijftig-procentregel zitten vol anomalieën en zijn niet langer verdedigbaar. Zo zijn restaurantkosten die in België worden gemaakt voor buitenlanders alleen maar volledig aftrekbaar indien die kosten binnen het hotel worden gemaakt. Iedereen weet dat integraal aftrekbare kosten voor het bijwonen van seminaries en colloquia in het buitenland nogal eens de hoge kosten voor een buitenlands groepsuitstapje moeten camoufleren. Ik ben er dan ook voorstander van om de beperking van de aftrekbaarheid van de restaurantkosten tot 50 procent in België uit te breiden tot alle restaurantkosten, waar ze ook gemaakt worden.

VRAAG

(833 van de heer Tommelein)

Al tijdens de vorige zittingsperiode had de VLD een wetsvoorstel ingediend om de BTW in de horeca op 6 procent te brengen. Minister Reynders staat hier zeker niet afkerig tegenover.

Het wetsvoorstel dat de heer Desimpel had ingediend inzake de veralgemening van de volledige aftrekbaarheid van restaurantkosten, zal ik opnieuw op de agenda laten zetten. De invoering van de vijftig-procentregel betekende voor de Belgische horeca immers een zware aderlating: tal van bedrijven schroefden hun restaurantbezoek gevoelig terug en installeerden een restaurant binnen het bedrijf, waarvan de kosten wel integraal aftrekbaar bleven. In onze buurlanden bestaat de volledige aftrekbaarheid nog wel.

De buitenlandse restaurantkosten mogen in België dan weer integraal afgetrokken worden, hetgeen een ernstige discriminatie inhoudt voor de Belgische restaurateurs in de grensstreek. Het voorstel dat de heer Van der Maelen zonet formuleerde om de vijftig-procentaftrekbaarheid te veralgemenen is nefast. De VLD stuurt er integendeel op aan om de volledige aftrekbaarheid te veralgemenen. Dat is de uitgelezen weg om de horecasector, die momenteel een crisis zonder voorgaande moet doorworstelen, nieuw leven in te blazen.

Wat is het standpunt van de regering over het VLDvoorstel om de beroepsmatig gedane restauranten receptiekosten voor 100 procent aftrekbaar te maken? Wat zijn de slaagkansen op de Ecofin-raad van het voorstel inzake de mogelijke verlaging van de BTW-voet voor de horecasector tot 6 procent?

ANTWOORD

(van de heer Jamar, Staatssecretaris)

Ik heb niet aan de Ecofin-vergaderingen deelgenomen. Men moet een onderscheid maken tussen twee aspecten. Vooreerst dat van de BTW-: op de jongste Ecofin-raad werd geen akkoord bereikt met betrekking tot de herziening van de tariefstructuur en meer bepaald de bijlage H bij de zesde richtlijn. Enkel de Commissie beschikt ter zake over een initiatiefrecht. De eenparige instemming van alle lidstaten over het ontwerp in zijn geheel is vereist. Op 23 juli 2003 heeft de Commissie de zesde richtlijn gewijzigd en de restauratieve diensten bij rubriek 14 van bijlage H ingedeeld. Minister Reynders heeft altijd met het voorstel van nieuwe bijlage H ingestemd. Duitsland, Oostenrijk, Zweden en Denemarken wijzen om het even welke uitbreiding van die bijlage af. De vereiste eenparigheid werd dus niet verkregen. Minister Reynders blijft voor een vermindering van het BTW-tarief pleiten. Het onderdeel fiscaliteit wordt behandeld in het kader van de onderhandelingen van minister Moerman met de sector, met het oog op het afsluiten van een akkoord, zoals bepaald in de regeringsverklaring.

Inzake de aftrekbaarheid heb ik mijn administratie de opdracht gegeven te onderzoeken of er een administratieve circulaire kan worden opgesteld waarin de representatiekosten voor zakenreizen naar het buitenland in de toekomst op dezelfde leest kunnen geschoeid worden als de in België gemaakte representatiekosten. Daarnaast moet ze nagaan welke weerslag die maatregel zou hebben. Restaurantkosten die gemaakt zijn tijdens een verblijf in een Belgisch hotel en die op een en dezelfde hotelfactuur staan zijn volledig aftrekbaar. Restaurantkosten die in een globale afrekening zijn opgenomen zijn slechts aftrekbaar voor zover ze integraal deel uitmaken van dergelijke seminaries. Het voorbeeld van Zelzate is onjuist. Elke uitgave die aan de overkant van de grens wordt gemaakt moet verband houden met de export.

WEDERVRAAG (van de heer Bultinck)

Het antwoord van de staatssecretaris is verhelderend.

Ik bemerk een meningsverschil tussen de regeringspartners SP.A en VLD over de aftrekbaarheid van restaurantkosten. Het Vlaams Blok heeft twee wetsvoorstellen over dit probleem ingediend. Wij moeten hier dringend over debatteren in deze commissie, al was het maar om te weten of de meerderheid nog op dezelfde lijn zit.

De eerste minister heeft gezegd dat hij de strijd voor een BTW-voet van 6 percent voortzet, maar de kans dat hij zijn slag thuishaalt, wordt alsmaar kleiner.

