Aftrek. Herziening. Gehuurde gebouwen. Werk in onroerende staat. Overdracht van het huurrecht · Parlementaire vragen

Naar de tekst
Juriel

757 21 oktober 1993

Zoeken

Aftrek. Herziening. Gehuurde gebouwen. Werk in onroerende staat. Overdracht van het huurrechtAftrek. Herziening. Gehuurde gebouwen. Werk in onroerende staat. Overdracht van het huurrecht.

https://juriel.be/nl/parlementaire-vragen/757-aftrek-herziening-gehuurde-gebouwen-werk-d7ee

Nummer
757
Datum
21 oktober 1993

Over het document

Verzameling
Parlementaire vragen
Taal van de tekst
Nederlands

Tekst

11 paragrafen

Vr. en Antw., Kamer, 1993-1994, nr. 114, blz. 11.971

Aftrek - Herziening - Gehuurde gebouwen - Werk in onroerende staat - Overdracht van het huurrecht.

VRAAG

In antwoord op mijn vraag nr. 247, van 21 juni 1991 (zie Bulletin van Vragen en antwoorden, Senaat, 1990-1991, nr. 45, blz. 1892-1893) werd vermeld dat de administratie met een onderzoek over de herzieningen van de aftrek bij de overdracht van een huurrecht van een gebouw werd belast.

Hoever staat het daarmee ?

ANTWOORD

De administratie is zich terdege bewust van de moeilijkheden die zich in bepaalde gevallen kunnen voordoen op het stuk van de herziening van de aftrek van de BTW door een belastingplichtige met betrekking tot de omvormings- en de verbeteringswerken verricht aan een gebouw wanneer de belastingplichtige, in het kader van een in artikel 11 van het BTW- wetboek bedoelde overdracht, zijn huurrecht op het gebouw overdraagt.

In de huidige stand van het onderzoek dienen de wettelijke bepalingen, zoals weergegeven in het antwoord op de vraag waar het geacht lid naar verwijst en die gesteund zijn op een strikt juridische ontleding van het gestelde probleem, thans voort te worden toegepast.

Artikel 89 van het wetsontwerp houdende fiscale bepalingen, dat zopas door het Parlement is goedgekeurd heeft inderdaad tot doel de mogelijkheid uit te sluiten om bepaalde verhuringen van gebouwen binnen de werkingssfeer van de BTW te laten vallen.

Die mogelijkheid zou niet alleen een betrekkelijk belangrijke fiscale minder-ontvangst tot gevolg hebben, maar de Commissie van de Europese Unie heeft overigens de problematiek rond de onroerende sector uit het voorstel van de 18de richtlijn bis teruggetrokken, in afwachting dat een globale studie zal worden uitgevoerd op Europees niveau zowel op het stuk van de verkoop als op het stuk van de verhuur van onroerende goederen.

Rekening houdend met wat voorafgaat is het wenselijk de resultaten van de studie in kwestie af te wachten teneinde de wetgeving die momenteel van toepassing is inzake de verhuur van onroerende goederen aan te passen in de door de commissie aanbevolen zin.

Aangehaalde teksten

1
WBTW art. 111 voorkomen