Tarieven. Uitzonderingsregelingen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

799 25 mei 2005

Zoeken

Tarieven. Uitzonderingsregelingen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/799-tarieven-uitzonderingsregelingen-clercq-tarief-uitzonderingsregeling-7838

Nummer
799
Datum
25 mei 2005

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 084 , blz. 14457-14459

Tarieven - Uitzonderingsregelingen

VRAAG

In het huidige Belgische BTW-stelsel worden drie soorten tarieven gehanteerd, namelijk:

•het normale tarief van 21%;

•het verlaagde tarief van 6%;

•en het tussentarief van 12%.

Mijn vraag gaat over het tussentarief dat stamt uit 1993 toen inspanningen werden gedaan om de tarieven in het ruimere kader van de uitzonderingsstelsel binnen de Europese Unie te harmoniseren.

In België is het voornoemde tarief onder meer van toepassing op goederen en producten zoals margarine, steenkool, tractorbanden of, belangrijker nog, de sociale huisvesting.

1. Op Europees niveau wil men het aantal geldende tarieven terugschroeven. Daarnaast is het tussentarief duidelijk van toepassing op courante gebruiksgoederen. Kan u in het licht van het voorgaande de criteria in herinnering brengen op grond waarvan bepaalde goederen en producten aan dat tussentarief werden onderworpen ?

2. Kan u in het kader van de onderhandelingen die een aantal lidstaten, waaronder België, momenteel met de Europese Commissie over de problematiek van de uitzonderingsregelingen met betrekking tot de BTW voeren, meedelen welke toekomst voor het tussentarief is weggelegd ?

ANTWOORD

(minister van Financiën, 20.06.2005)

Sinds 1 januari 1993 moeten de lidstaten een normaal BTW-tarief toepassen van minstens 15%. Bovendien hebben de lidstaten de mogelijkheid om één of twee verlaagde tarieven, die ten minste 5% bedragen, in te voeren voor de leveringen en diensten opgesomd in een limitatieve lijst, de zogenaamde bijlage H bij de zesde richtlijn.

De Raad van de Europese Gemeenschappen heeft een aantal beslissingen genomen op het vlak van de BTW-tarieven met betrekking tot de landbouwinputs. Ingevolge categorie 10 van voornoemde bijlage H werd het toepasselijk BTW-tarief voor banden en binnenbanden voor landbouwmachines en -tractoren, die vóór 1 april 1992 onderworpen waren aan 25% verlaagd naar 12%.

Ingevolge categorie 9 van voornoemde bijlage H kunnen de lidstaten eveneens een verlaagd tarief invoeren voor "de huisvesting in het kader van het sociaal beleid". De toenmalige regering heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt, maar omwille van budgettaire redenen heeft men dit begrip in eerste instantie beperkt gehouden tot de gebouwen die opgenomen zijn in rubriek X van de bijlage B bij het koninklijk besluit nr. 20, met uitzondering van de psychiatrische verzorgingstehuizen die vanaf 1 mei 1999 hierin werden opgenomen.

Margarine ten slotte was vóór 1 april 1992 onderworpen aan het normale BTW-tarief dat toen 19% bedroeg. Gelet op categorie 1 van voornoemde bijlage H kunnen levensmiddelen onderworpen worden aan een verlaagd BTW-tarief. Om de zogenaamde "boterberg" te verlagen, werd margarine door de toenmalige regering evenwel onderworpen aan het tarief van 12%.

In het kader van de overgangsregeling inzake BTW-, hadden de lidstaten die op 1 januari 1991 een verlaagd tarief toepasten op bepaalde goederen en diensten die niet voorkwamen in voornoemde lijst, bovendien de mogelijkheid om op die goederen en diensten een verlaagd tarief toe te passen, mits dat tarief niet lager zou zijn dan 12%. Dit staat bekend als het zogenaamde parkingtarief". Dit parkingtarief is in België toegepast op steenkool die werd onderworpen aan het tarief van 12%.

De Europese Commissie heeft op 16 juli 2003 een voorstel van richtlijn van de Raad neergelegd dat de zesde richtlijn wijzigt op het vlak van de verlaagde BTW-tarieven.

De tekst van de Commissie stelt voor om van de bijlage H van de zesde richtlijn de enige lijst te maken om de categorieën van goederen en diensten te bepalen waarop het verlaagde tarief of de verlaagde tarieven bedoeld in artikel 12, 3, a), 3e alinea van de zesde richtlijn mogen worden toegepast. De goedkeuring van deze wijzigingen zou de afschaffing van het "parkingtarief" inhouden voor de goederen en diensten die niet in de nieuwe bijlage H zijn opgenomen, maar zou geen impact hebben voor het verlaagde tarief of de verlaagde tarieven die worden toegepast op de goederen en diensten die reeds zijn opgenomen in de huidige bijlage H van de zesde richtlijn.

België, hierin gesteund door andere lidstaten, heeft de wens geformuleerd om een middel te zoeken dat toelaat de mogelijkheid te behouden om een verlaagd tarief toe te passen op de goederen en diensten die momenteel aan een "parkingtarief" onderworpen zijn. Zo zou men bijvoorbeeld de betrokken goederen en diensten kunnen opnemen in de toekomstige bijlage H, dan wel een "standstill"-bepaling opnemen in de tekst van het voorstel van richtlijn die het de lidstaten die een "parkingtarief" toepassen, zou mogelijk maken om dit te handhaven.

Aangehaalde teksten

1