De klassieke truc van de vorige regering om alle problemen naar een rondetafelconferentie te verwijzen, wordt opnieuw toegepast: minister Moerman zal een rondetafelconferentie leiden over de horecaproblematiek.

WEDERVRAAG (van mevrouw Roppe)

Alleen een BTW-verlaging volstaat niet. Ik heb het wetsvoorstel van de heer Van der Maelen mee ondertekend, omdat de horeca ook voor Spirit belangrijk is. De staatssecretaris moet er bij de minister op aandringen dat hij werk maakt van een BTW-verlaging.

WEDERVRAAG (van mevrouw Pieters)

Ecofin moet beslissen over de BTW-voet van 6 percent, maar wij weten dat zulks voor Frankrijk en Duitsland een zeer zware budgettaire investering betekent. Zweden en Denemarken zijn evenmin voorstanders. Dat weet men al lang, men heeft de horeca tijdens de verkiezingsperiode dus gewoon zitten bedotten. Als de BTW-verlaging er niet komt, vragen wij de minister om toch minstens op de andere vragen van de horeca in te gaan, zoals de vraag naar volledige aftrekbaarheid.

Ecofin heeft de materie met zes maanden uitgesteld. Wanneer wordt de zaak opnieuw besproken? Hoe zal de minister de weigerachtige lidstaten proberen te overtuigen?

WEDERVRAAG (820 van de heer Van der Maelen)

Ik stel een eenvoudig en uniform systeem voor: maak de restaurantkosten in alle landen voor 50 percent aftrekbaar. Dat voorkomt oneerlijkheid en bespaart onze controleurs een pak werk. Vooraleer over een voorstel te beslissen, moeten wij het kostenplaatje kennen. Ik vraag de minister van Financiën daarom nogmaals de kostprijs van de volledige aftrekbaarheid te berekenen. Het Reglement van de Kamer biedt ons ook de mogelijkheid om zulks aan het Rekenhof te vragen.

WEDERVRAAG (van de heer Tommelein)

Het regeerakkoord zegt niets over de fiscale aftrekbaarheid van kosten in het buitenland. Er is geen regeringsprobleem omdat de heer Vander Maelen en ik van mening verschillen.

CD&V heeft in zijn verkiezingscampagne ook gepleit voor een BTW-tarief van 6 procent voor de horeca. De pot verwijt de ketel dus dat hij zwart ziet.

Zaken doen gaat onvermijdelijk samen met hotelen restaurantbezoek. Ik weet echter uit ervaring dat de bedrijven er zelf alles aan doen om die kosten zoveel mogelijk te beperken.

Zoals de premier heeft benadrukt in zijn beleidsverklaring, is werk de absolute prioriteit. Een werkgelegenheidsbeleid kost de schatkist geld, maar levert ook veel op, al zijn de baten ervan niet zo gemakkelijk te becijferen. Het is dus niet terecht om een beleidsmaatregel uitsluitend te beoordelen op wat hij kost. De verlaging van de BTW in de horeca tot 6 procent is misschien niet alleenzaligmakend, maar zal wel een grote impact hebben op het zwartwerk in die sector en de werkgelegenheid een krachtige impuls geven.

Ik ben principieel tegen de halvering van de fiscale aftrekbaarheid van restaurantkosten in het buitenland. Een dergelijke beslissing zou slecht zijn voor het bedrijfsleven.

WEDERANTWOORD (van de heer Jamar)

Ik neem nota van de aangekondigde parlementaire initiatieven. We moeten nu nog niet beslissen wat een goede oplossing is en wat niet. Misschien kunnen we over de aftrekbaarheid hoorzittingen organiseren met mensen van buitenaf. Ik wil er echter uw aandacht op vestigen dat een 100 procent aftrekbaarheid 125 miljoen euro zou kosten. In de regeringsverklaring wordt een overeenkomst met de sectoren, onder meer met de horeca, in het vooruitzicht gesteld. Minister Moerman zal de verantwoordelijkheid voor dit dossier opnemen en zal overleg met de andere bevoegde ministeries op gang brengen.

Ik wil ook terugkomen op de Ecofin-raad. Iedereen weet dat in dat soort discussies er geen akkoord is zolang men het niet over alles eens is. Dat wil echter niet zeggen dat de meningen verdeeld zijn.

De Europese Commissie nam de horeca op bij de sectoren die in aanmerking komen voor een BTW-verlaging. Vandaag zit dat dossier vast, maar Nederland, dat in januari het voorzitterschap opneemt, heeft al een Ecofin-raad gepland in januari. Met de uitbreiding in het verschiet kan men wellicht tot een akkoord komen. Zoniet dreigt de oplossing van dit technische probleem nog te worden bemoeilijkt.

Zowel pessimisme als optimisme zijn misplaatst. De aftrekbaarheid is de zaak van het Parlement. Vandaag werd een eerste stap gezet, met de uiteenzetting van de standpunten van de verschillende partijen, zoals dat in een democratie gangbaar is. Indien ik een technisch steentje kan bijdragen, zal ik dat zeker doen.

Aangehaalde teksten

1