Beknopt Verslag, Kamercommissie Financiën, Com 665, blz. 23-24
Aftrek - Evenement met promotionele doeleinden - Kosten van onthaal
VRAAG
Uw administratie verwerpt de aftrek van de BTW die naar aanleiding van een open dag, een feestje of een cocktailparty waarop klanten worden uitgenodigd, wordt betaald. Die kosten worden als kosten van onthaal aangemerkt, waarvoor geen BTW-aftrek mogelijk is, ook al gebeuren die uitgaven met reclamedoeleinden.
In een arrest van 8 april 2005 oordeelt het Hof van Cassatie dat het begrip "kosten van onthaal", waarvoor geen BTW-aftrek mogelijk is, moet worden beperkt tot de uitgaven voor ontspanning en representatie zonder dat een ander voordeel wordt nagestreefd dan het creëren van een algemeen gunstige atmosfeer ten overstaan van de onderneming. De BTW op die kosten kan daarentegen wel in mindering worden gebracht indien ze met reclamedoeleinden werden gemaakt en het de bedoeling is de verkoop van bepaalde producten aan te zwengelen.
Welk standpunt neemt de BTW-administratie naar aanleiding van dit arrest van het Hof van Cassatie in? Mogen de vennootschappen zich op de door het Hof gegeven definitie baseren en kunnen ze er dus zeker van zijn dat de naar aanleiding van de organisatie van evenementen betaalde BTW in mindering kan worden gebracht?
Welke maatregelen zal uw departement nemen in de dossiers waarin de BTW in het verleden niet in aftrek werd gebracht? Zal het arrest met terugwerkende kracht worden toegepast? Welke onderrichtingen kregen uw diensten met betrekking tot de hangende dossiers en betwistingen?
ANTWOORD
(van de heer Reynders, vice-eerste minister en minister van Financiën)
De administratie legt zich neer bij de beslissing van het Hof van Cassatie om de kosten die door een bepaald bedrijf werden gemaakt voor de promotie van producten in de omstandigheden waarover het Hof zich moest uitspreken, niet als kosten van onthaal in de zin van artikel 45 § 3, 4° aan te merken.
Ik wijs er echter op dat het onderzoek van het Hof van Cassatie zich beperkte tot de relevantie van artikel 45 §3, 3°, aangezien enkel dit artikel voor het Hof werd aangevoerd. Het arrest doet dus geen afbreuk aan artikel 45, § 3, 3°, dat, onder voorbehoud van de opgesomde uitzonderingen, bepaalt dat de belasting ter zake van kosten van logies, spijzen en dranken niet voor aftrek in aanmerking komt. Zelfs indien de kosten voor de promotie van een bepaald product of een bepaalde dienst niet als kosten van onthaal in de zin van artikel 45 § 3, 4° kunnen worden aangemerkt, blijft het recht op aftrek op grond van artikel 45 § 3, 3° uitgesloten.
De BTW-plichtigen kunnen zich bijgevolg op het arrest beroepen, ook voor het verleden, indien ze kunnen aantonen dat de gemaakte kosten niet onder de toepassing van artikel 45 § 3, 3° van het BTW-Wetboek vallen en op voorwaarde dat de termijn waarbinnen het recht op aftrek kan worden uitgeoefend, niet is verstreken.
We zullen eerlang instructies in die zin aan de taxatie- en de geschillendiensten geven.
Aangehaalde referentie
Sneltoetsen
Niet actief tijdens het typen in een veld.
- Zoeken in de tekst
- /Ctrl/⌘ F
- Volgende / vorige treffer
- EnterShift Enter
- Volgende / vorige sectie
- JK
- Leesmodus
- L
- Een paneel sluiten
- Esc
De leesmodus verbergt de inhoudsopgave en de kerncijfers, vergroot de tekst en centreert de kolom.