BTW op aircotoestellen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

794 21 september 2001

Zoeken

BTW op aircotoestellen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/794-btw-aircotoestellen-vandeurzen-airconditioning-4434

Nummer
794
Datum
21 september 2001

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

12 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 2000-2001, nr. 104, blz. 12190-12192

BTW op aircotoestellen

VRAAG

Bij de facturatie van bepaalde aircotoestellen heerst er onzekerheid inzake de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6 % voor woningen ouder dan 5 jaar (artikel 1bis van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970) alsook voor de toepassing van de BTW aan de medecontractant (onder andere artikelen 51 en 51bis van het BTW-Wetboek).

Het toepassingsgebied dat in deze vraag bedoeld wordt zijn airco-wand-, plafond- en vloersystemen, airco-cassette-inbouwsystemen in vals plafond en airco-kanaalsystemen met kanalen en roosters. Alle toestellen bestaan uit een binnengroep verbonden door koperen leidingen en kabels met een buitengroep.

1. Is er een verschil in BTW-tarief bij toestellen die kunnen verwarmen en koelen?

2. Is er een verschil in toepassing van het systeem medecontractant bij toestellen die kunnen verwarmen en koelen?

3. Is er een verschil in BTW-tarief of toepassing medecontractant indien men meerdere binnendelen verbindt met een buitengroep?

ANTWOORD

De door het geachte lid beoogde toestellen zijn kamerkoelers van het type split-systeem. Het zijn compacte apparaten bestaande uit een buitengroep en een binnengroep die door leidingen met elkaar zijn verbonden. De buitengroep is een condensator die geplaatst wordt op het dak of terras of die opgehangen wordt aan een buitenmuur. De binnengroep bestaat uit één convector of meerdere binneneenheden (convectoren). Er bestaan verschillende modellen van convectoren. Bepaalde worden bij plaatsing onroerend van aard wegens inlijving in het gebouw, zoals de plafondmodellen die ingewerkt worden in een plafond (al dan niet vals plafond) en de minder frequente wandmodellen die ingewerkt worden in een speciaal hiervoor uitgespaarde ruimte in de muur. De vloermodellen die geplaatst worden op de grond en de plafond- en wandmodellen die worden opgehangen, dit wil zeggen bovenop plafond of muur, worden daarentegen niet onroerend van aard.

De levering met plaatsing van die kamerkoelers is niet bedoeld in artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 ("regeling medecontractant ") en komt niet in aanmerking voor de toepassing van een verlaagd BTW-tarief in de onroerende sector, behalve wanneer de binneneenheden van het split-systeem bij plaatsing onroerend van aard worden wegens inlijving in het gebouw (zie vorig lid). Wanneer de binnengroep ingelijfd wordt in het gebouw gaat de administratie ervan uit, zowel voor de toepassing van artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 als voor de toepassing van de verlaagde BTW-tarieven in de onroerende sector, dat het split-systeem in zijn geheel onroerend van aard is.

Kamerkoelers van het type split-systeem zijn soms uitgerust met een verwarmingselement zodat ze niet alleen een koelfunctie hebben tijdens de zomermaanden, maar ook kunnen gebruikt worden buiten dit seizoen als al dan niet bijkomende verwarming (multifunctionele installaties van het type split-systeem). De bepalingen vervat in het vorige lid zijn mutatis mutandis van toepassing ten aanzien van de levering met plaatsing van deze multifunctionele toestellen, behalve wanneer die toestellen een in het gebouw geïntegreerd systeem vormen omdat ze kunnen dienen voor de verwarming van de totaliteit of de quasi-totaliteit van het gebouw. In dat laatste geval beschouwt de administratie immers het geheel van de multifunctionele toestellen, zowel voor de toepassing van artikel 20, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 als voor de toepassing van de verlaagde BTW-tarieven in de onroerende sector, als een installatie voor centrale verwarming van het gebouw, ongeacht dus of de binneneenheden in dat geval al dan niet worden ingewerkt in muur of plafond.

Aangehaalde teksten

4
KB nr. 1 art. 203 voorkomens
WBTW art. 511 voorkomen
WBTW art. 51bis1 voorkomen