Vr. en Antw., Kamer, 2004-2005, nr. 086, blz. 14992-14993
Hotels
VRAAG
1. Klopt het dat uw administratie in haar omzendbrief nr. 17 van 1994 oordeelt dat diensten en etablissementen die voor minder dan een nacht gemeubelde kamers verhuren, van BTW zijn vrijgesteld, zelfs indien de uitbater maaltijden noch dranken aanbiedt?
2. Klopt het dat, wanneer een traiteur of een uitbater van een hotel, een restaurant of een café een zaal uitsluitend ter beschikking stelt van een andere persoon of een groep, zonder dat hij andere diensten levert dan dewelke voor het onderhoud van de zaal zijn vereist, die dienst van BTW is vrijgesteld voor zover hij op het gebruik van de zaal en het onderhoud ervan betrekking heeft?
3. Klopt het dat, wanneer een hoteluitbater iemand tegen betaling toestaat om vanuit een raam van zijn hotel een evenement op de openbare weg bij te wonen, die dienst wel aan BTW is onderworpen?
ANTWOORD
(minister van Financiën, 08.07.2005)
1. In tegenstelling tot hetgeen het geachte lid aanvoert, verrichten de inrichtingen die geregeld aan betalende gasten onderdak verlenen voor een kortere tijdsduur dan een nacht, zelfs wanneer geen spijzen of dranken worden verschaft, diensten beoogd in artikel 18, § 1, tweede lid, 10° van het BTW-Wetboek. Die diensten zijn onderworpen aan de belasting. Ik verwijs naar punt 2, laatste lid van de door het geachte lid geciteerde aanschrijving nr. 17 van 8 augustus 1994, waar inzonderheid dergelijke Inrichtingen vermeldt worden. Deze aanschrijving is gepubliceerd op de website van FOD financiën: www.fisconet.fgov.be.
2. Het antwoord op deze vraag is bevestigend. De handeling is te kwalificeren als een onroerende verhuur die is vrijgesteld in de mate waarin ze betrekking heeft op het genot van de zaal zelf en op de diensten noodzakelijk voor het onderhoud van de zaal. Het gaat daarentegen om roerende verhuur, die dus niet is vrijgesteld, in de mate waarin het genot betrekking heeft op lichamelijke roerende goederen of op onroerende goederen door bestemming die deze zaal uitrusten.
De belasting is derhalve verschuldigd over het deel van de prijs dat betrekking heeft op het genot van de lichamelijke roerende goederen en onroerende goederen door bestemming. Als dit deel van de prijs niet contractueel is vastgesteld, moet de prijs door de betrokkenen worden uitgesplitst onder toezicht van de administratie.
Het geachte lid krijgt hiervan bevestiging in de aanschrijving nr. 4 van 12 januari 1973, hoofdstuk II, afdeling 4.
3. Het antwoord is bevestigend. Dit geval heeft trouwens het voorwerp uitgemaakt van een administratieve beslissing, gepubliceerd in de BTW-Revue nr. 41, blz. 538, onder de referte E.T.29.271.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.