Vragen en Antwoorden, Kamer 2010-2011, nr. 10 van 08.12.2010, blz. 3
Werk in onroerende staat
Verlaagd tarief
Overheidsopdracht
Fiscale neutraliteit
VRAAG
Volgens een arrest van het Europees Hof van Justitie van 9 november 2006, (nr. C-433/04, Commissie tegen België), is de inhoudingsplicht en hoofdelijke aansprakelijkheid zoals die gold in de aannemersregistratieregeling strijdig met het vrij verkeer van diensten in de EU wanneer zij van toepassing is op niet in België geregistreerde aannemers.
1. Heeft met betrekking tot het bestrijden van de koppelbazerij de wetgever bij de programmawet van 27 april 2007 noodzakelijkerwijze gevolg moeten geven aan het arrest van het Europees Hof van Justitie van 9 november 2006, door de aannemersregistratieregeling te vervangen door een aannemersschuldenregeling, met betrekking tot de hoofdelijke aansprakelijkheid en inhoudingsplicht in hoofde van de opdrachtgever of hoofdaannemer?
2. Lezen we het correct dat de Commissie voor de overheidsopdrachten in haar advies, (Belgisch Staatsblad van 1 augustus 2008, blz. 40685) besluit dat bij de gunning van overheidsopdrachten de registratievoorwaarde als regelmatigheidsvoorwaarde van de offertes van buitenlandse inschrijvers duidelijk een maatregel vormt die strijdig is met de artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag (artikelen 56 en 57, Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (WVEU))?
3. Heeft de Koning terecht besloten (koninklijk besluit van 2 juni 2010, Belgisch Staatsblad van 7 juni 2010) dat bij de toepassing van het verlaagd btw-tarief voor werken in onroerende staat het noodzakelijk is de registratievoorwaarde van de aannemer op te heffen omdat deze strijdig is met de artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag (artikelen 56 en 57, WVEU)?
4. Op grond van welke overwegingen houdt de Koning bij besluit van 6 april 2010 (koninklijk besluit van 6 april 2010, Belgisch Staatsblad van 13 april 2010) voor de toepassing van bepaalde belastingverminderingen in de inkomstenbelastingen nog steeds vast aan de registratievoorwaarde, zij het volgens de Belgische registratieregeling of zij het op grond van een overeenkomstige bepaling die van kracht is in de lidstaat van de Europese Unie waar de aannemer gevestigd is?
5. Waar is de logica dat de registratievoorwaarde voor de hoofdelijke aansprakelijkheid en inhoudingsplicht, de overheidsopdrachten en het verlaagd btw-tarief voor werken in onroerende staat, strijdig is met de artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag (artikelen 56 en 57, WVEU) maar niet als voorwaarde voor het recht op bepaalde belastingverminderingen in de inkomstenbelastingen?
6. Op grond van welke redenen verantwoordt u dat de registratievoorwaarde in de inkomstenbelasting ongeacht of het gaat om de Belgische registratieregeling of gelijkaardige regeling in andere EU-lidstaten conform de artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag (artikelen 56 en 57, WVEU) is?
7. a) Heeft elke EU-lidstaat een gelijkaardige regeling aan de Belgische regeling? b) Zo niet, welke EU-lidstaten niet? c) Zo ja, welke EU-lidstaten wel en over welke regeling gaat het dan?
8. Wat is het standpunt van de Europese Commissie in het kader van het vrij verkeer van diensten volgens de artikelen 56 en 57, WVEU en het behoud van de registratievoorwaarde voor de toepassing van bepaalde belastingverminderingen in de inkomstenbelasting?
ANTWOORD
(van de heer Reynders, Vice-eersteminister en minister van Financiën en Institutionele Hervormingen)
1. De hoofdelijke aansprakelijkheid voor de schulden van een aannemer, bedoeld in de artikelen 400 tot 408 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92), werd inderdaad gewijzigd om te beantwoorden aan het door het Hof van Justitie op 9 november 2006 (ref. C-433/04) uitgesproken arrest.
2. Dit is correct. Voor zover de registratievoorwaarde wordt toegepast op buitenlandse inschrijvers, vormt ze een maatregel in strijd met de artikelen 49 en 50 van het EG-Verdrag.
3. Het antwoord is bevestigend. Bovendien blijkt uit de Europese rechtspraak, in het bijzonder uit het arrest C-216/97 - Jennifer Gregg en Mervyn Gregg tegen Commissioners of Customs and Excise van 7 september 1999, dat ingevolge het beginsel van fiscale neutraliteit ondernemers die dezelfde handelingen verrichten, niet verschillend mogen worden behandeld.
4. 5. en 6. De toekenning van fiscale voordelen die aanleiding kunnen geven tot fiscale verminderingen (belastingvermindering wegens energiebesparende uitgaven, uitgaven gedaan voor vernieuwing, uitgaven gedaan ter beveiliging, enzovoort) en de toekenning van sommige gewestpremies gebeuren op voorwaarde dat beroep wordt gedaan op een geregistreerd aannemer. Deze voorwaarde moet ervoor zorgen dat er een zekere garantie is dat de werken goed zijn uitgevoerd (geregistreerde aannemers moeten immers in orde zijn met onder meer de vestigingswet en bij het afleveren van de vestigingsattesten wordt de beroepsbekwaamheid beoordeeld). Daarnaast stimuleert de registratie de aannemers om te voldoen aan hun sociale en fiscale verplichtingen. Om die redenen kan de registratie als aannemer niet zonder meer worden afgeschaft.
7. en 8. De Belgische belastingadministratie kan geen precieze inlichtingen verstrekken over de stand van zaken in de 26 lidstaten van de Europese Unie. Bovendien heeft België tot heden van de Europese Commissie nog geen ingebrekestelling ontvangen aangaande de noodzaak om met een geregistreerd aannemer te werken om sommige belastingverminderingen te kunnen genieten. Het standpunt van de Europese Commissie is derhalve niet gekend. Ik stel dus voor dat het geachte lid de vragen 7 en 8 rechtstreeks aan de Europese Commissie laat stellen door bemiddeling van een collega in het Europees Parlement.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.