Huur van vervoermiddelen · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

769 28 oktober 1993

Zoeken

Huur van vervoermiddelenBTW. Huur van vervoermiddelen

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/769-huur-vervoermiddelen-clippele-verhuur-7277

Nummer
769
Datum
28 oktober 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 91, blz. 8901-8902

BTW - Huur van vervoermiddelen

VRAAG

Is een in België gevestigd vervoermiddelenverhuurder die een aantal vervoermiddelen verhuurt aan (al dan niet belastingplichtige) niet in België maar wel in de EG gevestigde personen, in België BTW verschuldigd op die dienstverlening ?

ANTWOORD

Overeenkomstig artikel 21, § 2, van het BTW-Wetboek, wordt als plaats van een dienst aangemerkt, de plaats waar de dienstverrichter de zetel van zijn economische activiteit of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit hij de dienst verricht, of bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, zijn woonplaats of zijn gebruikelijke verblijfplaats.

Overeenkomstig artikel 21, § 3, 6°, van genoemd wetboek, wordt evenwel de dienst bestaande in de verhuur van een vervoermiddel door een in België gevestigde verhuurder geacht plaats te vinden daar waar het vervoermiddel wordt gebruikt in de mate waarin dat gebruik buiten de Europese Gemeenschap plaatsvindt.

Bijgevolg vindt in de door geacht lid bedoelde hypothese, de verhuur van een vervoermiddel, ongeacht waar de huurder is gevestigd, in principe plaats in België en is dus aan de BTW in België onderworpen, behalve in de mate waarin het vervoermiddel buiten de Europese Gemeenschap wordt gebruikt.

Hetzelfde geldt wanneer een verhuurder in hoofdzaak vervoermiddelen verhuurt hier ten lande en daarnaast sporadisch enkele voertuigen verhuurt in een andere lidstaat. Ten aanzien van laatstgenoemde verhuur blijft de BTW in België verschuldigd.

Wanneer daarentegen een in België gevestigde verhuurder in een andere lidstaat beschikt over een vloot van voor verhuur bestemde voertuigen en er ipso-facto een vaste inrichting heeft van waaruit de dienst wordt verricht, vindt laatstgenoemde, rekening houdend met hetgeen voorafgaat, niet in België plaats zodat de BTW in België niet is verschuldigd.

Ten slotte wordt het geacht lid erop gewezen dat artikel 21, § 5, van het BTW-Wetboek een vermoeden juris tantum bevat op grond waarvan de plaats van een dienst wordt geacht zich in België te bevinden als een van de bij de dienst betrokken partijen er een zetel van beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting heeft gevestigd, of bij gebrek aan een dergelijke zetel of vaste inrichting, een woonplaats of een gebruikelijke verblijfplaats. Het tegenbewijs bestaat er bijgevolg in dat de in België gevestigde verhuurder aantoont dat de plaats van de dienst zich, bij toepassing van hetgeen voorafgaat, niet hier te lande bevindt.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 213 voorkomens