Impact van de taxshift op de gemeenten · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

774 1 februari 2016

Zoeken

Impact van de taxshift op de gemeenten

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/774-impact-taxshift-gemeenten-eric-thiebaut-7879

Nummer
774
Datum
1 februari 2016

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

26 paragrafen

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2015-2016, QRVA 54/072 d.d. 09.05.2016, blz. 209

Impact van de taxshift op de gemeenten.

VRAAG

De taxshift die door de federale regering werd goedgekeurd, heeft een negatieve impact op de gemeentefinanciën en veroorzaakt dan ook heel wat ongerustheid bij de burgemeesters.

In een brief aan de betrokkenen bevestigde de FOD Financiën dat 's lands 589 gemeenten tegen 2021 samen 264 miljoen euro verlies zullen lijden, wat overeenstemt met bijna 10 % van de jaarlijkse gemeentelijke ontvangsten uit de personenbelasting.

Die maatregel zet de gemeenten onder zware druk en komt bovenop de lasten die reeds van het federale niveau naar de gemeenten waren overgeheveld, zoals het leefloon dat voortaan door de OCMW's wordt betaald en de lasten die door de lokale politie worden gedragen.

Vandaag beschouwen veel gemeentebestuurders de taxshift dan ook als een deloyale operatie van de federale regering, gelet op de moeilijke situatie waarin de gemeenten zich reeds bevinden. Als er niets verandert, zullen ze zich immers genoopt zien de gemeentebelasting fors te verhogen, personeel te ontslaan of hun dienstverlening aan de burger in te krimpen.

Om dergelijke situaties te voorkomen, dringen de gemeentebesturen aan op financiële steun van de federale overheid.

1. Heeft u kennisgenomen van de bekommernissen van de gemeenten?

2. Deelt u hun vaststelling dat de taxshift een negatieve impact heeft op hun financiën?

3. a) Overweegt de federale overheid de gemeenten te ondersteunen?

b) Zo ja, welke vorm zal die steun aannemen?

4. De gemeenten zijn vragende partij voor een reeks maatregelen waaronder een verlaging van de werkgeversbijdragen van 33 naar 25 %, ook voor het contractuele personeel van de lokale overheden; de afschaffing van de kosten (1 %) die door de federale overheid aan de Gewesten worden aangerekend voor de belastinginning; de uitwerking van een plan voor het inhalen en afsluiten van de stortingen in verband met de onroerende voorheffing; de uitbreiding van het geplande btw-tarief van 6 % voor schoolgebouwen naar andere gemeentelijke werven zoals het wegenonderhoud.

Welk gevolg zult u aan die verzoeken geven?

ANTWOORD

van de minister van Financiën, belast met Bestrijding van de fiscale fraude van 03.05.2016,

1. tot 3. Ik begrijp uiteraard de reactie van de lokale overheden. De federale regering heeft echter duidelijk het besluit genomen om de hoge belastingen op de inkomens in België te verminderen teneinde de competitiviteit van het land te verzekeren in de toekomst.

Het is geen geheim dat de verhoogde loonkosten in België meermaals de reden geweest zijn voor de verplaatsing van activiteiten naar het buitenland. In dat opzicht heeft de overheid opgetreden en de taxshift uitgevoerd om de tewerkstelling veilig te stellen naar de toekomst toe en deze zelfs substantieel te verhogen. Volgens recente studies van de nationale bank en van het federaal planbureau zal de bijkomende jobcreatie dankzij de taxshift aanzienlijk zijn. Tegen 2021 zouden er zo'n 45.000 jobs (studie Federaal Planbureau) tot 64.500 jobs (studie Nationale Bank van België) bijkomen.

De gegevens ontvangen door de gemeenten in de brief van 16 december 2015 betreffen bruto bedragen ofwel de maximale kost van de taxshift. De maximale kost vertegenwoordigt in 2021 9 % van de aanvullende gemeentebelastingen op natuurlijke personen voor alle gemeenten samen.

Er is echter geen rekening gehouden met de hierboven aangehaalde terugverdieneffecten per gemeente. De reden is gebaseerd op het feit dat de effecten uitgerekend kunnen worden op macro-economisch niveau, maar niet echt op micro-economisch niveau ofwel gemeente per gemeente. Dit is uitermate logisch aangezien het budgettaire gevolg in elke gemeente niet even zwaar en op hetzelfde moment doorweegt.

Ik wil er op wijzen dat de impact van de taxshift op de lokale besturen zich niet beperkt tot de maatregelen die de federale overheid neemt bij het verlagen van de personenbelasting. Het uiteindelijke effect van de totale taxshift, en zeker van het beleid van deze regering, is een veel positiever verhaal. Zo ondervinden de gemeenten bijvoorbeeld ook voordeel van het verlaagde btw-tarief voor scholenbouw en van de indexsprong.

In dit kader kan ik ook de belissing van de regering vermelden met betrekking tot de goedkeuring van de vervroegde aanwending van de reserves van de lokale besturen uit ex-pool 1. Zoals u weet financieren de lokale besturen zelf de pensioenen van hun personeel. Het lang verwachte koninklijk besluit dat hieromtrent genomen werd, heeft als gevolg dat de effectieve bijdragevoeten die de lokale besturen betalen voor de financiering van de pensioenen van hun personeel 3.5 procentpunt (in 2016 en in 2017) en 3 procentpunt(in 2018 en in 2019) lager zijn dan de basisbijdragevoet van 41,5 %.

4. Betreffende de reeks maatregelen waarvan sprake in uw vraag, dient aangestipt dat:

- de uitbreiding van de vermindering van de werkgeversbijdragen van 33 tot 25 % tot het contractuele personeel van de lokale autoriteiten valt onder de bevoegdheid van mijn collega minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, Maggie De Block;

- op vlak van de administratiekosten die verband houden met de inning van de personenbelasting heeft de FOD Financiën reeds een inspanning gedaan door het tarief te verminderen van 3 % in 2001 tot 2 % in 2002 en zelfs tot 1 % vanaf 2003;

- betreffende de onroerende voorheffing dient opgemerkt dat elk aanslagjaar volledig ingekohierd wordt gedurende het kalenderjaar dat zijn naam geeft aan het aanslagjaar. Betalingen aan Regio's, provincies, gemeenten en agglomeraties zijn uitgevoerd in overeenstemming met de wettelijke bepalingen;

- betreffende de btw van 6 % kan men niet het verschil maken tussen de gemeentelijke werven en andere werven. Bovendien laat de 6de EEG richtlijn een dergelijke vermindering van het tarief niet toe.