Sancties bij laattijdige indieningen van intracommunautaire opgaven · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

767 12 februari 2014

Zoeken

Sancties bij laattijdige indieningen van intracommunautaire opgaven

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/767-sancties-laattijdige-indieningen-intracommunautaire-opgaven-b1b2

Nummer
767
Datum
12 februari 2014

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

20 paragrafen

Kamer, Vragen en Antwoorden, 2013-2014, QRVA 53/156 d.d. 14.04.2014, blz. 257

Sancties bij laattijdige indieningen van intracommunautaire opgaven.

VRAAG

Voor het eerste kwartaal 2013 hebben handelaars traditioneel tot 20 april van datzelfde jaar om de intracommunautaire handelingen op te geven. Mensen die te laat zijn, krijgen van de FOD Financiën een proces-verbaal van laattijdige indiening. Er zijn ook boetes op basis van koninklijke besluiten en wetgeving. Een vertraging van meer dan zes maanden is per document bijvoorbeeld een boete verschuldigd van 3.000 euro.

1. Het gaat in een concreet geval om een jonge starter, die deze zaak, het op tijd betalen van de btw, volledig uit het oog is verloren, maar die zich op het moment dat de btw moest worden vergoed, in het buitenland bevond en materieel niet kon betalen. Nadien is dit aan zijn aandacht ontsnapt.

Wordt met dit soort omstandigheden - jonge starters - rekening gehouden bij de afweging van de boete?

2. Verder merkt de man in kwestie ook op dat de Staat door het niet op tijd opgeven van de intracommunautaire handelingen - een fout die hij natuurlijk erkent - eigenlijk geen eurocent schade heeft doen oplopen. Wordt met deze omstandigheden door de fiscus rekening gehouden?

3. De vraag rijst of met de omstandigheid dat de handelaar in kwestie de volgende termijnen stipt op tijd werd gevolgd, en dat hij zijn betalingen verder goed heeft nageleefd, een invloed kunnen hebben op het boetebedrag?

4. De man in kwestie heeft telefonisch contact gehad met het betrokken fiscaal kantoor, waar men hem wist te antwoorden dat wat zijn concreet dossier betrof, er nog een aanmaning zou volgen. Onze handelaar heeft tevergeefs gewacht op een aanmaning die nooit is aangekomen.

Is dit een omstandigheid die het boetebedrag kan beïnvloeden?

5. In dergelijke gevallen moet de consument, de handelaar of de particulier, eerst de boete betalen, veronderstel ik, waarna hij met de fiscus kan onderhandelen om een stuk terug te krijgen, of hoe gaat dit juist als hij dit bedrag en de juistheid van de omstandigheden wil betwisten?

ANTWOORD

(de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken)

1. Elke belastingplichtige moet voldoen aan de fiscale verplichtingen die door de btw-reglementering worden opgelegd.

Hij moet dus de verschuldigde btw voldoen binnen de wettelijke termijn, bepaald in artikel 53, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek en artikel 19 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.

Voor elke overtreding van de verplichting de belasting te voldoen voorziet de btw-reglementering in een geldboete. die in principe gelijk is aan het dubbel van de niet tijdig betaalde belasting.

2. Het indienen van de btw-opgave van de intracommunautaire handelingen is een wettelijke verplichting die aan de belastingplichtige wordt opgelegd en voortvloeit uit artikel 262 van de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijk stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.

Deze verplichting heeft onder andere als doel een correcte inning van btw door de diverse lidstaten te waarborgen en controles in het kader van de intracommunautaire handelingen mogelijk te maken. Het belang van de kwestieuze opgave binnen het btw-systeem is dan ook primordiaal. Een tijdige en correcte indiening ervan dient bijgevolg te worden nagestreefd.

3. en 4. Het fiscaal gedrag van de belastingplichtige heeft geen invloed op de bepaling van de wettelijke geldboete zelf, doch kan desgevallend wel worden aangevoerd ter verantwoording van een vermindering of kwijtschelding van de boete.

Zo kunnen, bij ontstentenis van frauduleuze intentie, bepaalde opgelegde boeten worden verminderd krachtens het koninklijk besluit nr. 41 van 30 januari 1987 tot vaststelling van het bedrag van de proportionele geldboete of kan een exceptionele nalatigheid vanwege de betrokkene de inwilliging van een verzoek tot vermindering of kwijtschelding van boeten ingevolge artikel 9 van het Regentbesluit van 18 maart 1831 positief beïnvloeden.

5. De Administratie is gebonden aan de in hoger vermeld koninklijk besluit opgenomen bepalingen. Elke onderhandeling over een boetebedrag is derhalve uitgesloten.

Aangehaalde teksten

3