Forfaitaire regeling. Overdracht van een handelsfonds. Overnemer die de forfaitaire regeling heeft · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

77 11 mei 1992

Zoeken

Forfaitaire regeling. Overdracht van een handelsfonds. Overnemer die de forfaitaire regeling heeftForfaitaire regeling. Overdracht van een handelsfonds. Overnemer die de forfaitaire regeling heeft gekozen. Toepasselijke regels

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/77-forfaitaire-regeling-overdracht-handelsfonds-overnemer-3e60

Nummer
77
Datum
11 mei 1992

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

24 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1992, nr. 015 , blz. 793

BTW-Revue nr. 100, blz. 818

Forfaitaire regeling - Overdracht van een handelsfonds - Overnemer die de forfaitaire regeling heeft gekozen - Toepasselijke regels

VRAAG

De belastingplichtige die een activiteit uitoefent onder het forfaitaire stelsel, wordt geacht de goederen die werden aangekocht gedurende de periode waarop de BTW-aangifte slaat, op het einde van die periode te hebben verkocht. Gedurende de beginperiode van hun activiteit nemen vele handelaars hun handelszaak van een cedent over, met inbegrip van de voorraad goederen. Die voorraad kan zeer groot zijn en is uiteraard na een maand of na drie maanden na de aankoop nog niet verkocht. Door het forfaitaire systeem is op het einde van die enige periode een BTW-bedrag aan de Staat verschuldigd, dat aan geen enkele economische realiteit beantwoordt en de belastingplichtige in financiële moeilijkheden kan brengen.

Welke maatregelen neemt u om dat nadeel te ondervangen?

ANTWOORD

Krachtens artikel 11 van het BTW-Wetboek, wordt de overdracht, bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins, van een algemeenheid van goederen of van een bedrijfsafdeling niet als een levering beschouwd, wanneer de overnemer de hoedanigheid van belastingplichtige heeft. In dat geval wordt de overnemer geacht de persoon van de overdrager voort te zetten.

Deze bepaling is van toepassing, welke ook de belastingregeling van de overdrager en/of de overnemer weze.

De fictie ingeschreven in de laatste zin van voormelde bepaling, volgens dewelke de persoon van de overnemer wordt geacht die van de overdrager voort te zetten, heeft voor gevolg dat de overgedragen goederen in het patrimonium van de overnemer komen onder de BTW-regeling waaraan ze werden onderworpen door de overdrager.

De overdracht van een handelsfonds aan een overnemer die, zoals in het door het geacht Lid beoogde geval, onderworpen is aan de forfaitaire regeling, moet op dezelfde wijze worden ontleed als de overgang van de ene belastingregeling naar een andere, en de wetgeving volgen die eigen is aan de bijzondere forfaitaire regeling die het voorwerp uitmaakt van de artikelen 9 en 10 van het koninklijk besluit nr. 2 van 7 november 1969.

Vermits de belastingregeling waaraan de overdrager is onderworpen niet is gekend, dient volgend onderscheid te worden gemaakt.

1ste geval.

De overdrager was onderworpen aan de normale regeling.

De overdracht van het handelsfonds omvat benevens de goederen die niet bestemd zijn voor wederverkoop en die geen regularisatie van de belasting moeten ondergaan, ook goederen die de normale regeling belastingschoon verlaten om onder de forfaitaire regeling te komen alwaar ze de vervroegde taxatie bedoeld in artikel 9, 1°, van het voornoemd koninklijk besluit moeten ondergaan.

