Beroepsoprichters · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

791 23 november 1993

Zoeken

BeroepsoprichtersBTW. Beroepsoprichters

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/791-beroepsoprichters-clippele-beroepsoprichter-34d6

Nummer
791
Datum
23 november 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

10 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 97, blz. 9652-9653

BTW - Beroepsoprichters

VRAAG

Tijdens de bespreking van het ontwerp van BTW-wetboek dat met ingang van 1 januari 1994 van kracht wordt, verklaarde u dat een beginnend beroepsoprichter, om de aan toeleveranciers betaalde BTW te kunnen terugkrijgen, niet langer hoeft te bewijzen dat een gebouw of een gedeelte van een gebouw wel degelijk werd verkocht, aangezien de administratie zich wat dat betreft vrij soepel opstelt en rekening houdt met feitelijke gegevens, zoals de geloofwaardigheid van het betrokken bedrijf (verslag Taylor, Parl. stuk, 684/4, 1992/1993, pagina's 26 en 27).

Sindsdien heb ik vernomen dat verscheidene bedrijven die konden aantonen dat ze wel degelijk van plan waren gebouwen naderhand te verkopen, inderdaad het statuut van BTW-plichtige hebben verkregen, maar tegelijk werd hen het recht ontzegd de aan toeleveranciers betaalde BTW af te trekken.

1. Hoe zit dat nu eigenlijk ?

2. Welke gevolgen heeft een schending van het EG-recht - voormelde handelswijze is immers in flagrante tegenspraak met de Europese richtlijnen dienaangaande - in het Belgische recht, wanneer de kwade trouw van de Belgische Staat vaststaat ?

ANTWOORD

Ik heb de eer het geacht lid mee te delen dat thans maatregelen werden genomen door de Administratie van de BTW, registratie en domeinen, opdat de beroepsoprichters, beoogd in artikel 12, § 2, van het BTW-wetboek, kunnen worden geïdentificeerd en zij de BTW met betrekking tot de gebouwen beoogd in die bepaling kunnen aftrekken vanaf het ogenblik waarop zij, zoals elke andere belastingplichtige, door ondubbelzinnige daden zoals blijkt uit de statuten en het in werking stellen van een organisatie, hun wil uiten handelingen te verrichten onderworpen aan de belasting.

In dat verband wordt er evenwel aan herinnerd dat de uitoefening van het recht op aftrek in hoofde van een belastingplichtige, beroepsoprichter of andere, in ieder geval ondergeschikt blijft aan het effectief stellen van belaste handelingen zoals bepaald in artikel 45, § 1, 1°, van het genoemde wetboek.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 121 voorkomen