Vr. en Antw., Senaat
Economische samenwerkingsverbanden (wet van 17 juli 1989) - BTW-regeling
VRAAG
De wet van 17 juli 1989 Z. Revue nr. 87,blz. 261 heeft die groepering in het Belgisch recht ingevoerd.
Ze beoogt de verbetering of uitbreiding van de resultaten van de activiteit van haar leden, maar geen zelfverrijking.
Elk lid draagt bij in de uitgaven op een te bepalen wijze.
Wat is de toestand van die groepering t.o.v. haar leden, inzake BTW in volgend geval?
De groepering huurt geheel of ten dele een gebouw met, voor haar leden:
- individuele kantoren;
- vergaderzalen;
- installaties (telefoon, fax, telex, computers, gegevensbanken.);
- een bibliotheek;
- personeel (onderhoud, telefooncentrale, secretaressen);
- al wat nodig is voor de werking van de diensten (verwarming, alarm, verzekeringen).
De leden zijn natuurlijke of rechtspersonen die vrije beroepen uitoefenen en al dan niet BTW verschuldigd zijn (accountants, advocaten, revisoren, notarissen).
Elk kreeg toelating van zijn toezichthoudende overheid om in de groepering te fungeren: de statuten werden vooraf aan die overheid meegedeeld.
Ze dragen bij in de kosten via:
- een vaste bijdrage voor de groepering;
- een vaste bijdrage in de huur;
- een vaste bijdrage in de andere werkingskosten, volgens criteria i.v.m. ieders gebruik.
Elk van de leden betaalt een maandelijks voorschot voor die drie posten. Op het einde van het jaar komt de regularisatie zodat de groepering geen winst of verlies maakt.
Welke BTW-regeling (belastbaar of niet) geldt voor elk van de posten qua bijdrage in de kosten (lidgeld, bijdrage in de huur, in andere kosten)? Hangt die regeling telkens af van de belastbaarheid van elk lid?
Is de groepering ten dele aan de BTW onderworpen? Volgens welk criterium of welke verdeling?
ANTWOORD
Het economisch samenwerkingsverband (ESV), dat door de wet van 17 juli 1989, verschenen in het Belgisch Staatsblad van 22 augustus 1989, in het Belgisch recht werd opgenomen, is inzake BTW aan dezelfde regeling onderworpen als iedere andere BTW-belastingplichtige die dezelfde werkzaamheden uitoefent of die dezelfde overeenkomsten sluit.
Dientengevolge is het ESV gehouden tot het naleven van de verplichtingen met betrekking tot de betaling van de belasting, het bijhouden van de boekhouding en van de ter zake voorgeschreven boeken en stukken, alsook de voorlegging ter inzage en de bewaring van die boeken en stukken.
Om de Belgische wetgeving in overeenstemming te brengen met de Europese richtlijnen, voorziet een wetsontwerp, dat thans in voorbereiding is, evenwel in de uitbreiding van de vrijstelling die reeds bestaat voor de dienst verleend aan hun leden door zelfstandige groeperingen van personen die hun activiteit in de medische of paramedische sector uitoefenen, tot de groeperingen van personen die een werkzaamheid uitoefenen welke krachtens artikel 44 van het BTW-Wetboek is vrijgesteld of waarvoor die personen niet de hoedanigheid van belastingplichtige hebben.
Voor het overige nodig ik het geachte Lid uit om mij een concreet geval van een ESV ter kennis te brengen, zodat ik hem de juiste toestand op het stuk van de BTW kan mededelen ten aanzien van de relaties tussen het genoemde samenwerkingsverband en zijn leden.
Immers, om een correct antwoord op de door het geachte Lid gestelde vragen te geven, is het noodzakelijk dat talrijke hypothesen in overweging worden genomen, hetgeen te veel zou zijn om hier uiteen te zetten.
Wat de lastgevingen betreft welke ter uitvoering van hun statutaire opdracht worden volbracht door de bestuurders, zaakvoerders, commissarissen en vereffenaars van een economisch samenwerkingsverband, deze handelingen vallen buiten de toepassingssfeer van de BTW wegens de uitzondering ingelast in artikel 18, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek, zodat ze aan die personen niet de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige verlenen voor die opdracht.