Op dit principe wordt evenwel uitzondering gemaakt in de gevallen waarin de belastingplichtige jaarlijks een inventaris van zijn voorraad opmaakt. Overeenkomstig artikel 9, 1°, 3de alinea, van voornoemd koninklijk besluit wordt, wanneer de belastingplichtige jaarlijks een inventaris van zijn voorraad opmaakt, voor het vaststellen van de omzet voor het tijdvak waarin de inventaris wordt opgemaakt, het bedrag van de inkopen en de invoeren, naargelang van het geval, vermeerderd of verminderd met het verschil in waarde, uitgedrukt in inkoopprijzen, van de goederen die in de opeenvolgende inventarissen van zijn voorraad werden opgenomen. In geval van overdracht van een handelsfonds aan e belastingplichtige die opeenvolgende jaarlijkse inventarissen opmaakt, moet er op het ogenblik zelf van de overdracht geen enkele regularisatie gebeuren. Het is slechts bij het verstrijken van het jaar waarin de overdracht plaatsvond dat de regularisatie bedoeld in voormeld artikel 9, 1°, 3de alinea, moet worden verricht, door de op het einde van het boekjaar geïnventariseerde voorraad te vergelijken met de bij het begin van het boekjaar geïnventariseerde voorraad vermeerderd met de bij de overdracht van het handelsfonds geïnventariseerde voorraad, die vooraf per koopwarengroep werd uitgesplitst.

Wanneer de belastingplichtige-overnemer daarentegen gen regelmatige inventaris van einde boekjaar opmaakt, wordt de belasting die verschuldigd is voor de goederen begrepen in de inventaris van overdracht, berekend over de waarde, uitgedrukt in inkoopprijs, van die goederen volgens de tarieven van de belasting en volgens de forfaitaire coëfficiënten die van toepassing zijn voor het jaar waarin de overdracht plaatsvond. Om evenwel de financiële last van de belastingplichtige-overnemer te verlichten, aanvaardt de administratie dat de toepassing van de forfaitaire regeling op de overgedragen goederen wordt verricht op de wijze voorzien in artikel 9, 2°, 4de alinea, van voornoemd koninklijk besluit nr. 2. Volgens dit artikel is de belasting slechts eisbaar, en dit tot beloop van één vierde van haar bedrag, bij het verstrijken van elk kalenderkwartaal van het daaropvolgende jaar.

2de geval.

De overdrager was zelf onderworpen aan de forfaitaire regeling.

Gelet op de fictie van de persoonsvoortzetting die is uitgedrukt in artikel 11 van het BTW-Wetboek, neemt de overnemer de rechten en de verplichtingen van de overdrager over; de overgedragen goederen komen in het handelsaktief van de overnemer terecht met de forfaitaire last die erop is komen rusten onder de regeling van de overdrager.

Regularisaties kunnen nochtans nodig zijn, vermits in het kader van de forfaitaire regeling zelf de taxatie verschilt naargelang de belastingplichtige al dan niet opeenvolgende jaarlijkse inventarissen van zijn voorraden opmaakt.

Volgens de houding die in dat opzicht door de overdrager en de overnemer wordt aangenomen, moet navolgend onderscheid worden gemaakt.

Wanneer de aan de forfaitaire regeling onderworpen belastingplichtige-overdrager geen inventarissen opmaakte en zijn handelsfonds overdraagt aan een belastingplichtige die reeds vóór de overdracht zijn handel onder de forfaitaire regeling dreef, zonder opeenvolgende jaarlijkse inventarissen op te maken, moet de overdracht van de goederen die aan de forfaitaire regeling onderworpen waren, noodzakelijkerwijze plaatsvinden tegen een prijs die rekening houdt met de forfaitaire last die erop is komen te rusten in hoofde van de overdrager. Geen enkele regularisatie moet plaatsvinden, hetzij voor de overdrager onder de vorm van een teruggaaf, hetzij voor de overnemer onder de vorm van een betaling van belasting.

In de andere gevallen, en inzonderheid wanneer de overnemer zijn werkzaamheid begint met die overdracht en opteert voor de forfaitaire regeling, zal de voorraad goederen bestemd voor wederverkoop belastingschoon mogen worden overgedragen en het voorwerp uitmaken van een latere regularisatie die identiek is aan het 1ste geval.

Aangehaalde teksten

3
WBTW art. 112 voorkomens
KB nr. 2 art. 101 voorkomen
KB nr. 2 art. 91 voorkomen