Beheer gemeenschappelijke beleggingsfondsen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

780 24 februari 1997

Zoeken

Beheer gemeenschappelijke beleggingsfondsenBTW. Beheer gemeenschappelijke beleggingsfondsen.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/780-beheer-gemeenschappelijke-beleggingsfondsen-fournaux-1ed7

Nummer
780
Datum
24 februari 1997

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

16 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, nr. 79, 1996-1997, blz. 10846-10847

BTW-Revue nr. 129, blz. 650

BTW - Beheer gemeenschappelijke beleggingsfondsen.

VRAAG

1. Is het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen een van de BTW vrijgestelde werkzaamheid ?

2. Waarom is de bezoldiging van bestuurders van gemeenschappelijke beleggingsfondsen vrijgesteld van de BTW, terwijl de bezoldiging van andere bestuurders gewoon buiten het toepassingsgebied van de belasting valt ?

ANTWOORD

1. Vooraf wens ik het geacht lid er op te wijzen dat artikel 44, § 3, 11°, van het BTW-wetboek onlangs werd gewijzigd door de wet van 12 december 1996 gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 14 februari 1997.

Deze wijziging is het gevolg van de zorg om beter in te spelen op de evolutie van de financiële instrumenten.

Voornoemd artikel stelt aldus van de belasting vrij de handelingen verricht door de instellingen voor collectieve belegging als bedoeld in Boek III van de wet van 4 december 1990 op de financiële transacties en de financiële markten, alsmede de prestaties van het beheer van deze instellingen en het beheer van hun activa, onverminderd evenwel hetgeen bepaald is in onderdeel 7° van hetzelfde artikel 44, § 3.

Het beheer van gemeenschappelijke beleggingsfondsen dat gebeurt onder deze voorwaarden is derhalve niet aan de belasting onderworpen.

Bij deze gelegenheid wens ik het geacht lid er aan te herinneren dat bovenbedoelde vrijstelling de omzetting naar Belgisch recht is van het artikel 13, B, d), 6°, van de zesde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977.

2. De prestaties van lastgeving verricht onder bezwarende titel door een als zodanig handelende belastingplichtige zijn in de regel bij toepassing van de artikelen 2, 4 en 18 van het BTW-wetboek aan de belasting onderworpen.

Omwille van de bijzondere aard van hun opdracht als lasthebber neemt de Administratie van de BTW, registratie en domeinen echter aan de bestuurders die handelen in de gewone uitoefening van hun statutaire opdracht niet als BTW-belastingplichtige moeten geïdentificeerd worden. Zij treden inderdaad op als een orgaan van de vennootschap die zij vertegenwoordigen en handelen dus niet zelfstandig zoals de term "zelfstandig" wordt omschreven in artikel 4, vierde lid, van de zesde richtlijn van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 17 mei 1977. Aangezien er zich ten aanzien van de bestuurders van collectieve beleggingsfondsen geen verschil voordoet, is deze bepaling ook op hen van toepassing.

Overigens, aangezien de bestuurders van vennootschappen voor hun advies inzake beheer niet optreden als orgaan van de rechtsperso(o)n(en) die zij vertegenwoordigen, zouden de vergoedingen die zij ontvangen als tegenprestatie van dergelijke diensten aan de belasting zijn onderworpen overeenkomstig artikel 18, tweede lid, 3°, van het BTW-wetboek zodat het aangewezen was om deze prestaties inzake beheer verricht door de bestuurders van collectieve beleggingsfondsen van de belasting vrij te stellen.

Artikel 44, § 3, 11°, van het BTW-wetboek zoals dat gold vóór de wijziging van 12 december 1996, (zie nr. 1 hiervóór) werd overigens steeds in die zin toegepast dat zowel de prestaties van de bestuurder als orgaan van de vennootschap als de bestuursprestaties (beheer) in het algemeen werden vrijgesteld op grond van genoemde bepaling.

Aangehaalde teksten

6